Palmucci en merlot; deze twee begrippen in één zin noemen is een soort Godslastering, maar waar anders dan in Montalcino liggen hemel en hel zo dicht bij elkaar?
Vaarwel Palmucci! Vaarwel merlot?
Waar het ene era eindigt en het begin van het einde van een ander in de kiem wordt gesmoord.

Poggio di Sotto, de hemel?
Piero Palmucci, de eigenzinnige eigenaar van Poggio di Sotto, heeft zijn domein verkocht. Met zijn vertrek uit Montalcino komt er een einde aan een era waarin hij een onuitwisbare indruk heeft achtergelaten in de geboortegrond van de Brunello. Onuitwisbaar, maar niet altijd onomstreden. Sinds de start in 1989 heeft Palmucci steevast geweigerd om wat voor concessie dan ook te doen ten aanzien van zijn leven en wijnen. Hij had een concrete visie, een duidelijke mening en een rotsvaste overtuiging waar het de stijl, typiciteit en kwaliteit van Brunello di Montalcino in het algemeen en zijn brunello in het bijzonder betrof. Uitsluitend 100% sangiovese, alleen het allerbeste fruit, niet minder dan 5 jaar in grote vaten van het fijnste hout en altijd met slechts één doel voor ogen: (zijn) Brunello di Montalcino laten excelleren als één van de allermooiste wijnen ter wereld. Hij bracht een reeks wijnen op de markt die uitblonken in zuiverheid, finesse en elegantie en met een karakter waarin zijn inzet, persoonlijkheid, trots en overtuiging reflecteerden. Zijn houding en wijnen werden niet door iedereen begrepen of gewaardeerd, maar wie de tijd en moeite nam om zich in hem en zijn wijnen te verdiepen, ontdekte waarom zijn wijnen tot de allerbeste behoren die ooit in Montalcino zijn gemaakt. De pure, ultieme expressie van de sangiovese en de klasse van zijn terroir kwamen op voorbeeldige wijze tot uitdrukking in verschillende eminente wijnen, mede dankzij het talent van zijn onvolprezen consultant, meesterproever Giulio Gambelli. 
Lichamelijke ongemakken en andere beperkingen hebben Palmucci doen besluiten Poggio di Sotto te verkopen (voor 15,6 miljoen, zo fluisteren stemmen in Montalcino) . De nieuwe eigenaar is Carmelo Claudio Tipa, die al Collemassari in Montecucco en Grattamacco in Castagneto Carducci bezit. Montalcino gaat Palmucci missen; als voorbeeld, als symbool en als bron van inspiratie. Het is te hopen dat de stijl en kwaliteit van de wijnen van Poggio di Sotto behouden blijven voor de wijnwereld.
Merlot, de hel?
In 2007 werd bevestigd wat al veel langer bekend was, minstens vermoed, maar altijd werd ontkend, verzwegen of genegeerd. Er werden op grote schaal andere druivensoorten in Brunello di Montalcino gebruikt dan uitsluitend de voorgeschreven Sangiovese. Tijdens de edities van Benvenuto Brunello tussen 2000 en 2009 kon een ieder in toenemende mate allerlei variaties proeven: brunello met cabernet, met syrah, met montepulciano, met petit verdot, met nero d’avola, met negroamaro en natuurlijk met merlot. Een gerechtelijk onderzoek bracht veel aan het licht, maar de meeste feiten bleven in de schaduw, omdat de beklaagde wijnproducenten een regeling troffen met justitie en zodoende nadere onderzoeken, rechtzaken en mogelijke veroordelingen voorkwamen. De bewuste wijnhuizen bleven echter geconfronteerd met een probleem; wijngaarden vol lastige sangiovese, een druif die veel kennis, ervaring, hard werken en overtuiging vereist als je daar een echte Brunello van wilt maken. Voorheen kon gemakkelijk en ongestraft worden gecorrigeerd met andere druivensoorten, maar strenge controles maken dit nu (vrijwel) onmogelijk. Dus, wat te doen met wijngaarden vol merlot en andere druivensoorten die nu nog uitsluitend gebruikt kunnen worden voor wijnen met een commercieel oninteressante classificatie IGT Toscana of DOC Sant’Antimo? Enige tijd geleden werden er verkiezingen gehouden voor de nieuwe president van het Consorzio. Donatella Cinelli Colombini kreeg de meeste stemmen, maar trok zich ‘vrijwillig’ terug om plaats te maken voor Ezio Rivella, de man die jarenlang de wijnen van Banfi maakte en talloze andere druivensoorten dan de sangiovese in de streek introduceerde. Men had het idee dat hij vanwege zijn kennis, ervaring en relatie met de pers en handel, Brunello di Montalcino een nieuwe impuls kon geven. Een van zijn eerste wapenfeiten was een omstreden interview waarin hij meteen en overduidelijk pleitte voor versoepeling van de regels rond de samenstelling van Brunello. Veel kritiek zorgde dat hij zich daarna voorzichtiger uitliet over het onderwerp, maar zijn functie en doel bleven ongewijzigd. Dat bleek begin februari van dit jaar uit een op het allerlaatste moment voor een vergadering gepresenteerd voorstel om de regels voor Rosso di Montalcino aan te passen. Veel producenten reageerden woedend op het voorstel dat werd gezien als een aanzet tot de aantasting van de authenticiteit en het unieke karakter van Brunello di Montalcino. Overweldigd door de uiterst negatieve reacties werd het voorstel haastig ingetrokken. Op 7 september stond het wederom op de agenda, nu beter onderbouwd en iets vroeger aangekondigd. Ondanks de druk van de grote ondernemingen uit de streek, haalde Rivella wederom bakzeil. Het voorstel om ook Rosso’s met tot 15% andere druivensoorten toe te staan werd met 69% van de stemmen verworpen. Het is nu de vraag wat het bestuur van het consorzio doet met deze afwijzende reacties op hun beleid. Het is immers duidelijk dat de visie van Rivella niet het belang van de meerderheid van de producenten dient, terwijl ook het merendeel van de nationale en internationale pers zich tegen de aanpassing van de regelgeving heeft gekeerd. Wordt ongetwijfeld vervolgd……




