Fred Nijhuis

Your favorite Dutch wine writer

NCS werkt graag samen met:

Dogliani, dolcetto & dreamsDogliani, dolcetto & dreams

Dogliani, Dolcetto & Dreams

Dromen kennen we allemaal, Dogliani en haar Dolcetto wellicht minder; reden voor een nadere kennismaking.
Dogliani is een gemeente in het zuiden van Piemonte, tussen Barolo in het noorden, de Alta Langhe in het zuiden, ten oosten van de vlakten van Cuneo en ten westen van de Belbo vallei. De wijngaarden liggen hier hoger dan in bijvoorbeeld Barolo of Barbaresco en deze hoogte geeft samen met de invloed van de nabij gelegen Ligurische Apennijnen en de Maritieme Alpen, een koel relatief  klimaat. Ideaal voor de dolcetto, want deze druif ontwikkeld zijn fijne aroma’s alleen in een evenwichtig klimaat zonder extreme temperaturen. De 250 tot 700 meter hoge heuvels stammen uit het Plioceen en zijn rijk aan fossiele maritieme resten in een dunne laag zand en veel grijze, zilte mergel.

Dogliani in Piemonte mag worden beschouwd als de bakermat van de dolcetto. Al in de 15e eeuw wordt er verwezen naar deze druif en hij is nog immer een vaste waarde in de wijngaarden in dit deel van de Langhe. Jammer genoeg is de intrinsieke waarde van de druif lange tijd onbekend en ondergewaardeerd geweest. Zeker in de districten rond Barolo en Barbaresco waren (en zijn) de allerbeste wijngaarden voorbehouden aan de nebbiolo. Op percelen van gemiddelde kwaliteit staat barbera aangeplant, waardoor de dolcetto maar al te vaak  genoegen moet nemen met de resterende delen. Dat deze keuzes consequenties hebben ten aanzien van de kwaliteit van de wijn, spreekt voor zich. 
 
Over het algemeen wordt de dolcetto in deze gebieden beschouwd als een correcte, aanvullende druif, geschikt voor lichte, verteerbare wijnen bedoeld om te drinken bij de lunch, als onschuldig aperitief of als enkelvoudige huiswijn. Maar er is ook een ander type dolcetto, een dolcetto die een veelbelovende keerzijde laat zien. Het is te vergelijken met de wijnen uit Nizza. Daar beschikt men over perfecte wijnaarden voor de barbera en toont deze druif zijn ware gezicht, zijn grootse potentieel en klasse. Hier stijgt de kwaliteit ver boven het gemiddelde niveau van reguliere Barbera’s uit Asti of Alba. En datzelfde geldt voor Dolcetto’s uit Dogliani.

Die klasse is uiteraard het gevolg van belangrijke keuzes, zowel in wijngaard als kelder. In Dogliani speelt de dolcetto gelukkig een hoofdrol en worden uitsluitend de beste wijngaarden geschikt geacht en gemaakt voor de dolcetto. Dat op zich verklaart al het enorme  kwaliteitsverschil met dolcetto’s uit andere gebieden in de Langhe. De dolcetto is hier geen bijproduct, maar de meest prestigieuze wijn en om deze simpele reden krijgt hij ook in de kelder alle aandacht die hij vraagt en verdient.

Fraaie dolcetto’s uit Dogliani dus, maar dat is nog geen garantie voor succes. Het imago van de dolcetto is namelijk een probleem. Het valt niet mee om naam te maken als kwaliteitsproduct als je doorgaans wordt geassocieerd met karafjes anonieme huismeuk van 2 euro per liter. En eerlijk is eerlijk, lange tijd was er ook geen duidelijke reden om de kwaliteit van dolcetto te promoten.

Tot in de tweede helft van de jaren tachtig van de vorige eeuw, bottelde slechts een handje vol producenten hun wijn zelf. De meeste druiven werden verkocht aan de coöperatie of wijnhuizen in het aangrenzende Barolo-district. De destijds zeer jonge en uiterst ambitieuze oenoloog Giuseppe (Beppe) Caviola herontdekte de kwaliteiten van de dolcetto en legde de basis voor de hedendaagse realiteit; hernieuwd succes met een nog meer belovende toekomst.

Caviola zocht de grenzen van het (on-)mogelijke op, door dolcetto’s te maken met een enorm concentraat en een intense houtlagering, uiteraard in nieuwe Franse barriques. Zijn eerste edities van de Cru Bric du Luv verbaasden de wijnwereld en veel eer (en punten) vielen hem ten deel. Maar zoals met vrijwel alle innovatieve wijnen uit die tijd, bleken de meeste in zowel letterlijk als figuurlijk opzicht, over een beperkte houdbaarheid te beschikken. Men moest terug naar de basis, terug naar klassieke waarden om de juiste balans tussen innovatie en authenticiteit te herstellen en de toekomst veilig te stellen. Na een reeks indrukwekkende, maar niet zelden ondrinkbare wijnen, wist men traditie en moderne inzichten samen te brengen in wijnen waarin het werkelijke potentieel van de druif, zijn terroir en het talent van de wijnmakers weerspiegelden.

Caviola maakte zijn dolcetto in Montelupo, nabij Alba (hoewel hij nu in Dogliani woont en werkt), maar uiteraard ontging zijn baanbrekende werk verschillende producenten in het gebied van Dogliani niet. Een aantal werkte nauw samen met hem en al snel droomden ook zij van nieuw succes voor hun dolcetto. Tot de initiatiefnemers behoorden o.a. Pecchinino en San Fereole. Gezamenlijk ontdekten ze hoe ze hun dolcetto konden perfectioneren.

Dat bleek geen eenvoudige opgave, want de dolcetto is alles behalve een gemakkelijke druif om mee te werken. Zo is de dolcetto in de wijngaard minstens zo veeleisend in de kelder. Hij groeit onstuimig en waar de nebbiolo doorgaans keurig in het gelid blijft en z’n wijngaarden slechts 1 x per week tot 2 weken onderhoud vragen, dient men die met dolcetto vrijwel dagelijks te bewerken. De uitlopers groeien in alle richtingen en vormen al snel een kluwen. Om goede beluchting, belichting en betere groei, snoei en oogst mogelijk te maken,  dient men de takken te ontwarren en goed te positioneren. Daarnaast is de dolcetto erg gevoelig voor het weer. Grotere temperatuursverschillen kunnen het verlies van hele trossen veroorzaken en onregelmatige rijping, rot en andere aandoeningen komen frequent voor. Om wildgroei te beperken en onderhoud te vergemakkelijken werd hoge snoei vervangen door een lage Guyot en ook werd ‘sexuele verwarring’ toegepast in de strijd tegen de tignola (Lobesia botrana). Onder invloed van zowel de klimaatsveranderingen als de aangepaste snoeimethode rijpen de druiven beter en eerder. De laatste 15 jaar is veel eerder geplukt (m.u.v. jaren als 2002, 2005 en 2008) dan vroeger gebruikelijk was. Door zijn onstuimige leven, geeft de dolcetto zijn beste fruit wanneer de plant tussen de 20 en 35  jaar oud is. Meestal wordt hij na 40 jaar gerooid, omdat de opbrengst dan veel te laag wordt en de wijngaarden teveel gaten vertonen door afgestorven planten. Het is praktischer de gehele wijngaard ineens te vernieuwen dan telkens individuele planten te vervangen.

Zijn de druiven eenmaal geoogst, dan blijft de dolcetto veel aandacht vragen. Het behoud van fruit en het temmen van z’n stevige tanninestructuur zijn de grootste uitdagingen voor de wijnmakers. De dolcetto heeft voor beide problemen veel zuurstof nodig. Waar de nebbiolo zich in de weken (tot maanden) na de gisting graag in alle rust ontwikkeld, schreeuwt de dolcetto om zuurstof.
Door zijn gevoeligheid voor reductie verliest hij echter snel zijn fruit en dient hij frequent te worden overgestoken. Wekelijks tot zelfs dagelijks moet de wijn in de vaten worden geproefd om het juiste moment te kiezen. Ook voor het afbouwen van tannine is zuurstof nodig. Tot voor kort werd door verschillende producenten micro-oxidatie toegepast, maar veel producten geven nu de voorkeur aan het gebruik van niet al te grote (of te kleine) houten vaten. De ontwikkeling in hout blijkt gelijkmatiger en geeft uiteindelijk betere, meer stabiele resultaten. Ook de verdere lagering in hout is tegenwoordig beter onder controle. Waar men vroeger vaten van allerlei houtsoorten gebruikte, van  kersenhout, kastanje, acacia en zelfs perzik, ging men langzaam maar zeker over naar Slavonisch of Frans eikenhout. Wijnmakers als Pecchinino brachten hun houtopvoeding terug van 18 maanden in Franse barriques tot 12 maanden in grote vaten van 3000 liter, wat de balans, de drinkbaarheid en het ontwikkelingspotentieel ten goede is gekomen.

Beter werk in de wijngaarden, beter werk in de kelders en veel betere wijnen dus. Maar dat bleek niet genoeg voor commercieel succes. Omdat de naam dolcetto besmet bleef, hebben de producenten uit Dogliani in 2004 besloten om voor hun beste wijnen nog uitsluitend de naam Dogliani te gebruiken. De DOCG die in 2005 werd toegekend draagt dan ook deze naam. Alleen op het ruglabel is de naam van de dolcetto nog te vinden. Hun primaire doel
is de unieke terroir van Dogliani te benadrukken en secundair de dolcetto als ultiem middel, zoals ook in de Bourgogne gebruikelijk is. Hun voorbeeld wordt gevolgd door de diverse andere regio’s waar wijnen eveneens met vergelijkbare imago-problemen worstelen. Denk daarbij aan de barbera’s uit Nizza die formeel nog altijd een Barbera d’Asti zijn en Chianti Rùfina, dat zijn eigen identiteit en specifieke kwaliteiten maar niet kan loskoppelen van de te generieke term Chianti.

In Dogliani blijkt men bereid en in staat om de unieke kwaliteiten van hun terroir (en druif) uitstekend te benadrukken, zoals uit een nadere kennismaking bleek. De door Gheusis georganiseerde persreis leverde niet alleen een goed beeld op van de locale cultuur en natuur, maar ook andere unieke streekproducten, waaronder de fameuze Bue Grasso tijdens de Fiera del Bue Grasso in Carrù.

 

Maar uiteraard stond vooral het potentieel van de dolcetto en haar wijnen centraal, en niet ten onrechte. Dogliani levert prachtige wijnen op die niet voor niets hoog scoren in allerlei competities en in diverse wijnbladen. Een proeverij  met oude wijnen in restaurant de  Opera in Den Bosch eerder dit jaar, toonde ook aan dat het (bewaar-)potentieel niet onderschat mag worden.
Voor de toekomst staat een verdere ontwikkeling en promotie van de streek, haar druif en haar wijnen op het programma. Alessandro Masnaghetti heeft de streek al uitgebreid in kaart gebracht en de verschillende terroir onderscheiden. Een regulering van cru’s lijkt een volgende stap om de kenmerken en kwaliteiten van de diverse terroirs te benadrukken. Redenen genoeg om Dogliani en haar wijnen in de gaten te blijven houden.

Plaats een reactie