Ouwe Meuk of Oude Meesters, de resultaten

Te oud is misschien niet alles, minder controversieel dan afbeelding robert m.
maar te jong zeer zeker niet goed ….

Enige tijd geleden gaf ik al mijn schriftelijke reactie
http://www.fred-nijhuis.nl/2012/01/ouwe-meuk-of-oude-meesters/ op de, in mijn ogen, onterechte, kortzichtige zienswijze van iemand die graag wil dat we wijn (te) jong drinken. 

Hierbij de resultaten  van een avond met oude wijnen tijdens een geweldige avond in restaurant de Opera te Den Bosch  waar chef Harrie Hendriks en gastvrouw Anne Engel voor de juiste ambiance zorgden om de (meeste) wijnen te laten excelleren. Het bleek een leerzame avond met wijnen die verrasten en respect afdwongen.

Met speciale dank aan Ron Andes MV die de meeste
wijnen inbracht, Jan Ronald Boering die een drietal fraaie aanvullingen meenam, Matthijs Vranken die voor de enige witte wijn zorgde, Natascha Sonnemans die ‘haar’ 1972 Il Poggio van Castello di Monsanto ‘opofferde’ en Nitiya die weer heel wat sfeerplaatjes schoot.

De wijnen:

Arnold Brösch, St. Margarethener Rust Spätlese,1977
Donkergeel van kleur; in de mooi ontwikkelde geur veel gedroogde bloemen en fruit,  waaronder rozijnen, lichte oxidatieve toon; vol van smaak, ingetogen zoet, impressies van sinaasappel en limoen, goede balans, lange afdronk met frisse zuren, fraaie wijn met interessant spel tussen fruit, zuren, zoet en ontwikkelde aroma’s. Met dank aan Matthijs Vranken.

Lindner, Eppaner Justiner Auslese, 1966
Donkerbruin van kleur, laurier en andere kruiden in de neus en aroma’s die doen denken aan een droge oloroso, vluchtige zuren, strak en droog van smaak, te ver ontwikkeld.
2e fles; vergelijkbare kleur en geur, maar droger.

Rubini, Refosco, 1983
Opvallend frisrode kleur, veel fruit als rozenbottel in de geur naast gedroogde bloemblaadjes, mooi geconcentreerd, levendige zuren, prima balans en nog altijd volop leven, afdronk iets beperkt qua expressie en lengte, beslist niet over zijn top.

Az. Agr. Simocelli Armando, Marzemino, 1982
Bruine gekleurd; in zowel geur als smaak te ver ontwikkeld; helaas.

Tenuta Maseria Florio, Tazzelenghe, Ronchi di Buttrio, 1976
Nauwelijks kleur meer, zeer ver ontwikkeld in zowel kleur, geur als smaak; hoge zuren, allerlei vluchtige tonen; beste tijd gehad.

Elvio Cogno, Boschi di Berri (Dolcetto), 1979
Rijpe Dolcetto, licht oxidatief, wat houtinvloed, volop impressies van kriek en kirsch, structuur is goed, zuren op de juiste plaats, fruit nog altijd aanwezig, geen enorm lange afdronk, maar schoon en fruitrijk; zeer goed. Compliment aan de druif, zijn terroir en de wijnmaker!

Deed het fantastisch bij de slakjes

Elvio Cogno, Nassone (Dolcetto), 1973
Geur lijkt op de Boschi di Berri, maar is veel verder ontwikkeld; overwegend herfstimpressies, gedroogde vlees en gedroogd fruit; ontwikkeld en ver gerijpt, maar genietbaar en blijft toch heel bijzonder, een drinkbare Dolcetto van bijna 40 jaar oud.

Cantina Sociale Riunite, Vino Riserva Oltrepo Antico Piemonte (Bonarda?), 1958
Intens geurend naar karamel, veel laurier, in de mond sherry-achtige tonen, proefbaar maar niet geweldig, drogende tonen en hoge, oude zuren geven de wijn een uitgeblust karakter, niet zo vreemd voor een eenvoudige wijn na ruim 50 jaar….

Cantine Ercole Giovara, Cerasuolo, Piëmonte, 1964
Rosé van Cerasuolo uit Piëmonte van bijna 50 jaar oud! Het kan bijna niet extremer. Fraaie donkerroze kleur, wel wat evolutie, maar heeft nog altijd fruit dat versmolten overkomt met zachte herfsttonen; impressies van gedroogd rood fruit staan overeind en centraal in geur en smaak;  mooi droog, evenwichtig en zelfs nog sappig met accenten van gekonfijte aardbeitjes; goed en heel verrassend

Cantine Sabea, Vino Etna Rosso “Ciclopi” Riserva Duca di Mr Bianco, 1965
Koffie en cacao in de neus met oxidatieve tonen, de smaak is dun en de wijn verschraald; helaas.

Caparra & Siciliani, Ciro Riserva, 1963
De geur is ontwikkeld, maar rijk; de smaak droog, frisser, beter dan de geur en meer dan correct, subtiel en fragiel, nog levend. Verdient als erg eenvoudige wijn van de veelal onbekende Gaglioppo-druif uit deze ondergewaardeerde streek een moment van bezinning en respect. Het hoeft dus niet allemaal duur en fameus te zijn om van te kunnen genieten.

Marchesi Frescobaldi, Mormoreto, 1985
Geur komt oxidatief over, niet helemaal fris meer, veel hout en kruiden, smaak is beter met nog wat donker fruit en sap, impressies van gedroogde kruiden en de nodige tannine; fruit is niet meer in optimale conditie, maar nog altijd proefbaar.
Met dank aan Jan Ronald Boering

Marchesi Frescobaldi, Montesodi, Chianti Rùfina Riserva, 1983
De Montesodi is een wijngaard op circa 400 meter hoogte, aangeplant met Sangiovese. In 1974 werd er voor het eerst een single-vineyard wijn van gemaakt.
Elegante kleur; in de neus ceder, hout en nog altijd fruit, de smaak is opvallend sappig en levendig, goede structuur met rijpe, natuurlijke tannine, mooi zoet fruit en een fraaie balans; evenwichtige edele wijn, mooi ontwikkeld en met behoud van lengte; bewijst de klasse van de Montesodi. Met dank aan Jan Ronald Boering

Fattoria Selvapiana, Vigna Bucerchiale, Chianti Rùfina Riserva, 1979
Mooie kleur en geur, versmolten rood fruit, fijn en levendig, minerale tonen, veel kersen en bessen, prachtige zuren, tannine geeft structuur, fraaie balans en spanning, nog duidelijk lengte, overtuigende elegantie, het bewijs dat Rùfina een prachtige terroir heeft en Sangiovese hier kan excelleren.

Antinori, Tignanello, Vino da Tavola, 1981
De allereerste keer dat een wijn de naam Tignanello droeg, was het nog een soort nieuwe stijl super-chianti. De 1971 Tignanello was in principe een Chianti Classico, maar dan opgevoed in barriques, van 100% Sangiovese en dus vooral zonder de toen nog de wettelijk verplichte toevoeging van witte druiven. Daarna besloot Piero Antinori om er heel andere wijn van maken om zich nog beter te kunnen onderscheiden en duidelijk te maken wat zijn visie was op de ontwikkeling van de wijnbouw in Toscane. In overleg met meester-oenoloog Giacomo Tachis  werd gekozen voor een blend van circa 80 (later 85%) sangiovese met 20% (later 15%) cabernet sauvignon en cabernet franc. Het eerste jaar dat deze wijn kon worden gemaakt, bleek 1975 en een fenomeen was geboren.
De 1981 heeft een ingetogen geur en blijkt een Tignanello op leeftijd; gerijpt, maar in prima conditie met een fraaie balans, sap, wat tannine en hout, maar vooral mooi fruit,  een aangename vulling en spanning; elegant met overtuigingskracht; de cabernet is te proeven en vult de finesse van de sangiovese aan met kracht en accenten van donker fruit; fraaie wijn met voldoende potentieel om rustig verder te ontwikkelen. Presenteerde zich als één van de jongste wijnen van de avond.
Met dank aan Jan Ronald Boering

Antinori, Tignanello, Vino da Tavola, 1980
Persoonlijk commentaar van Piero Antinori: 1980 was een goed oogstjaar en misschien wel het beste uit de tachtiger jaren. Het was een lang groeiseizoen door iets koelere weersomstandigheden en dat gaf de wijnen meer elegantie dan kracht. Dat komt ook tot uitdrukking in de 1980 Tignanello. Goede evolutie van de kleur met enig bruin op een rode basis; in de neus wat tabak, drop en gedroogde pruimen, fluwelige tanninestructuur, minerale accenten en een zuurgraad die de wijn elegantie en verfijning geeft. Prima voorbeeld van een Tignanello uit een elegant jaar.
Onze ervaring:
Meer ontwikkeling dan de 1981, meer herfst, truffel en paddenstoelen met gedroogde bloemen, ook kruiden en tabak. In de mond de juiste balans, tannine en droging overheersen niet, subtiele fruittonen, alles fragiel en heel licht. Delicate wijn die aantoont hoe aangenaam 1980 in Toscane was en hoe goed Tignanello is. Een ballerina.

Antinori, Tignanello,Vino da Tavola, 1975
De eerste Tignanello in zijn huidige vorm dus.
Persoonlijk commentaar van Piero Antinori: 1975 was één van de beste jaargangen ooit voor Tignanello, een prachtig seizoen dat de wijn veel structuur en intensiteit heeft gegeven. De wijn is nog altijd levendig met een fraaie kleur, intens met wat bruin; tannine is fluwelig en maakt de wijn lang en zoet.
Wij proefden en kregen de nodige discussie over deze wijn. Het niveau in de fles was ‘mid-shoulder’ en over de geur verschillen de meningen van ‘onzuiver’ tot ‘oud’ en ‘te oud’. Smaak is beter dan de geur, maar alles blijft heel fragiel en de aroma’s van de wijn lossen als het ware op in het glas. Twijfels over de conditie van deze fles overheersen.

Tenuta San Guido, Sassicaia, Vino da Tavola, 1974
De geur is niet uitgesproken, wel ver ontwikkeld met wat vermoeid tonen en accenten van kaas; de smaak is beter, vol en duidelijk cabernet met zwart fruit en de juiste houtinbreng, mooie zuren en prima structuur; afdronk is rijk aan tannine, goede body met fruit en sap, middellange afdronk, fraaie verrassing, maakt zijn naam en faam waar, ook al is 1974 geen topjaar.

Castello di Monsanto, Il Poggio, Chianti Classico Riserva, 1972
Een bijzondere wijn uit een jaar dat de meeste producenten graag vergeten. Regen domineerde de oogst en resulteerde in veel trieste wijnen. De heuvel Il Poggio werd aangetast door botrytis, maar de druiven bleken verder gezond. Fabrizio Bianchi besloot er toch een wijn van te maken en zag een unieke wijn ontstaan. De botrytis zorgde voor kleurverlies en geur- en smaakcomponenten die hij in geen enkele andere Poggio aantrof. Een intrigerende wijn; door hem vaak omschreven als een afrodisiacum. Geurt naar een witte wijn, impressies van abrikozen, noten, mint en crème; de smaak is goed, eigenzinnig met intrigerende zoete tonen tegenover frisse zuren, heel apart maar in de goede zin van het woord; gemiddelde structuur met eigenzinnig karakter en allesbehalve over de kop. Met dank aan Natascha Sonnemans.

Fattoria di Nozzole, Nozzole, Chianti Classico,1969
Lichte, transparante kleur en een zachte, elegant geur; fraaie, typische oude Chianti, veel meer potentieel dan bij de meeste mensen (en producenten) bekend is; subtiel, fijntjes, maar blijft goed overeind, gedroogde fruit, florale tonen en prima balans, iets droog, middellange afdronk; edele wijn.

Paolo Cordero di Montezemolo, Barolo, 1969
Wisselende beoordelingen. Sommigen vonden de wijn te oud, anderen genoten van de traditionele kleur, geur en smaak van gerijpte Nebbiolo met impressies van teer, rozen, zuren geven spanning en tannine die nog heel voelbaar is; de nodige droging en hoge zuren in de finale.

Travaglini Giancarlo, Gattinara, Selezione Numerata, 1968
Ontwikkelde aroma’s maar beduidend frisser dan de Barolo uit 1969; mineralen en veel fruit, gedroogde rode vruchten, rozen, drop, hint van teer, typisch Nebbiolo; heel zuiver en elegant, zoet middenrif, gedroogd rood fruit, wat witte peper, tannine aanwezig maar gedoseerd en ondersteund door fruit; zeer fraai in alle opzichten.

Scarzello Giorgio F.lli, Barolo, 1965
Roze kleur, zeer licht, belegen geur met accenten van rozen, zacht van smaak en drinkbaar met rinse zuren, maar wel heel ver ontwikkeld, afdronk is kort en wordt gedomineerd door bitters, wijn blijft enige tijd in balans, maar valt uiteen bij langer openstaan; niet groots en na ruim 45 jaar (!) over zijn hoogtepunt heen, maar beslist genietbaar.

F.lli Cavallotto, Barolo Riserva, 1964
Fraaie afgeronde geur, opvallend fris en levendig, beduidend jeugdiger dan de Scarzello uit 1965; mooie delicate wijn met tonen van specerijen, herfst en rood fruit; prima balans en voldoende grip en smaak; klein bittertje in de afdronk waarin ook florale tonen (gedroogde rozen) naar voren komen; aangename, zachte, ontwikkelde wijn; zeer goed.

Gaja, Barbaresco, 1962
Duidelijk geëvolueerd, maar de geur staat nog overeind, nog altijd de typiciteit van Nebbiolo met voldoende rood fruit, wat teer, leder en florale tonen; de smaak is even elegant als vol, veel evolutie, maar nog in goede conditie, tannine en warme gloed van alcohol in de afdronk; netjes.

Luigi Ferrardo, Carema, 1970
Mooie rode kleur, geur bevat nog jeugdige tonen, smaak is vol met prachtig zoet rijp fruit en florale accenten, een mooie balans, fris en spannend met veel concentratie, de lange afdronk belooft veel, zeer complete wijn met nog meer toekomst, presenteert zich als een charmeur; zeer fraai.

Luigi Ferrardo, Carema, 1957
Veel ontwikkeling in kleur en geur; licht rood met een bruine gloed maar met een goede intensiteit; in de neus eerst terughoudend, heeft lucht nodig en geeft dan een mooi geurpalet met rozen, noten, kruiden als laurier en kruidnagel met peperige accenten; in de mond is de wijn zacht en vol, met zoet fruit, malse tannine en zuren die relatief jeugdig overkomen; de wijn groeit in het glas en toont pas na een kwartier zijn volledige kracht, complexiteit en finesse; subtiele tonen van rozen, fijne, zoete specerijen, vers- en gedroogd fruit tegen een minerale achtergrond; grootse wijn

De conclusie:
Het is een gegeven dat de meeste wijnen gemaakt worden voor directe consumptie. Ik ben de laatste die wil beweren dat je wijnen eindeloos moet bewaren. Maar het feit is dat deze proeverij onomstotelijk aantoont dat er heel veel wijnen zijn met een ongekend, verholen rijpingspotentieel. Bewezen werd dat ze het vermogen hebben om na 30, 40 en zelfs 50 jaar, mensen te verrassen met fraaie, intrigerende aroma’s die slechts weinigen kennen. De jongste wijn van de avond was meer dan 25 jaar oud, de oudste wijn bijna 55. Het merendeel presenteerde zich van nog altijd drinkbaar, tot prachtig met nog meer potentieel, zelfs wijnen die destijds een habbekrats kostten. De wijnen gaven aan dat het zinloos, dom, zonde en triest is dat oudere wijnen zo weinig respect krijgen.

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.

Geef een reactie