Fred Nijhuis

Your favorite Dutch wine writer

Ligurië

Ligurië

Impressies workshop Ligurië

Het is de twee na kleinste regio in Italië, maar wat heeft de streek toch veel te bieden. Het verbindt Frankrijk met het Italiaanse achterland, beschikt over een magnifieke kustlijn, fotogenieke dorpjes, de meest verfijnde olijfolie, een rijke haven, waardevolle industrie, fraaie natuur en unieke wijnen.

Vermentino!
Het eerste wat me te binnen schiet als ik aan Ligurische wijnen denk, is het misverstand over de vermentino druif. Vaak wordt deze afgeschilderd als ‘mwah’ en hoe kortzichtig zijn de mensen die deze mening zijn toegedaan! Wat deze druif hier presteert is geweldig; prachtige wijnen met de  complexiteit, energie en lengte waar een ieder enthousiast over kan en moet worden. Maar er is meer te beleven op het gebied van wijn in Ligurië; fantastisch rood bijvoorbeeld, vaak van lekker eigenwijze, authentieke druivenrassen, zoals de Rossese. Tijdens de workshop Ligurië bespraken we alle bijzonderheden en proefde we een zeer boeiende reeks wijnen. Daags na de workshop kwamen er nog wat aanvullende wijnen binnen die uiteraard ook met zeer veel interesse en aandacht werden geproefd.

Wijnbouw
Ligurië, genoemd naar de Liguriërs, heersers van het noordwesten van Italië in de eeuwen voor het Romeinse Rijk, legden al de basis voor verschillende nederzettingen op de route van Italië naar Frankrijk. Na hen koesterden ook de Romeinen, Lombarden en Franse overheersers (o.a. het huis van Savoy) de natuurschatten en de strategische ligging met toegang tot het Europese vasteland, de Middellandse Zee en daarmee de hele wereld. Wijn is al duizenden jaren onlosmakelijk verbonden met Ligurië, ook al is het wijngaardareaal altijd bescheiden gebleven qua omvang, vooral vanwege een gebrek aan vlakkere delen. Ondanks die beperkte omvang (momenteel ca. 1500 ha), is de variatie aan druiven (en daarmee wijnen) vrij groot. De regio telt zeker 100 verschillende druivenrassen, waarvan een deel vrijwel nergens anders voorkomt. Van de ongeveer 4000 wijnboeren, maken er 1800 zelf wijn, meestal voor eigen gebruik; het overgrote deel van de druiven gaat naar cooperaties of grotere commerciële bedrijven. Witte wijnen nemen zo’n twee derde van de totale productie voor hun rekening. De kleine hoeveelheden wijn, maakt dat ze wereldwijd weinig aandacht krijgen, terwijl de regio vele fijne wijnen voortbrengt die uitstekend aansluiten op de vraag naar meer verteerbare wijnen die uitstekend in te passen zijn in de hedendaagse gastronomie.

Terroir
In de workshop uiteraard ook de nodige aandacht voor de terroir van Ligurië. Qua bodem kunnen we relatief kort zijn; die wordt gedomineerd door de bergen, zowel Alpen als de Apennijnen, beiden ontstaan door de botsing van de Afrikaanse met Eurazische plaat, zo’n 20 tot 15 miljoen jaar geleden.
De rotsachtige bodem si er rijk aan kalksteen, ijzeroxide, aluminium, graniet en leisteen, vaak met een dunne toplaag die arm aan organisch materiaal is. Lagere wijngaarden hebben vaak alluviale afzettingen met klei, zand en grind en zijn doorgaans meer vruchtbaar. Het klimaat is mild mryt uiteraard veel Mediterrane invloeden. In het bergachtige binnenland lopen de temperaturen meer uiteen en komt ook vorst voor. Regen is geen onbekend fenomeen, vaak vormen er zich voor de bergen wolken die voor de nodige neerslag zorgen.

Druiven
Ligurië telt zeker 100 druivenrassen, zowel nationale en internationale als regionale die we vrijwel nergens anders aantreffen, zoals de Bianchetta Genovese, Bosco, Cimixà (Scimiscià), Granaccia, Neyret, Ormeasco en de Tabacca (Massarda). De Vermentino is, met een aandeel van 23% van de totale aanplant, de belangrijkste druif in Ligurië. De druif gedijt er uitstekend en geeft wijnen die veel meer te bieden hebben dan men over het algemeen verwacht, zoals de wijnen van o.a. Lunae-Bosoni aantoonden. De Pigato is een specifiek biotype van de Vermentino (net als de Favorita in Piëmonte) en de Pigato van Bruna bevestigt dat het potentieel van de druif (druiven) niet worden onderschat. Op het gebied van rood zijn het vooral de Rossese en Albarola die opvallen in Ligurië. De eerste is in staat om verfijnde wijnen op te leveren; elegantie, fraîcheur en verteerbaarheid staan centraal in de wijnen, zonder dat ze daarbij inboeten aan structuur, de tweede heeft een rustieker karakter. Tot de andere druivenrassen in Ligurië behoren o.a. de Chardonnay, Müller Thurgau, Pinot bianco, Traminer aromatico, Gamay, Pinot nero, Merlot, Syrah en de Nebbiolo.

DOP’s
Ligurië heeft geen wijnen met DOCG-status en lange tijd was de Rossese di Dolceacqua de enige DOC. Inmiddels zijn er acht bekend; Cinque Terre, Cinque Terre Sciacchetrà, Colli di Luni, Colline di Levanto, Portofino/Golfo del Tigullio-Portofino, Pornassio/Ormeasco di Pornassio, Riviera Ligure di Ponente, Dolceacqua/Rossese di Dolceacqua en Val Polcèvera DOC.

De wijnen:
Het viel in eerste instantie niet mee om een mooie selectie wijnen te verzamelen, want het aanbod in Nederland is uiterst beperkt en de regio niet echt ingesteld op internationale promotie etc. Ook het feit dat de meeste producenten maar een zeer kleine productie hebben, speelde een rol. Desalniettemin konden we dankzij de hulp van importeurs als Anfors-Imperial, Villa Fattoria en Licata (B) een interessante reeks wijnen proeven, aangevuld met een boeiende wijn die een trouwe deelnemer aan de workshops inbracht. Indruk maakten niet alleen de wijnen van Maixei, Anfossa, Maccario Dringenberg en Terre Bianchi, maar eigenlijk die van alle producenten. De gemiddelde kwaliteit in de regio ligt hoog!

Natuur
Enige tijd na de workshop ontving ik door bemiddeling van David de Ranieri nog eens 4 wijnen, allen van producent Daniele Parma. Parma maakt ‘natuurlijke’ wijnen, d.w.z. zonder kunstmatige gistculturen of andere additieven, sulfiet wordt evenmin toegevoegd en hij filtert zijn wijnen niet. Ik proefde drie van zijn witte wijnen en een rode, waarvan vooral de witte me bijzonder goed bevielen. Alle wijnen zijn niet gefilterd en bezitten veel depot, iets wat nog altijd voor wat onrust zorgt bij mensen die dat niet gewend zijn, maar geen effect heeft (als het goed is) op de kwaliteit van de wijn. Bij witbier vinden we dat heel normaal, bij wijn is de massa nog niet zo ver. De wijnen bleken loepzuiver (wat helaas niet van alle natuurwijnen gezegd kan worden) en zeer verteerbaar; beslist aanbevelingswaardig en….. nog niet in Nederland vertegenwoordigd.   

We proefden:

  • Daniele Parma, OUA, Colline del Genovesato Bianco IGT, 2018
  • Daniele Parma, OUA2, Colline del Genovesato Bianco IGT, 2018
  • Daniele Parma, BERETTE, Colline del Genovesato Bianco IGT, 2018
  • Daniele Parma, Portofino Rosso DOC, 2018

  • Lunae-Bosoni, Vermentino Etichetta Grigia, Colle di Luni DOC, 2019
  • Lunae-Bosoni, Vermentino Etichetta Nera, Colle di Luni DOC, 2019
    Importeur: Villa Fattoria

  • Bruna, Pigato le Russeghine, Riviera Ligure di Ponente DOP, 2017
  • Bruna, Bansigu, Colline Savonesi DOP, 2018
  • Bruna, Pulin, Colline Savonesi DOP, 2017
    Importeur: Licata (B)

  • Perrino Antonio, Testalonga, Dolceacqua DOC, 2019
  • Perrino Antonio, Testalonga, Dolceacqua DOC, 2017

  • Maixei, Dolceacqua DOC, 2019
  • Maixei, Dolceacqua Superiore DOC, 2018

  • Tenuta Anfosso, Poggio Pini, Rossese di Dolceacqua Pini Superiore DOC, 2017
  • Tenuta Anfosso, Luvaira, Rossese di Dolceacqua Pini Superiore DOC, 2017
    Importeur: Wijnhandel Koninginneweg

  • Maccario Dringenberg, Luvaira, Rossese di Dolceacqua Luvaira Superiore DOC, 2015
  • Maccario Dringenberg, Curli, Dolceacqua DOC, 2017
    Importeur: Anfors-Imperial

  • Terre Bianche, Bricco Arcagna, Dolceacqua DOC, 2017
  • Terre Bianche, Dolceacqua DOC, 2019

  • Ka Manciné, Beragna, Dolceacqua DOC, 2019
  • Ka Manciné, Galeae, Dolceacqua DOC, 2019

  • N. Sassarini, Cinqueterre Sciacchetra Riserva, 1997

Deel dit bericht:

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Umberto Cesari

Umberto Cesari

Ik mocht een serie wijnen van Umberto Cesari proeven, één van de eerste producenten uit Romagna die zich daar op kwaliteitswijnen richtte.

Het begint allemaal wanneer Umberto Cesari (†2019) zo’n 60 jaar geleden kennis maakt met wijn in de Osteria (nu Ristorante) Da Cesari van zijn vader Ilario in het historische centrum van Bologna. Culinaire aspiraties heeft hij niet, maar wijn blijkt een onweerstaanbare aantrekkingskracht te hebben, vooral omdat hij van mening is dat het veel beter kan. Samen met zijn vrouw Giuliana koopt hij in 1964 zijn eerste wijngaarden in de heuvels bij Castel San Pietro en legt er de basis voor een uiterst succesvol familiebedrijf. In die tijd is de Sangiovese een nog ongekroonde koning in Romagna, want de wijnboeren hebben opmerkelijk weinig vertrouwen in hun eigen terroir en deze edele druif. De meeste Sangiovese wordt in bulk verkocht, veelal aan producenten in Toscane die ze graag gebruiken om hun wijnen meer kleur en structuur te geven.

Ambasciatore del Sangiovese
Umberto Cesari begint zijn avontuur zonder geld of opleiding, maar deze beperkingen worden ruimschoots gecompenseerd door een overdosis vertrouwen, moed en inzicht. Langzaam maar zeker groeit het bedrijf van 20 hectare tot de huidige 355, waarvan er nu 175 eigendom zijn en beplant met wijnstokken. Sangiovese speelt uiteraard een hoofdrol (Cesari was niet voor niets Ambasciatore del Sangiovese), maar ook ander inheemse druivenrassen zoals de Albana, Trebbiano en Grecchetto worden er gekoesterd. In de loop van de jaren worden ook Merlot, Cabernet Sauvignon Chardonnay en Sauvignon Blanc aangeplant, rekening houdend met de internationale markten waar Cesari actief is, zoals Canada.

Bolides, sport en kunst
De groei van de organisatie stelt Cesari ook in staat om zich op andere aspecten dan alleen wijn te richten. Zo werkt Cesari niet alleen graag samen met de ‘Britse’ autofabrikant Aston Martin, maar ook met de ‘buren’ Ferrari en Lamborghini. Daarnaast steunt men diverse sportieve activiteiten (voetbal) en promoten ze talentvolle kunstenaars via de vierjaarlijkse Umberto Cesari Art Contest. Deze competitie is geïnspireerd op het gebruik van de ‘le Bagnanti’, een schilderij uit 1915 van de befaamde schilder Giorgio Morandi. Hij bezocht de Osteria van de Cesari’s regelmatig en nam vaak lege flessen mee naar huis als onderwerp voor zijn stillevens. Het schilderij sierde één van de wijnen van Cesari en met ingang van 2011 werd besloten wijnen op de markt te brengen onder de naam MOMA (My Own Masterpiece), voorzien van het winnende ontwerp van de Umberto Cesari Art Contest.

Modern en duurzaam
Alle wijnen komen uit de ultramoderne productiefaciliteiten in Castel San Pietro Terme waar de modernste technieken worden ingezet voor een grote reeks wijnen. Ongeveer 50% van de druiven is afkomstig van eigen wijngaarden, de andere helft (o.a. voor MOMA) komt van boeren met wie men langdurige contracten heeft afgesloten voor de levering van druiven. In samenwerking met een groep oenologen en agronomen én de Universiteit van Bologna werkt men aan projecten voor ecologisch verantwoorde wijnbouw. Umberto’s kinderen Gianmaria en Ilaria hebben de dagelijkse leiding van het familiebedrijf waar moeder Giuliana ook nog altijd werkzaam is.

nu 

Mooie pers
Naar aanleiding van een persbericht over mooie scores die (o.a.) Jancis Robinson had toegekend, ontving ook ik enkele proefflessen. Ik proefde ze ‘in goed gezelschap’ en tekende de volgende ervaringen op.

Liano, Chardonnay Sauvignon blanc, Rubicone IGT, 2018
Een licht parelend uiterlijk dankzij wat koolzuur; in zowel de neus als mond heel fris en licht in alle opzichten, klein accent van boterbabbelaars, goed gemaakte allemansvriend

Liano, Sangiovese Cabernet sauvignon, Rubicone IGT, 2017
Warme, gulle wijn met veel rijp fruit, en ook drop, laurier en mokka; een zoete toets maakt de wijn ‘commercieel verantwoord’; niet helemaal mijn ding, maar mijn proefmaatje genoot er volop van.

Laurento, Romagna Sangiovese Riserva DOC, 2017 
Wat strakker in de neus dan de Liano, maar goed saprijk met wat tannine voor grip en structuur, fijnen zuren geven de juiste spanning en het hout is fraai verweven; erg nette Romagna Sangiovese!

Tauleto, Sangiovese Rubicone IGT, 2014
Krachtig, rijk en diep met impressies van donker fruit, mooie houttonen (zoethout, koffie en tabak) en prima zuurgraad; saprijke wijn met veel smaak, modern gestileerd (getoast hout) en tannine duidelijk aanwezig, maar alles harmonieus; fraaie, gepolijste wijn met een mooi potentieel.

Resultum, Sangiovese Rubicone IGT, 2012
Een wijn met veel inhoud, het gevolg van een strenge selectie van de druiven; de wijn is intens en heftig met een krachtige tanninestructuur die om geduld of compensatie van eten vraagt; de houtlagering in grote houten vaten is voelbaar, vooral in de finale; serieuze wijn met authentiek, klassiek karakter die veel lucht nodig heeft. Restantje in de fles toonde zich na viere dagen erg fijn… 

Colle del Re, Albana Passito DOCG, 2012
In zowel neus als mond veel karamel, honingraat en zowel ingemaakt- als gedroogd fruit, niet te zoet en keurige balans, ondanks redelijk wat alcohol; niet de meest intense of complexe wijn, maar verleidelijk, aangenaam en multi-inzetbaar

De wijnen van Umberto Cesari zijn in Nederland o.a. verkrijgbaar bij: Sligro

Voor meer informatie: Umberto Cesari

Deel dit bericht:

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Druiven, druiven en nog meer druiven…

Druiven, druiven en nog meer druiven...

Resultaten van een onderzoek naar de herkomst van- en relaties tussen Piemontese druivenrassen.

Nebbiolo, Anna Schneider en ik.

Er is al veel gezegd en geschreven over de nebbiolo, onder meer ten aanzien van zijn herkomst en relatie met andere druivenrassen. Een aantal jaren geleden zorgde de bekendmaking dat hij (via de freisa) verwant is aan de viognier enig opzien; weinig mensen hadden dat verwacht.

Enkele weken geleden werd een rapport gepubliceerd naar aanleiding van een onderzoek naar de origine en verwantschappen van (veelal) Piëmontese druivenrassen door Stefano Raimondi, Giorgio Tumino, Paola Ruffa, Paolo Boccacci, Giorgio Gambino & Anna Schneider, verboden aan respectievelijk het National Research Council of Italy-Institute for Sustainable Plant Protection (CNR-IPSP) in Turijn, de Council for Agricultural Research and Economics-Research Centre for Genomics and Bioinformatics in Fiorenzuola d’Arda en de University of Turin-Department of Agricultural, Forest and Food Sciences (UNITO-DiSAFA) in Turijn.

Professor Anna Schneider leerde ik jaren geleden kennen tijdens een seminar over nebbiolo in Sondrio (Valtellina) en sindsdien hebben we zo en toe contact (voor alle duidelijkheid: als ik informatie nodig heb 😉). Ze stuurde me een link naar het rapport en ik maakte er het volgende verslag van.

Vitis vinifera
Het betreffende onderzoek richtte zich niet alleen op de nebbiolo, maar ook op de barbera en andere druivenrassen uit het noordwesten van Italië. Er zijn er honderden bekend, maar hun verschillen, overeenkomsten en onderlinge relaties waren eeuwenlang onduidelijk. Geen wonder, want in de loop van de eeuwen hebben zich er duizenden ontwikkeld (spontaan of bewust gekruisd of gemuteerd) en/of zijn ze gemigreerd of verdwenen. Onderzoeken in het verleden richtten zich doorgaans op Vitis vinifera-variëteiten, want deze als edel aangemerkte druivenrassen vormen nu eenmaal de basis voor de belangrijkste kwaliteitswijnen. Moderne cultivars (door veredeling of nieuwe kruisingen) krijgen minder aandacht, vooral omdat ze slechts een zeer klein deel van de bijna 7,5 miljoen hectare aan wijngaarden op onze planeet voor hun rekening nemen.

Bekende onbekenden en onbekende bekenden
Van een aantal bekende druivenrassen is de herkomst bekend en vaak zijn allerlei bijzonderheden goed gedocumenteerd, soms al sinds de Middeleeuwen. De Pinot werd bijvoorbeeld al in de 14e eeuw beschreven, Garganega en Nebbiolo zelfs al in de 13e en 12e eeuw. Waar deze en vooral anderen nu precies vandaan komen en hoe ze zijn ontstaan is al heel lang een interessante bron van discussies en misverstanden. Kijken we alleen al naar Italiaanse variëteiten, dan zien we tal van druiven met dezelfde naam, terwijl het geheel andere rassen betreft. Pas in de jaren ’90 van de vorige eeuw werden familierelaties daadwerkelijk aangetoond via DNA-typering. Moleculaire markers leverden indicaties op t.a.v. de geografische oorsprong van oude druivenrassen, hun nakomelingen en verwanten, de geschiedenis ervan en migraties in de loop van de tijd. Vergeten druiven werden (her-)ontdekt, bleken soms de ontbrekende schakel in de geschiedenis van hun nakomelingen en verklaarde niet zelden hoe wilde Vitis vinifera subsp. Sylvestris-variëteiten zich ontwikkelden in gedomesticeerde rassen.

Methoden
Voorheen werd vooral gebruik gemaakt van zogenaamde Simple Sequence Repeats (SSR’s) voor rassenidentificatie en deze techniek vormde ook de basis voor het samenstellen van de Vitis International Variety Catalogue (VIVC). De laatste jaren hanteert men steeds vaker de Single Nucleotide Polymorphisms (SNP’s) dat sneller is, meer informatie oplevert en geautomatiseerde verwerking mogelijk maakt, gebruik makend van het computerprogramma Colony, geschreven door Jinliang Wang. Dergelijke fylogenetische studies (afstammingsgeschiedenis van een groep organismen) baseren zich op de analyse van chloroplast-DNA (DeoxyriboNucleic Acid), dat vrij voorkomt in het stroma (de grondvloeistof) van een chloroplast/bladgroenkorrels en altijd wordt geërfd van de moeder. Daardoor heeft chlorotype-identificatie in de kiemplasma van Vitis vinifera inzicht gegeven in de relaties met de sylvestris-ondersoorten, de oorsprong van oude cultivars en geografische verspreidingspatronen.

Druivenrassen in Italië
Italië behoort tot de rijkste landen waar het de genetische diversiteit in vinifera betreft, zowel in wilde als gecultiveerde vormen, het gevolg van unieke en zeer uiteenlopende ecologische, economische, culturele en geografische factoren. Op de ruim 700.000 ha aan wijngaarden staan maar liefst 1038 druivenrassen die als authentiek Italiaans worden aangemerkt en als zodanig zijn opgenomen in het VIVC. Ter vergelijking: Spanje telt er 348, Frankrijk 552.

Druivenrassen in Piemonte
In Piëmonte zijn 47 lokale druivenrassen toegestaan die allemaal zijn voortgekomen uit natuurlijke hybridisatie of selectie en als autochtoon worden beschouwd, waaronder de nebbiolo, barbera en dolcetto. Naast 20 andere rassen met een bekende buitenlandse oorsprong (chardonnay etc.), zijn er nog bijna 200 originele druivenrassen die slechts in zeer geringe hoeveelheden aanwezig zijn. De meeste daarvan zijn afkomstig van oude tot zeer oude wijngaarden en worden onderzocht o.a. door aanplant in speciale wijngaarden bij Grinzane Cavour, een initiatief van CNR (National Council of Research), IPSP (Institute for Sustainable Plant Protection) en Vignaioli Piemontesi in samenwerking met Agricultural School “Umberto I” en Piemonte Regional Administration, department Agriculture Development.

Onderzoek
Het onderzoek van Raimondi, Tumino, Ruffa, Boccacci, Gambino en Schneider richtte zich primair op traditionele druivenrassen die nu (of in het verleden) in het noordwesten van Italië worden geteeld. Er werden drie hoofddoelstellingen bepaald:

  1. Het beoordelen van de juiste identificatie van traditionele variëteiten o.g.v. DNA-eigenschappen, ampelografische bronnen en historische rapporten
  2. De genealogie en geografische oorsprong van deze druivenrassen onderzoeken, rekening houdend met mogelijke migratie uit andere gebieden.
  3. Het onthullen van de lokale wijngeschiedenis en -cultuur.

Nucleaire en chloroplast-SSR-markers vormden samen met SNP’s de basis voor het onderzoek, aangevuld met additionele methoden voor niet-genotypeerde rassen. Samen zorgden ze voor een stamboom met vrijwel alle druivenrassen en hun wel of niet bestaande onderlinge relaties.

Allereerst werd van 186 unieke genotypen uit Noordwest-Italië de rassenidentiteit bepaald. Zestig genotypen kwamen overeen met variëteiten die waren geregistreerd in de Italiaanse National Grapevine Variety Catalog en de meeste variëteiten met lokale namen werden geïdentificeerd op basis van historisch en ampelografisch bewijs. Een aantal wijnstokken waarvan geen naam bekend was, werden toch geïdentificeerd door kenmerken te vergelijken met betrouwbare historische beschrijvingen en/of beeldmateriaal. Uiteindelijk bleven er 22 ‘onbenoemde’ variëteiten over, waarvan er 10 werden gespecificeerd als “verondersteld” en 12 niet anders dan “onbekend wit” of “onbekend zwart” konden worden genoemd.

Stefano Raimondi
Paola Ruffa
Giorgio Tumino
Anna Schneider
Giorgio Gambino

Coccalona nera
Een opmerkelijke rol bleek de Coccalona nera te spelen, een in eerste instantie naamloze druif uit het zuidoosten van Piëmonte die uiteindelijke een sleutelpositie in het onderzoek innam. Oude beschrijvingen van de druif leidden ertoe de druif Coccalona te noemen, vooral gebaseerd op de overeenkomst van die oude druif met zijn buitengewone overvloed aan bladbeharing (kenmerkend voor gewassen die op diepe bodems worden geteeld) en diverse morfologische kenmerken die op een genetisch relatie met andere variëteiten duidde. Een SSR-vergelijking toonde aan dat de druif identiek is aan de Orsolina uit de provincie Reggio Emilia en de Rohrtraube blaurot, in de 19e eeuw gedocumenteerd als een oude variëteit uit het zuidwesten van Duitsland.

Vals
De specificatie “vals” werd gebruikt voor onjuiste benamingen, zoals de Aleatico uit Paderna (provincie Alessandria) die ten onrechte Aleatico wordt genoemd, omdat er geen enkel verband bleek met de ‘echte’ Aleatico die we veelal in Toscane aantreffen. Ook de Bottagera kreeg het etiket ‘vals’, weliswaar een belangrijke druif in het onderzoek, maar zonder de kenmerken die in historische geschriften werden genoemd (grote druiven en van slechte kwaliteit).

Chlorotypen
Maar liefst 235 nationale en internationale monsters werden verdeeld in chlorotypen. Een chlorotype is een haplotype (een groep van allelen, bepaalde varianten van een gen, die samen worden overgedragen) van een chloroplast (alias, bladgroenkorrels, organellen die gevonden worden in planten en waar fotosynthese plaatsvindt). Deze chlorotypen worden gewoonlijk bevonden in Vitis vinifera (volgens Arroyo-García). Van de 162 Piemontese bleken er 21 type A, 0 type B, 3 type C en 138 type D, bepaald door SSR’s en/of SNP’s. Dit bracht ook 176 ouder-nakomelingen relaties (PO) aan het licht en verwantschappen tussen 169 variëteiten. Van de PO-gerelateerde cultivars waren er 112 afkomstige uit Piemonte (daar gekweekt of gevonden), terwijl er 57 weliswaar typerend bleken voor andere geografische gebieden, maar toch ook met Piëmonte verbonden waren. Het werd duidelijk dat er zich in de loop van de tijd vele variëteiten in Piëmonte ontwikkeld hebben die op een unieke wijze met elkaar verbonden zijn en wijnen met een heel specifiek eigen karakter geven. Type D is overigens niet alleen aanwezig in de Sangiovese en de Vermentino, maar ook in de Cabernet franc en de Cabernet Sauvignon. Type A, typisch voor de wilde vinifera uit West- en Midden-Europa treffen we aan in o.a. de Pinot, de Riesling en de Syrah. Druivenrassen met type C zien we nauwelijks in Italië; een uitzondering is de Gouais blanc en zijn lokale nakomelingen.

Verwant
Hoewel er geen ouder-nakomeling relatie gemeten werd bij bijvoorbeeld de Arneis, Grignolino en Erbaluce, bleken deze wel in hogere mate verwant. Quagliano, Pelaverga piccolo, Verdea en Favorita (alias Vermentino uit Ligurië en Sardinië) bleken daarentegen niet-verwante variëteiten, terwijl de ook de PO-relatie tussen de Albana en de Garganega niet definitief kon worden vastgesteld. Dit laatste had ook te maken met het feit dat niet alle 32 loci (vaste plaatsen van een gen op een chromosoom) van de betreffende druiven gelijk waren en conclusies daarom niet 100% gegarandeerd konden worden. De afwijkingen in de loci zijn waarschijnlijk het gevolg van de accumulatie van somatische (lichamelijke) mutaties na talloze voortplantingscycli van deze zeer oude zaailingen; de geschiedenis van zowel de Albana als de Garganega gaan namelijk tot zeker de 13e eeuw terug. Ook de veronderstelde PO-relatie tussen de Neyret en de Petit rouge werd niet door alle analyses bevestigd. Opmerkelijk genoeg waren er wel weer aanwijzingen die de Nebbiolo en Nebbiolo rosé niet de relatie ouder-nakomeling geven die vaak wordt aangenomen, maar wel een volledige verwantschap als broer en zus.

Bevestiging
Sommige resultaten bevestigden bekende verwantschappen zoals die van de Cabernet Sauvignon, Chardonnay en Muscat rouge de Madère. Deze werden vooral gebruikt als referentie voor LOD-scores (logarithm of the odds, d.w.z. statistische inschatting dat genen erfelijk zijn) en de evaluatie van de IBD-coëfficiënt (identical by descent; identieke allelen met een gemeenschappelijke origine).
Ook relatie van traditionele Piëmontese variëteiten zoals de Malvasia di Casorzo en Ruchè met hun biologische ouder, de Malvasia aromatica di Parma, werd bevestigd, net als de verwantschap van de Moscato bianco als tweede ouder van de Moscato nero di Acqui. Onderzoek van het trio Freisa, Nebbiolo en Avanà leerde dat de Nebbiolo een ‘echte’ ouder is en Avanà (in Frankrijk Hibou noir genoemd) waarschijnlijk de andere ouder. Van 28 van de 44 onderzochte trio’s werden al dan niet bekende relaties aangetoond, zoals het feit dat de Dolcetto is ontstaan uit twee oude druivenrassen die niet langer worden verbouwd en waarvan de gegevens nog uitsluitend in het regionale archief te vinden zijn. Ook de Lambrusca di Alessandria blijkt het nageslacht van druivenrassen die inmiddels zijn verdwenen, terwijl vastgesteld werd dat de Vespolina (uit het noorden van Piëmonte) een afstammeling is van de Nebbiolo. De Barbera bianca bleek geen somatische variant van de normale blauwe Barbera, maar een aparte zaailing die geen enkele genetische overeenkomst heeft met de ‘echte’ Barbera. Vast staat nu ook dat Piëmonte de bakermat is van de Teinturier ad acino rotondo (alias Tintoria Lloyd) met als ouders de Franse Teinturier du Cher en de Neretto duro (alias Balau), allen al eeuwen aanwezig in Piëmonte. In 14 van de 44 trio’s vertoonde één van de twee ouders een ander chlorotype dan de ander, zodat kon worden vastgesteld wie de vader en wie de moeder is, zoals bij de Malvasia aromatica di Parma en de Doux d’Henry.

Broers en zussen
Bij meer dan 20 druivenrassen bleek sprake van een broer-zus relatie, terwijl maar liefst 930 indirecte relaties werden vastgesteld, zoals die van halfbroers, grootouder-kleinkind, vader etc. Niet overal kon met volle zekerheid worden bepaald of er sprake was van een volledig- of halfbroer, maar kon deze wel als ‘waarschijnlijk’ worden aangemerkt. Als referentie werd de relatie van de Chardonnay en de Gamay gebruikt, volle broers van elkaar. Niet helemaal zeker bleek de relatie tussen de Syrah en de Viognier, maar van de Biestro en de Dolcetto (beide nakomelingen van Dolcetto bianco en Moissan) staat de boer-zus relatie wel vast. De relatie van de Fumin-Neyret met de Fumin-Petit rouge lijkt eerder een halfbroersrelatie voor beide paren dan de volledige broer-zus-relaties die eerder werd aangenomen.

Stamvaders
Uit het totale netwerk blijkt dat slechts een handvol druivenrassen een centrale rol speelt en stamvader is voor vele druivenrassen. Aan de ene kant zijn dat de (aromatische) druivenrassen Moscato bianco en Malvasia aromatica di Parma, voorouderen van de Moissan, Coccalona nera en Bottagera (waarvan de naam overigens als ‘vals’ is aangemerkt), aan de andere kant de Lambrusca di Alessandria en de Nebbiolo. Opvallend is het feit dat alleen de Moscato bianco en de Nebbiolo nog een rol van betekenis spelen in de huidige Piemontese wijnwereld.

Hypothetisch
Hoewel concrete bewijzen niet altijd aanwezig bleken, zijn op grond van de reconstructie van genotypen hypothetische schakels toegevoegd aan het ouderschapsnetwerk. O.g.v. deze interpretatie lijkt ‘genotype #2’ bij maar liefst 6 trio’s betrokken te zijn, waardoor bijvoorbeeld de Rastajola aan 5 verschillende partners is gelinkt; de Neretto di Salto, Uvalino, Bordò, Malvasia aromatica di Parma en een onbekende blauwe druif uit de regio Spineto. Genotype #2 zou via een ouder-nakomeling relatie ook gerelateerd kunnen zijn aan de Arneis, Vurpin (vals), Grignolino, Zanello, Bottagera en Nebbiolo. Zij zouden nakomelingen van genotype # 2 zijn, bevindingen die door SNP-gegevens werden bevestigd. De precieze relatie tussen de Arneis en de Bottagera is nog onzeker, hoewel eerder al een aannemelijke volle broer/zus relatie werd gesuggereerd. Wel werd aangetoond dat de Nebbiolo, Nebbiolo rosé, Pignola en Rossola nera dezelfde ouders hebben; het zijn dus volle broers-zussen. Het gereconstrueerde genotype #3 blijkt aanwezig in variëteiten met een relatie met o.a. de  Moscato bianco, i.c. de Millegusti, Brachetto (van Nizza Monferrato) en de (valse) Aleatico; de analyses duiden op een broer-zus relatie. Genotype #3 is ook betrokken bij de oorsprong van de Cardin en de Slarina, deze laatste een historische druif die langzaam maar zeker weer wordt gebruikt voor fijne kwaliteitswijnen.

Oorzaak en gevolg
De oorzaak voor de enorme diversiteit aan druivenrassen is moeilijk te benoemen. Soms was er sprake van een groot verspreidingsgebied en contact met vele andere rassen, waarbij de verspreiding gestimuleerd werd door gunstige eigenschappen zoals een grote groeikracht. Europese genetische grondleggers zoals de Marufo, Hebén en Corna alba hebben vrouwelijke bloemen, zoals ook geldt voor de Malvasia aromatica di Parma. Deze vrouwelijke variëteiten zijn vaak ouder en hebben vaak sterkere nakomelingen dan die voortgekomen uit inteelt (veel rassen zijn hermafrodiet). Welke rol kwekers (o.a. monniken) in de loop van de eeuwen hebben gespeeld is niet altijd duidelijk naar aangenomen wordt dat zij al druivenrassen kruisten en een goed oog hadden voor sterke rassen.

Enkele hoofdrolspelers:

Bottagera (vals)
Een onbekende druif die uit Piëmonte verdween, maar onder de naam Bottagera werd teruggevonden in Valtellina. De naam Bottagera is waarschijnlijk vals, want er zijn geen overeenkomsten met de druif met dezelfde naam. De geschiedenis van dit genotype is onbekend, maar aangenomen wordt dat hij in het verleden wijdverspreid was in Noord-Italië, omdat hij voor vele cultivars heeft gezorgd die verspreid waren over een zeer groot gebied van Lombardije tot in het westen van Piëmonte.

Coccalona nera
Een andere druif die amper meer voorkomt, maar voor vele nakomelingen heeft gezorgd. Tot zijn afstammelingen behoren o.a. de Barbera en de Riesling italico (alias Welschriesling, Graševina of Olasz Rizling). Waarschijnlijk is de Coccalona zelf een kruising van Bottagera (vals) met een onbekende druif die als genotype #1 te boek staat en gereconstrueerd werd met behulp van het computerprogramma Colony. Uit deze onbekende druif kwamen ook andere druivenrassen voort, zoals de Albanina nera, Canaiolo nero en Vermentino nero. De Coccalona was ook bekend in het huidige Baden-Württenberg in Duitsland onder historische synoniemen als Wuellewälsch en Zottelwelscher, waarvan ‘wälsch/welsch’ mogelijk verwijst naar een van zijn kinderen, de Welschriesling alias Riesling Italico. Van de Riesling Italico is overigens de tweede ouder onbekend. Het is onduidelijk of de druif ook in Zwitserland werd verbouwd, zoals het Duitse synoniem Schweizertraube suggereert. Er wordt wel vermoed dat de Coccalona veelvuldig voorkwam, maar verdween door de inferieure kwaliteit van de druiven. In geschriften is te lezen hoe (in zowel Italië als Duitsland) werd geadviseerd deze rampzalige druif te rooien.

Dolcetto
Met 6000 ha, de derde meest aangeplante druif in Piemonte en een nakomeling van de Moissan uit het westen van Piëmonte (en Ligurië) en de Dolcetto bianco uit het zuiden. De druif werd voor het eerst genoemd in 1593 in Dogliani (provincie Cuneo).

Lambrusca di Alessandria
De naam doet vermoeden dat de druif uit de provincie Alessandria afkomstig is en onderzoek heeft ook aangetoond dat zijn ouders, de Neretto di Marengo en Crovìn respectievelijk uit het zuidoosten van Piëmonte en de aangrenzende regio Ligurië komen. Zijn naam verwijst ook naar Labruscae, de Latijnse aanduiding voor wilde wijnstokken, maar van een directe relatie met de Lambrusco uit (o.a.) Emilia is geen sprake. Piëmonte lijkt zijn geografische oorsprong,  zoals ook al eens eerder werd gesuggereerd door Giorgio Gambino.

Malvasia aromatica di Parma
Deze druif werd al in de 16e eeuw genoemd en blijkt nauw verwant aan de Malvasia bianca en de morfologie van de bloemen werd al in 1920 beschreven door F.A. Sannino. Hij leek verdwenen maar bleek rond 1950 toch nog te bestaan rond Parma onder de naam Malvasia odorosissima. Recentelijk is de druif weer aangeplant. Op zich geen bijzondere druif qua hoeveelheid aanplant etc. maar niettemin zeer belangrijk als ouder van vele druivenrassen.

Moissan
Waarschijnlijk geïdentificeerd als de Mauzanetto (“kleine Moissan”) en beschreven door G.B. Croce in 1606. Relatief gemakkelijk te herkennen aan zijn rode stelen, een erfelijke eigenschap die dan ook wordt doorgegeven aan nakomelingen.

Moscato bianco
Ook bekend als de Muscat à petits grains blancs en op grote schaal aangeplant in het Middellandse-Zeegebied en Midden-Europa. De oorsprong staat niet vast, maar de druif is in ieder geval al sinds de 14e eeuw bekend in Piemonte.

Nebbiolo
Deze edele druif werd al in 1266 genoemd en is al eeuwen van groot belang in Piëmonte en aangrenzende wijngebieden in Ligurië, de Valle d’Aosta en Lombardije. Hij behoort tot een groep met 7 variëteiten, waarvan hij de stamvader is, met o.a. de Vespolina, Freisa en de Bubbierasco. Wie de ouders van de Nebbiolo zelf zijn, is nog altijd onduidelijk; waarschijnlijk zijn deze druiven in de loop van de eeuwen verloren gegaan. Nebbiolo rosé, Pignola en Rossola nera zijn volle broers-zussen van de Nebbiolo, waarbij we de Pignola en Rossola nera voornamelijk in Valtellina aantreffen, maar ook in het noordoosten van Piëmonte als Pignolo spano. De Nebbiolo rosè is vrijwel overal aanwezig in het noorden van Italië, met een duidelijke aanwezigheid in Valtellina onder de naam Chiavennaschino (Nebbiolo heet daar Chiavennasca). Refosco nostrano, Marzemino, Refosco dal peduncolo rosso, Spergola, Rossoletta, Orsanella en waarschijnlijk de Ortrugo zijn halfbroers-zussen van de Nebbiolo en ook van de Teroldego wordt verondersteld dat deze een halfbroer van de Nebbiolo is, met een andere link naar de Pinot noir.

Spergola
Niet alleen nauw verwant aan de Nebbiolo, maar blijkt ook identiek aan de Vernaccia di Oristano, de  historische Sardijnse druif. Hij is gerelateerd (ouder-afstammeling) aan de Citronino en de Rapallino, twee druivenrassen uit respectievelijk Piëmonte en Ligurië. Deze gegevens maken het aannemelijker  dat de bakermat van de Spergola het Italiaanse vasteland is en niet Sardinië.

Andere
Van andere druivenrassen werd vastgesteld dat ze juist niet verwant zijn aan de belangrijkste druivenrassen uit het onderzoek, zoals de Verdea, Pelaverga piccolo, Quagliano en Favorita (alias Vermentino). Het ligt voor de hand dat deze druiven een externe oorsprong hebben, ondanks het feit dat de Favorita/Vermentino al in 1658 in Piëmonte werd gedocumenteerd onder de naam Fermentino. De Quagliano bleek identiek aan de Bouteillan uit de Provence in Frankrijk, maar heeft (toch?) nakomelingen in het zuidoosten van Italië, waar hij werd gevonden onder de lokale naam Arciprete. Een Griekse herkomst wordt als een fascinerende, maar onbewezen mening beschouwd.
Wat dat betreft hebben recente paleo-genomische analyses van druivenpitten uit Franse archeologische vindplaatsen juist aangetoond dat er veel directe genetische verbanden zijn tussen cultivars uit de Romeinse tijd en huidige variëteiten. Dit betekent dat de (al dan niet vermeende) ouders van de eeuwenoude variëteiten uit dit onderzoek veel ouder kunnen zijn dan eerder werd aangenomen of vermoed.

Syrah & Viognier
Wat betreft de relatie tussen de Syrah en de Viognier (in 2011 aangegeven door S. Myles, maar in 2012 al tegengesproken door Robinson, Harding & Vouillamoz) leek een broer-zus relatie ‘een in aanmerking komende overweging’, maar wijst dit onderzoek op een hogere relatie-graad. Er bestaat een PO-link tussen de Viognier en de Dureza, één van Syrah’s ouders.

Het is maar dat u het weet…

Voor het volledige rapport van Scientific Report, klik: hier  

Deel dit bericht:

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Dossier Calabrië

Dossier Calabrië

Alles over de wijnbouw in Calabrië, één van de minst bekende wijnregio's in Italië.

Content
Nee, geen overdaad aan selfies, korte populistische videoclips van een trendy, virtuele influencer of een gesponsorde bijdrage uit discutabele bronnen. Wél weer een zeer uitgebreid dossier over Calabrië met de meeste informatie n.a.v. een bezoek aan de regio, twee workshops en enkele aanvullende proeverijen, speciaal voor hen die geïnteresseerd zijn in wat zo mooi ‘content’ heet.

Calabrië stond enige (lees: geruime) tijd geleden centraal tijdens enkele workshops die Nijhuis Consultancy & Services organiseerde. Eén daarvan maakte deel uit van een drieluik over Zuid-Italiaans wijnen, met name gericht op de Etna, Basilicata en Calabrië. Tijdens de workshops werd uiteraard een serieus aantal wijnen geproefd en onlangs mocht ik kennis maken met nieuwe achtergrondinformatie van- en over verschillende producenten en diverse nieuwe of andere wijnen en oogstjaren.

Behoefte aan kalibratie
Calabrië is één van de minst begrepen Italiaanse regio’s. Bekend als onbekend, geroemd om z’n uien en berucht vanwege de Ndrangheta. Maar ook geprezen als potentiële topper voor toeristen, culinisten en wijnliefhebbers. Een regio met tegenstellingen dus. Een kalibratie moet Calabrië weer het aanzien van weleer geven. Behoorden de Calabrese wijnen in de oudheid tot de beste, na het midden van de 20e eeuw was van een eigen identiteit of kwaliteit amper sprake. Grote uitzondering was het assortiment van het wijnhuis Librandi, dat mede dankzij gulle Europese fondsen en de samenwerking met gerenommeerde consultants, verschillende successen boekte. De laatste jaren zien we langzaam maar zeker vergelijkbare initiatieven ontstaan, waarbij een gebrek aan een gestructureerd beleid en samenwerking de ontwikkeling over een breed front helaas belemmert. Zo werd ook de organisatie van de workshop Calabrië gekenmerkt door de nodige communicatieve en logistieke ‘uitdagingen’; enkele wijnen kwamen daags na de workshop binnen…

Algemeen
Met iets meer dan 15.000 km² behoort Calabrië qua oppervlakte tot de middelgrote Italiaanse regio’s. Het aantal inwoners is er echter beperkt; formeel staan er circa 2 miljoen inwoners geregistreerd, maar diverse bronnen bevestigen dat er eigenlijk maar 1,5  miljoen mensen ook daadwerkelijk wonen. De regio is verdeeld in vijf provincies met gelijknamige hoofdsteden: Cosenza, Crotone, Catanzaro, Vibo Valentia en Reggio di Calabria; de regionale hoofdstad is Catanzaro. Calabrië is één van de minst geïndustrialiseerde regio’s en behoort ook hierdoor tot de armste in Italië. Het inkomen per hoofd van de bevolking is < 50% van het nationale gemiddelde. Ook al is er sprake van allerlei substantiële geldstromen van de EU of de Italiaanse overheid, ze bereikten niet altijd hun doel. M.b.t. het hoe en waarom kunnen we kort zijn. Er is een organisatie actief die met een geschatte omzet van meer dan 50 miljard euro tot de top vijf van grootste Italiaanse bedrijven behoort. Er is een probleem: ze is niet legaal…

Geïsoleerd
Door de vrij geïsoleerde ligging, de natuur, de cultuur, de infrastructuur en een gebrek aan bruikbare fondsen, richtten de meeste producenten zich jarenlang primair op handel in hun directe omgeving. Uitvoer naar andere provincies, regio’s of export naar andere landen speelde geen rol van betekenis. Lijfsbehoud was het credo en samenwerking hooguit een wens of een droom. Pas de laatste jaren zien we nieuwe concrete investeringen die constructieve verbeteringen opleveren, ook in de wijnbouw. Wijn is overigens niet het belangrijkste product in Calabrië. Dat is olijfolie (Calabrië is de 2e grootste producent na Apulië), gevolgd door bergamot, citrusfruit, uien (de befaamde Tropea) en tomaten. Wijnbouw speelt een relatief bescheiden rol, hoewel men er in de nabije toekomst meer van verwacht, veelal in combinatie met toerisme. Overheden lijken zich te realiseren dat samenwerking daarbij van groot belang is, getuige initiatieven zoals Rosso Calabria en evenementen in binnen- en buitenland, waaronder die i.s.m. de Italiaanse Kamer van Koophandel in Nederland.

Geschiedenis
Zoals eerder aangegeven, beschikt Calabrië over een lange en rijke geschiedenis. De Homo Erectus was tussen 700.000 en 115.000 v.Chr. al aanwezig aan de Calabrese kust en daarna werd de regio bewoond door diverse inheemse Italiaanse stammen. Tot de komst van de Grieken in de 8e eeuw v.Chr. vonden ook allerlei andere volkeren al Calabrië, onder hen Osci/Opici, Feniciërs, Trojanen, Ausoniërs, Myceners, Oenotrianen, Sicelen en Liguriërs. Door al die invloeden stond de streek bekend onder verschillende namen zoals Saturnia, Ausonia, Enotria, Tirrenia, Bruttium en Esperia. De Oenotrische koning Italos, noemt eerst Calabrië ‘Italia’ en daarna het hele land zo. De huidige naam dankt de regio aan de Byzantijnen die haar Calabria noemden, naar ‘kalos-bruo’ oftewel ‘vruchtbare aarde’. Reggio (nu Reggio Calabria) zou de eerste echte stad in Calabrië zou geweest, in de 8e eeuw v.Chr. gebouwd door Ashkenaz, naar verluid een achterkleinkind van Noach. Het zou de oudste nederzetting in Italië zijn, ná het door de Grieken rond 750 v.Chr. gevestigde Cumae bij Napels. De Grieken ontwikkelden het zuiden van Italië, inclusief Calabrië. Zo woonde en werkte o.a. Pythagoras tussen 540-500 v. Chr. in Crotone. Diverse krachtige, alcoholische Calabrische wijnen werden vanuit de havens van Sibari, Crotone en Locri naar verschillende Mediterrane markten verscheept, veelal in terracotta amfora’s. De Griekse dichter Athenaeus van Naucratis schreef rond 200 n.Chr. in zijn ‘Deipnosophistae’ (vrij vertaald: tafelgeleerden) hoe de Sybarieten (inwoners van de Griekse kolonie Sybaris aan de Golf van Tarente) de lokale wijn al voor zonsondergang begonnen te drinken om er pas na zonsopgang mee op te houden. Deze (ingekookte) wijn werd beschouwd als middel tegen de hitte en werd om dezelfde redenen ook in Athene gedronken, vaak gemengd met zeewater, kruiden en zure, zwarte kersenbladeren of rozijnen. De aanwezigheid en bijdragen van de Grieken inspireerden de Romeinen om het zuiden Magna Graecia te noemen: Groot Griekenland. In de eeuwen na de Romeinse tijd is er sprake van overheersingen door o.a. de Gothen, Lombarden en Byzantijnen, invallen van Noormannen en was Calabrië onderdeel van de rijken van de Zwaben, Anjou, Aragon, Habsburg, Napoleon en de Bourbon.

Desolaat
In 1862, tijdens de ‘risorgimento’ (de Italiaanse eenwording onder leiding van de Cavour en Garibaldi) was er maar één weg in Calabrië; 90% van dorpen en steden waren niet met elkaar verbonden door goed gangbare wegen. De opening van een station in Reggio in 1866 luidde weliswaar het begin in van een treinnetwerk met verbindingen in-, van- en naar Calabrië, maar kon geen echte  economisch bloei brengen, iets waar meer Italiaanse regio’s mee worstelden. Dit resulteerde in een grootschalige emigratie en in 1924 was het aantal inwoners dat Italië verliet opgelopen tot 5 miljoen (1/3 van de totale bevolking). Circa 80% daarvan was afkomstig uit Zuid-Italië en had o.a. tot gevolg dat Calabrië al snel een desolate indruk maakte. Het overheidsprogramma Cassa per il Mezzogiorno in de jaren ‘50 en ‘60 van de 20e eeuw moest de economie nieuw leven inblazen, maar Calabrië bleef in vele opzichten achter bij de ontwikkeling van de rest van Italië.

Natuur
Had en heeft Calabrië dan zo weinig te bieden? Nee, gek genoeg, alles behalve. Wie de regio bezoekt, zal direct genieten van de uitgestrekte, veelal ongerepte natuurgebieden, gekenmerkt door het ontbreken van het vlakke land dat we in Nederland zo gewend zijn. Van de iets meer dan 15.000 km² die Calabrië groot is, is maar 10% vlak; de rest bestaat uit heuvels en bergen. Er zijn drie mooie natuurgebieden; het Parco Nazionale dell’Aspromonte, het Parco Nazionale del Pollino en het Parco Nazionale della Sila. In de laatste vinden we bergen die tot bijna 2000 meter hoogte reiken en gigantische pijnbomen die wel 500 jaar oud zijn. Buitengewoon interessant zijn historische plaatsen zoals Tropea, Reggio, Stilo, Amantea en Cosenza en de rivieren en stranden in de provincie Catanzaro. En voor mensen die het echt spannend willen maken: je kunt natuurlijk altijd nog een trip maken naar de Stromboli, de vulkaan die gemiddeld elke 40 minuten een uitbarsting heeft en daarmee de meest actieve in Europa is.

Bodem
De bodem van Calabrië bestaat uit een specifieke geografische-geologische eenheid die de “de Calabrische Boog“ wordt genoemd. Het is een halfronde eenheid die zich uitstrekt van zuid Basilicata t/m het Peloritaanse gebergte in noordoost Sicilië (of zelfs van Napels t/m Palermo). In het Neogeen (5,333 – 23,03 miljoen jaar geleden) bewoog de Calabrische Boog naar het zuidoosten en schoof hij over de Afrikaanse Plaat. Het voorlandgebied (het gedeelte dat overschoven werd), is in dit geval de Apulische Plaat, het Ragusa Block en het Ionische Bekken daartussen, alle drie noordelijke extensies van de Afrikaanse Plaat. De Calabrische Boog wordt verdeeld in de Zuid-Apennijnse bergketen, het “Calabrisch-Peloritaanse Blok” en het Siciliaanse-Maghrebide gebergte. De bodem bestaat vooral uit kristallijne en metamorfe gesteenten van Paleozoïsche en latere ouderdom, bedekt met (meestal Laat-) Neogene sedimentaire gesteenten. De Tyrreense Zee is het “achterlandbekken” van de subductie van de Afrikaanse plaat onder de Europese plaat. Het hele gebied is seismisch en vulkanisch zeer actief, waarschijnlijk het gevolg van het herstellen van een isostatisch evenwicht na de laatste deformatiefase in het midden-Pleistoceen. In de diverse wijngebieden uiteraard de nodige verschillen in de toplaag, o.a. afhankelijk van de ligging, erosie en aanvoer van sedimenten etc. Dunnere lagen klei komen geregeld voor en zorgen voor blokkades voor neerslag; waarbij de effecten zowel negatief als positief kunnen zijn. Soms zorgt het voor overschot aan water, soms juist voor een tekort in de betreffende bodemlagen. Een deel van de wijngaarden bevindt zich op terrassen waar de bodem rijk is aan kalksteen op een vulkanisch ondergrond, prima omstandigheden voor rode wijnen. Aan de oostelijke, Ionische zijde van Calabrië treffen we meer klei aan, hier goed voor aantrekkelijke, lichter gestructureerde wijnen. In de regio rond Cirò Marina treffen we naast klei ook kalksteen aan en bevat de grond meer zand.

Klimaat
Calabrië kent milde winters met een gemiddelde temperatuur van 10 °C; het wordt er zelden kouder dan 5°C. Vooral aan de kust is het vrijwel het gehele jaar heet en droog. In de heuvels en bergachtige delen is het beduidend koeler en kan ook de nodige regen vallen. In Cosenza, meer landinwaarts aan de Tyrreense kant, heeft het klimaat een continentaal karakter, ideaal voor witte wijnen. In het Sila gebergte (dat zich uitstrekt over delen van de provincies Catanzaro, Crotone en Cosenza) worden hogere temperaturen geregistreerd onder invloed van de sirocco. In Cirò regent het zo zelden, dat iedereen precies weet wanneer het wel regende. Zo kan iedereen je vertellen dat het in 2019 regende op 16 juli en in 2018 zelfs langdrurig, van 3 t/m 28 oktober waardoor de Lipuda-rivier overstroomde en voor de nodige schade in wijngaarden zorgde. Meer mediterraan is het klimaat in de regio van het Aspromonte National Park tot aan de wijngaarden van de Costa dei Gelsomini in het zuidoosten van Calabrië. Wind is altijd wel aanwezig in Calabrië, waarbij de sirocco (hete en droge lucht uit de Sahara) en wind uit het noorden elkaar afwisselen. Het droge klimaat heeft in ieder geval één groot voordeel, schimmels komen er niet of nauwelijks voor en biologische wijnteelt is daardoor relatief gemakkelijk.

Wijnbouw
Na talloze successen in het verre verleden (naast de Krimisa werden ook andere historische Calabrese wijnen zoals de Balbino uitgebreid geprezen door o.a. Plinius de Oude en Athenaeus van Naucratis) bleef Calabrië de laatste eeuwen vooral een anonieme leverancier van bulkwijnen. Een soort opleving vond plaats tussen 1970 en 1982, toen het wijngaardareaal in Calabrië toenam van bijna 28.000 naar ruim 37.000 ha. Van kwaliteitswijnen was echter geen sprake en de wijnbouw nam daarna weer gestaag af. In 2010 stonden er amper 10.000 geregistreerd (van het totaal van meer dan 663.000 ha aan wijngaarden in heel Italië), waarbij nog geen derde bestemd was voor wijnen met een DOC of IGP-status. Anno 2020 is er sprake van 11.000 ha aan wijngaarden, waarvan 29% in bergachtige regio’s te vinden is, 15% op heuvels is aangelegd en 56% op vlakten is gelegen. De productie schommelt de laatste jaren rond de 400.000 hectoliter (2015-2019), waarvan maar liefst 60% de kwalificatie ‘wijn’ draagt; anonieme bulkwijn dus. Het aandeel wijnen met een DOP-status bedroeg in 2019 slechts 12%, verspreid over vier van de vijf provincies.

De provincies en hun belangrijkste wijnen:

Cosenza
Dit gebied in het noorden grenst aan Basilicata en is het meest uitgestrekte productiegebied. De wijngaarden liggen verspreid over heuvels tot zeker 800 meter hoogte. De Terre di Cosenza DOC met zijn zeven subregio’s, heeft in 2011 een nieuwe impuls gegeven aan de wijnbouw in het noorden van Calabrië door een zekere orde aan te brengen in een overdaad aan soorten wijnen. De magliocco canino geeft kruidige wijnen die rijk zijn aan kleur en structuur in de subregio Crati, terwijl die in de subregio Esaro juist voor een elegantere stijl zorgt. Deze streek is ook zeer geschikt voor de greco bianco en guarnaccia. Specialiteit is de Moscato de Saracena, de zoete wijn geïnspireerd op de oude Romeinse versie. 

Catanzaro
De rivier de Savuto vormt de natuurlijke grens tussen de provincies Cosenza en Cataranzo met haar DOC’s Savuto, Lamezia en Scavigna. De magliocco dolce, gaglioppo, greco nero en aglianico zijn hier de belangrijkste druivenrassen, naast trebbiano Toscano, malvasia bianca, chardonnay en gewürztraminer.

Crotone
Aan de Ionische kust in de provincie Crotone heerst al eeuwen de gaglioppo, de belangrijkste druif voor de Cirò, de belangrijkste DOC van Calabrië. Moderne vinificatietechnieken en nieuwe inzichten t.a.v. wijngaardonderhoud en rendementen hebben de wijnen sterk verbeterd en aansluiting laten vinden bij de hedendaagse wijnwereld. In deze provincie vinden we ook de DOC’s Melissa en Sant’Anna di Isola Capo Rizzuto (slechts 1,9 ha groot)

Reggio Calabria
Provincie met o.a. de Bivongi DOC, waarin de greco nero, nocera, nerello mascalese en – capuccio vaak een blend vormen met internationale druivenrassen. Andere bijzondere wijnen van komen van de hellingen van de zuidelijke Apennijnen in het Parco Nazionale dell’Aspromonte. Belangrijke DOC is de Greco di Bianco.

Vibo Valentia
Er wordt wel wijn gemaakt in deze provincie, maar zonder (eigen) DOC-status.

Nieuwe initiatieven
Librandi is niet de enige producent met een hernieuwd vertrouwen in de eigen druiven en wijnen. Samen met Serracavallo, Malaspina, Marini en Statti richtte Librandi in 2008 ‘euVite’ op, een samenwerkingsverband gericht op de promotie van de Calabrese wijnbouw en dan vooral met wijnen gebaseerd op authentieke wijnen van autochtone druivenrassen. In 2008 startte Francesco Maria De Franco van A’Vita de ‘Cirò Revolution’ en vond medestrijders in Cataldo Calabretta, Sergio Arcuri, Mariangela Parrilla, de gebroeders Scilanga, Assunta dell’Aquila, Francesco Fezzigna en Rocco Pirito. Deze ‘Cirò Boys’ voelden de behoefte om de regio een stem te geven die gehoord kan worden. Aanleiding was de aanpassingen van de regels van de DOC Cirò in 2010 en 2011 waarbij o.a. het aandeel ‘andere’ druiven dan de gaglioppo werd aangepast. Voorheen was alleen 5% trebbiano (Toscano) of greco bianco toegestaan, nu kan men maximaal 20% andere druiven gebruiken, inclusief maximaal 10% barbera, cabernet franc, cabernet sauvignon, merlot en/of sangiovese. De ‘Cirò Boys’ hebben meer vertrouwen in de gaglioppo dan collega’s die zich (te) snel laten afleiden door de lichte kleur en stevige tanninestructuur van de gaglioppo. Zij zien het gebruik van andere druiven niet als oplossing voor betere en internationaal meer gewaardeerde wijnen en kiezen voor zorgvuldiger werk in zowel wijngaard als kelder met extra aandacht voor de typisch Calabrese druivenrassen.

Druiven
Calabrië behoort tot de oudste wijngebieden in Italië en het is bekend dat Grieken, Romeinen en andere bewoners al voor het begin van onze jaartelling gebruikt maakten van allerlei druivenrassen. De origine van de meeste van die rassen is onbekend, maar aangenomen wordt dat diverse stekken (of zaden) afkomstig waren uit het Midden-Oosten (via o.a. Griekenland). Opvallend genoeg zijn er op dit moment weinig DNA-overkomsten bekend van Zuid-Italiaanse druivenrassen met die uit deze gebieden, dus het is niet met zekerheid te zeggen of ze er ook daadwerkelijk daar hun oorsprong hebben. Het is heel goed mogelijk dat het unieke Italiaanse variëteiten betreft of dat ze elders uit het westen van de Mediterranée komen. Studies geven namelijk aan dat er niet één specifiek gebied is aan te wijzen waar de Vitis Vinifera is ontstaan en dat 70% van de bekende edele Europese druivenrassen wel overeenkomsten hebben met Vitis Sylvestris uit het westen, maar niet met die uit het Midden-Oosten. Er wordt vermoed dat Calabrië zeker 300 authentieke druivenrassen telt, waarvan een groot deel nog niet formeel erkend is; van zeker 20 is zelfs helemaal niets bekend, behalve het feit dat ze ‘anders’ zijn. Na de phylloxera-ramp nam de aandacht voor veel rassen sterk af, iets waar pas de laatste decennia verandering is gekomen. Lange tijd was er domweg geen geld voor- of interesse in onderzoek; zo belangrijk leek het allemaal niet.

Onderzoek
De laatste jaren realiseert men zich pas goed dat het eigen, unieke erfgoed juist bepalend kan zijn voor een succesvolle toekomst. Qua onderzoek en experimenten had de familie Librandi de primeur, dit mede dankzij gulle EU-subsidies en de hulp van diverse universiteiten en agronoom Davide De Santis’. Tussen 1999 en 2003 hebben ze uit 2800 stekken uit allerlei delen van Calabrië 91 unieke autochtone druivenrassen kunnen onderscheiden, waaronder de magliocco, mantonico, iuvarello, occhi di lepre en ‘mparinata. In het boek ‘Il gaglioppo e i suoi fratelli’ staan resultaten beschreven van uitgebreide onderzoeken op grond van de aanplant van 289 verschillende druivenrassen op het landgoed van Rocca di Neto in Rosaneti, een initiatief van euVite. Het wijnhuis Ferrocinto in de provincie Cosenzo heeft momenteel een experimentele wijngaard met circa 110 variëteiten (waaronder de lacryma saracena) uit wijngaarden van 75 tot 125 jaar oud  en onderzoekt deze in samenwerking met de Universiteit van Bari. DNA-onderzoeken kosten niet alleen geld, maar ook veel tijd. Bovendien duurt het zeker 5 jaar voor opname in het landelijke register een feit is. Naar verwachting zal de bekende (en meest aangeplante) gaglioppo de nodige concurrentie krijgen van de diverse magliocco’s (dolce, canino, pollino en andere van de 24 door de Universiteit van Reggio Calabria onderscheiden biotypen) en ook de greco nero. Bij wit wordt veel verwacht van de guarnaccia, mantonico, pecorello, guardavalle en de greco bianco. En nee, deze laatste is niet dezelfde druif als de greco uit Campanië, zoals (ook door professionals) nog wel eens wordt verkondigd. Interessant zijn ook de experimenten van Giovanni Celeste Benvenuto die de mogelijkheden van de zibibbo onderzoekt.

Druivenrassen
Naast de hieronder toegelichte druivenrassen treffen we in Calabrië nog een groot aantal (nog) minder bekende aan. Tijdens de workshop kwamen van de meeste van hen allerlei bijzonderheden aan de orde. We beperken ons hier tot een simpele vermelding om het dossier niet nog groter te maken en te benadrukken dat het deelnemen aan de workshops wel degelijk toegevoegde waarde heeft 😉.

Gaglioppo
Verreweg de belangrijkste (blauwe) druif in Calabrië. De gaglioppo is er al duizenden jaren aanwezig en altijd een belangrijk bron voor voedsel en drank geweest, dankzij overvloedige oogsten en de kwaliteit van de druiven, mede dankzij hoge suikergehaltes. De druiven worden al eeuwen gegeten én gebruikt voor het maken van druivensap, zowel vergist als onvergist. Er wordt vaak vermeld dat hij van Griekse afkomst is, maar gebleken is dat het een natuurlijke kruising van sangiovese en mantonico bianco is; een Griekse oorsprong is  twijfelachtig. Wel staat vast dat hij al door de Grieken werd verbouwd rond Crotone, waar er een historische wijn van werd gemaakt; de Krimisa. Hij wordt beschouwd als de voorouder van de Ciró en in de oudheid geschonken aan winnende atleten tijdens Olympische Spelen. Onder hen was Milon van Croton en tussen 540 en 516 v.Chr. wist hij maar liefst 6 titels bij het worstelen te behalen, goed voor ruime hoeveelheden Krimisa uit de regio rond zijn woonplaats Croton, waar hij stadgenoot was van o.a. Pythagoras. Verreweg de meeste gaglioppo vinden we in Calabrië, maar ook (zij het in mindere mate) in de Marken, Umbrië, de Abruzzen en Campanië. De lange geschiedenis en de verspreiding van de druif over Calabrië en andere regio’s verklaart ook de vele synoniemen, zoals arvino, magliocco, maghioccu nero, lacrima, Lacrima di Cosenza, mantonico nero, montonico nero, Aglianico di Cassano, maglioppo, gaioppo, galloppo, gallopolo, gaglioppa, gaglioppa of gaglioppo nera, galloffa, uva navarra en magliocco tondo. Er wordt gesproken over twee subvariëteiten, de “paesano” en de “Napolitano”, waarvan de eerste vaker voorkomt en vaak “magliocco” wordt genoemd. Waarschijnlijk zijn het natuurlijke aanpassingen van de druif aan een specifieke omgeving en is er geen sprake van duidelijk te onderscheiden klonen. De gaglioppo prefereert droogte boven neerslag en de dikke schil is goed bestand tegen de zon. Hij is vrij licht van kleur, bereikt snel hoge suikerwaardes (18-25 graden babo, goed voor 12-16% alcohol) en heeft redelijk wat tannine die echter zelden harde tonen geeft. De oogst is veelal tussen half september tot half oktober.

Greco bianco
De greco bianco wordt voornamelijk in Calabrië gebruikt, maar ook in Lazio, daar o.a. voor Frascati. Opvallend genoeg is de druif alleen in naam verwant aan de greco uit Campanië. Hij heeft bijvoorbeeld andere (meer aromatische) geuren, die veel meer op een relatie met de malvasia-familie lijkt dan de meer kruidige en strakkere aroma’s van de greco die o.a. gebruikt wordt voor de Greco di Tufo. De aroma’s van de greco bianco lijken ook overeen te komen met de stelling dat de druif dezelfde is als de malvasia di Lipari. Probleem is dat niet iedereen weet wat er nu precies in de wijngaard staat en dat iedereen ze allemaal maar ‘gewoon’ greco noemt. Het is en blijft lastig om alle verschillende Italiaanse druiven met dezelfde naam uit elkaar te houden, zoals de misverstanden over de diverse trebbiano’s, bonarda’s en vernaccia’s aantonen. Ook de greco bianco staat bekend onder diverse namen, waarbij er niet altijd sprake is van dezelfde druif. De greco bianco di Cirò, greco di Donnici en greco di Lamezia-Terme zijn bijvoorbeeld eerder verwant aan de guardavalle en de greco bianco del Pollino is waarschijnlijk de montonico bianco alias mantonico bianco Italico, terwijl de mantonico bianco juist weer een andere variëteit is. Ook de greco bianco di Consenza en greco bianco di Rogliano worden beschouwd als lokale aliassen voor de pecorello bianco en zouden niet verwant zijn aan de greco bianco. De greco doet vermoeden dat er een Griekse origine is, maar vooralsnog ontbreken hiervoor de nodige bewijzen. In Calabrië staat hij vooral langs de Ionische kust aangeplant en rijpt daar meestal tot in de tweede week van september en tot zelfs in oktober. De druif geeft opbrengsten van zeker 100 quintale per hectare, is goed bestand tegen droogte en blijkt weinig gevoelig voor schimmels en andere aandoeningen. Het suikergehalte varieert van 16-22 graden babo.

‘Mparinata
Zeldzame blauwe druif uit de regio Altomonte, ook balbino nero genoemd. De donkere schil is dik en de druif rijpt laat en wordt al zeker sinds de 19e eeuw gebruikt in de omgeving van Cirò Marina. Behoort tot de druivenrassen die door het wijnhuis Librandi werd onderzocht en gered van de vergetelheid.

Magliocco canino
Nauw verwant, maar niet gelijk aan de magliocco dolce. Heeft hoge(re) natuurlijke zuurgraad en steviger tanninestructuur. Ook de opbrengst van de canino is hoger dan die van de dolce. Kweker Rauscedo stelde het verschil tussen de canino en de dolce definitief vast. De canino lijkt een degeneratieve vorm van de magliocco tondo te zijn, een andere naam voor de gaglioppo.

Magliocco dolce of Magliacco di Pollino alias marsigliana nera
In de loop van de eeuwen gingen allerlei blauwe druiven onder de naam magliocco door het leven ook al betrof het verschillen rassen, inclusief de gaglioppo. DNA onderzoek heeft aangetoond dat de magliocco dolce een ander ras is dan de gaglioppo en er ook een onderscheid is t.a.v. de magliocco canino. Er is vooralsnog geen bewijs voor een Griekse herkomst, mogelijk is hij afkomstig uit het gebied rond het meer van Arvo in de provincie Cosenza. Omdat de druif zich gemakkelijk aanpast (muteert) aan een nieuwe omgeving, zijn diverse varianten bekend. De naam werd in ieder geval al in de 15e eeuw vermeld in documenten, waarbij het niet duidelijk is of het de druif is die we nu onder de naam magliocco kennen. De druif gedijt vooral goed in het noorden en westen van Calabrië, waar hij laat rijpt en dankzij z’n dikke schil een stevige (maar geen harde) tanninestructuur ontwikkeld.
Synoniemen: Arvino, Catanzarese, gaddrica, greco nero, guarnaccia nera, lacrima cristi nera, magliocco tondo, maglioccuni, mangiaguerra, marcigliana, marsigliana nera, merigallo, nera di Scilla en petroniere.

Mantonico bianco
Waarschijnlijk al ver voor het begin van onze jaartelling naar Calabrië gebracht door de Grieken. De naam μαντονικος (mantonikos) is in ieder geval afgeleid van μαντις-εος (mantis-eos), vrij vertaald: waarzegger of profeet. Jarenlang werd de druif als trebbiano of montonico bianco (uit de regio Teramo) aangemerkt, maar uiteindelijk werd z’n eigen identiteit bevestigd. Ook al doet de naam iets anders vermoeden, de mantonico bianco is niet dezelfde druif als de montonico pinto die in het westen van Calabrië voorkomt. De mantonico bianco treffen we vooral aan in het zuiden van Calabrië langs de Ionische kust. Synoniemen zijn o.a. uva regno, ciapparone en caprine, aliassen die helaas ook gebruikt worden voor de montonico bianco. Rond Locri wordt de druif mantonacu viru genoemd, oftewel ‘echte mantonico’. Druiven werden (worden) vaak gedroogd voor rijke, zoete wijnen.

Overige druivenrassen:

  • Abdoruce, locale naam voor de zibibbo
  • Arvino, alias van magliocco dolce
  • Bianco di Feruzzano, alias van de Iancu tundu
  • Calabrese (nero), alias van de nero d’avola
  • Castiglione nero
  • Greco nero, alias van de greco sibari/gregu nieddu/maglioccone en greco verbicaro
  • Guardavalle, één van de aliassen van de greco bianco, maar zeker niet altijd dezelfde druif.
  • Guarnaccia; lokale synoniem voor de coda di volpe bianca zoals we (ook) in Campanië aantreffen.
  • Guarnaccia nero, alias van de magliocco dolce
  • Iuvarello, alias van de bianco d’Alessano bianco
  • Lacrima
  • Mantonico italic, alias van de montonico
  • Marsigliana, alias van de magliocco dolce
  • Montonico
  • Nero
  • Nocera
  • Nzolia, alias van de ansonica bianco of Calabrese nzolia
  • Occhi di Lepre, alias van de occhju i lepru
  • Pecorello
  • Pedilongo, alias van de parmisano of parmisana
  • Pircoca
  • Prunesta
  • Santa Severina
  • Toccarino,
  • Uva Reggia
  • Vujnu

In de wijngaard
Veel wijngaarden in Calabrië zijn alberello gesnoeid, ideaal voor omstandigheden waarin felle zon en droogte een grote rol spelen. Op de steile hellingen in de bergen wordt er voor regulier onderhoud en de oogst nog altijd gebruik gemaakt van paarden. De snoeivormen Guyot en cordon spur komen vooral voor in nieuwe en vlakkere wijngaarden, daar waar ook gemechaniseerde snoei en oogst mogelijk zijn. 

Vinificatie
Het is opmerkelijk om de verschillende benaderingen te zien qua vinificatie. Enerzijds zien we (soms erg) traditionele wijnbedrijven waar best wat meer aandacht mag zijn voor actuele inzichten, anderzijds zijn er de modernisten die gebruik maken van de diensten van consultants met het bijbehorende gebruik van commerciële keldertechnieken en barriques. Tussen deze extremen gelukkig steeds meer afgewogen keuzes qua vinificatie, waarbij barriques veel minder belangrijk en noodzakelijk blijken dan cementen cuves of grote vaten van Slavonisch eiken. Barriques hebben beslist hun nut bij de vinificatie en rijping, maar een minderheid beschikt over voldoende ervaring om de voordelen ervan te laten prevaleren boven de nadelen. Ook t.a.v. de keuze qua type hout en de leverancier zijn verbeteringen mogelijk; niet elke barrique is even goed…

Opvallende producenten:

A’ Vita (Crotone)
Francesco de Franco studeerde oenologie in Conegliano en maakte (samen met zijn vrouw Laura) in 2008 zijn eerste flessen van zijn 8 hectare aan wijngaarden tussen de Ionische zee en het Sila gebergte. Francesco is lid van de Cirò Revolution, de groep producenten die wil aantonen dat de gaglioppo geen hulp van andere druiven nodig heeft voor wijnen op het hoogste kwaliteitsniveau. De wijnbouw is biologisch en in de kelder worden geen moderne technieken gebruikt. Het gebruik van sulfiet wordt ook tot een minimum beperkt. De productie (20-25.000 flessen) bestaat voornamelijk uit rode wijnen van de gaglioppo, maar sinds kort maakt Francesco ook wat rosé en wit. Alleen de riserva (met een weking van 40 dagen) rijpt in houten vaten, voor de andere wijnen blijkt RVS beter.

Arcuri, Sergio (Crotone)
Zijn familie maakt al wijn sinds 1880 in Cirò Marina, maar Sergio startte zijn eigen productie in 2009 in samenwerking met zijn broer en hun moeder. Oude tradities en moderne materialen vullen elkaar aan; zo gebruikt hij nog altijd cementen cuves, een handpers en inheemse gisten, maar is de kelder ook voorzien van roestvrijstalen tanks. Het merendeel van de productie wordt in bulk verkocht, hij bottelt zelf jaarlijks slechts 20.000 flessen.

Calabrese, Giuseppe (Cosenza)
Een garagist in de volledige betekenis van het woord, want hij maakt zijn boutique-wijnen in de garage alias schuur van zijn familie bij Saracena in de heuvels van Pollino in het noorden van Calabrië. De 4 hectare aan wijngaarden worden biologisch onderhouden, geholpen door het vrijwel altijd droge weer en de altijd aanwezige wind die de kans op schimmelvorming tot een minimum beperken. Giuseppe Calabrese koestert zijn veelal gobelet gesnoeide planten, een mix van guarnaccia, zibibbo, malvasia en magliocco dolce. De bodem bestaat voornamelijk uit mariene sedimenten en de kalksteen die ook de vele grotten en uitgravingen in de regio verklaren. De rode tint van de grond wijst op de aanwezigheid van ijzer en daarnaast is het aandeel magnesium hier vrij groot. Met de ondeugende charme die cinematografische piraten kunnen hebben, presenteert hij met veel plezier zijn wijnen die gekenmerkt worden door een natuurlijke benadering. Hij begon ooit aan een landbouwkundige studie, maar de praktijk boeide hem meer dan de theorie. In 2007 nam hij kleine percelen met oude wijnstokken over van zijn oma, om er in 2013 zijn eerste eigen wijnen van te maken. Hij maakt de wijnen vanuit zijn hart en zonder allerlei moderne technische hulpmiddelen. Dat geeft soms een beetje funky of boerse wijnen met hier en daar wat volatiele tonen, maar gelukkig vaker briljante, loepzuivere wijnen, eigenzinnig en karaktervol. Bij het maken van de witte Daipastini Bianco (van guarnaccia) wordt contact met zuurstof niet vermeden, wat de wijn een gecontroleerd oxidatief karakter geeft zoals we ook van bijzondere topwijnen uit andere gebieden kennen. Een specialiteit is zijn Peppina, een Moscato de Saracena, gemaakt naar Romeins recept. Dat betekent o.a. het gebruik van ingedroogde druiven (moscato, guarnaccia en malvasia), het mengen van ingekookte most met vers sap van zibibbo-druiven en een gisting plus weking op de schillen die zeker 6 maanden in beslag neemt. Het resultaat is een unieke wijn; rijk aan aroma’s van karamel, mandarijnen, sinaasappel en gedroogde vruchten; de zoet-zuur-balans is niet anders dan superbe te noemen.

Calabretta (Crotone)
Cataldo Calabretta vulde zijn ervaring in het familiebedrijf aan met een studie aan de universiteit in Milaan en stages in de Colli Piacentini en Lombardije. Als vierde generatie richt ook hij zich op klassieke wijnen uit de regio Cirò Marina met uiteraard de gaglioppo als belangrijkste druif. Als lid van de Cirò Revolution hanteert Cataldo natuurlijke uitgangspunten voor het maken van de wijn, en gaat hij kunstmatige ingrepen in zowel de wijngaard als de kelder uit de weg. Hij koestert de oude cementen tanks in de kelder; naar zijn mening de beste containers voor de rijping van gaglioppo.

Cantina Benvenuto (Vibo Valentia)
Giovanni Benvenuto verhuisde van de Abruzzen naar Calabrië om er in de voetsporen van zijn grootvader te treden. Met alle respect voor de lokale cultuur en natuur werkt Giovanni aan wijnen van autochtone druivenrassen, waaronder malvasia, greco nero, magliocco en…. zibibbo. Cantine Benvenuto is aangesloten bij het Slow Food Presidium “Zibibbo di Pizzo” dat kleine producten ondersteunt bij het herontdekken van oude druivenrassen en traditionele wijnbouw. Giovanni maakt van zijn zibibbo-druiven rond Francavilla Angitola o.a. een droge versie die loepzuiver en buitengewoon aangenaam aromatisch is. Zijn Orange Zibibbo is eveneens zeer puur en schoon met een fraaie fruitexpressie en de vlezige tonen die bij orange-wijnen horen. De wijn ontbreekt het gelukkig aan appelige en afwijkende aroma’s die doorgaans alleen maar op een slechte vinificatie duiden en uitsluitend een heel specifieke doelgroep plezieren.

Cantina Spiriti Ebbri (Cosenza)
Gevestigd in een voormalige bioscoop in Celico maken de vrienden Pierpaolo Greco, Damiano Mele en Michele Scrivano sinds 2011 op gepassioneerde wijze een 7-tal wijnen, in totaal echter slechts ongeveer 20.000 flessen. Hun benadering is duurzaam, biologisch en authentiek met speciale aandacht voor allerlei blends, opgevoed in een mix van barriques en tonneaux, zowel van Frans, Amerikaans en Hongaars eikenhout als acaciahout.

Cantine di Luca (Crotone)
Vincenzo de Luca maakt sinds 1994 kwaliteitswijnen van autochtone druivenrassen in de heuvels bij Cirò. Van 10 ha aan eigen wijngaarden met gaglioppio en greco bianco maakt hij samen met oenoloog Giuseppe Lioti zuivere, simpele biologische wijnen voor iedereen en alledag.

Caparra & Siciliani (Crotone)
In 1963 gevestigd door de twee families en momenteel goed voor een productie van zo’n 31.000 hl. De druiven komen van ruim 200 hectare aan wijngaarden die in bezit zijn van bij hen aangesloten leden in het Cirò en Cirò Classico-district. Het assortiment heeft een mooie reputatie, bevestigd door diverse onderscheidingen.

Ceraudo (Crotone)
De van origine Albanese Roberto Ceraudo bezit zo’n 60 hectare aan land in de gemeente Strongoli Marina bij Crotone, waarvan er 20 zijn beplant met allerlei druivenrassen. Ceraudo werkt biologisch en maakt in samenwerking met oenoloog Fabrizio Ciuffoli modern gestileerde wijnen met een uitstekende reputatie van o.a. mantonica, pecorello, greco bianco en chardonnay, naast magliocco, gaglioppo, greco nero en wat cabernet sauvignon. Roberto Cerauda wordt bijgestaan door zijn kinderen, waarvan Giuseppe zich richt op de productie van de wijnen, Susy administratie en sales voor haar rekening neemt en Caterina (hoewel afgestudeerd oenoloog) het management van hun met een Michelin-ster bekroonde restaurant Dattilo verzorgt.

Cote di Franze (Crotone)
Vincenzo en Francesco Scilanga namen enkele jaren geleden de taken over van vader Quintino en sloten zich aan bij de Cirò Revolution. De familie stamt af van de in 1701 geboren Vincenzo Scilanga wiens nazaten diverse bedrijven in de regio bezitten. Cote di Franze beschikt over 9 hectare aan kleine, eigen wijngaarden verspreid over een ongerept gebied met uitzicht op de Ionische Zee. Een natuurlijke benadering van het werk in zowel de wijngaarden als de kelder kenmerkt de filosofie van de gebroeders Scilanga. Naast gaglioppo en greco bianco, heeft men ook kleine hoeveelheden magliocco canino, lacrima, prunesta, santa severina en colorino.

Crisera (Reggio Calabria)
Het familiebedrijf Casa Vinicola Criserà startte aan het eind van de 19e eeuw en zet zich nog altijd in voor de authentieke waarden die Calabrië kenmerken, maar dan met de kennis en ervaring die ons anno 2020 ter beschikking staan. Ook daarom worden de wijnen nationaal en internationaal geprezen.

Ferrocinto (Cosenza)
Samen met zusterbedrijven Cerzitello en Sante Venere onderdeel van de grote coöperatie Agroverde en al sinds 1658 actief, maar eigenlijk pas recentelijk als modern wijnhuis in bedrijf na het aanplanten van nieuwe wijngaarden m.i.v. 2000 en de bouw van een nieuw productiecomplex in 2007. De in totaal 120 ha aan wijngaarden liggen verspreid in de regio rond de gemeente Castrovillari, in de provincie Cosenza. De hoogte varieert van 150 en 600 meter en zeker 60% van de aanplant komt voor rekening van autochtone Calabrische druivenrassen (zoals magliocco dolce en canino, Calabrese, greco bianco en montonico), aangevuld met o.a. aglianico, cabernet sauvignon, chardonnay, merlot, sauvignon en muscat. De wijnen zijn modern gestileerd, waarbij techniek (o.a. hout) een belangrijke rol speelt. Gezien de investeringen, het potentieel en de relatief korte tijd dat het bedrijf bestaat, mag nog veel meer verwacht worden van Ferrocinto in de nabije toekomst.

Feudo dei Sanseverino (Cosenza)
Bij Feudo dei Sanseverino in Saracena koestert men de geschiedenis en tradities van Calabrië en werkt men daarom uitsluitend met autochtone druivenrassen als de gaglioppo, malvasia, greco bianco en aglianico. De wijnen zijn echter op een moderne leest geschoeid; aanlengen met zeewater zoals in de oudheid is gelukkig niet meer nodig….

Ippolito 1845 (Crotone)
Bekende producent met een breed en degelijk assortiment met modern gestileerde wijnen die regelmatig mooie beoordelingen krijgen in binnen- en buitenland. Vicenzo Ippolito richtte het bedrijf op in 1845,  maar het was zijn neef Vicenzo die in 1930 voor het eerst een Cirò bottelde en op de markt bracht. Zo’n veertig jaar daarna moderniseren de gebroeders Antonio en Salvatore Ippolito het bedrijf en sindsdien dient het als voorbeeld voor velen in de regio. Ook namens de vijfde generatie koesteren de neven Gianluca, Paolo en Vincenzo Ippolito de druivenrassen gaglioppo, greco bianco, calabrese, pecorello en greco nero, allen biologisch geteeld.

L’Acino (Consenza)
Dino Briglio Nigro en zijn team maken fraaie wijnen van- of met o.a. malvasia, magliocco.

Librandi (Crotone)
Met een productie van zo’n 2,5 miljoen flessen behoort Librandi tot de belangrijkste spelers in de regio. Daarnaast hebben zij ervoor gezorgd dat Calabrië ook wereldwijd bekendheid en erkenning kreeg, mede dankzij het baanbrekende onderzoek naar autochtone druivenrassen dat in 1993 startte dankzij welkome EU-subsidies. Rafaelle Librandi vertegenwoordigt de vierde generatie van het familiebedrijf en is momenteel ook president van het Consorzio vino Doc Cirò e Melissa. Ik leerde de wijnen van Librandi eeuwen geleden kennen (tenminste, zo voelt het) via Ercole Gaetano, eigenaar van Ristorante Piccola Italia in Dordrecht. Ercole kende Nicodemo Librandi uit zijn geboortestreek en importeerde de wijnen al voor ze echt bekend werden. In die tijd kostten de wijnen amper iets, terwijl de kwaliteit erg netjes was; een prettige combinatie. De Duca Sanfelice (hun Cirò Riserva) was een persoonlijke favoriet van me en ik kan me nog goed herinneren dat een behoorlijke hoeveelheid flessen ook richting andere restaurants ging, inclusief topzaken zoals Mario’s in Neck en ‘Da Roberto’ van Roberto de Luca in Den Haag. De Duca Sanfelice gebruikte ik ook meerdere keren tijdens mijn les Italië van de opleiding Vinoloog van de Wijnacademie. Enerzijds is de wijn een perfect voorbeeld van een warmbloedige Zuid-Italiaanse wijn, anderzijds het bewijs dat voor een Riserva niet altijd een houtopvoeding vereist is, een hardnekkig misverstand en vrijwel overal verkeerd uitgelegd. Het assortiment van Librandi is evenwichtig, modern gestileerd en heel betrouwbaar op een gemiddeld tot goed niveau. Ik mag heel graag genieten van de witte Efeso, de klassieker Duca Sanfelice en de Magno Megonio die de herrijzenis van de magliocco-druif inleidde. In 1988 bracht Librandi de Gravello op de markt, een blend van gaglioppo met cabernet sauvignon en opgevoed in barriques; destijds een (voor Calabrië) revolutionaire wijn. De wijn bevestigde de leidinggevende positie van het wijnhuis in de regio, met hun onderzoek naar zowel de mogelijkheden van autochtone als internationale druivenrassen én de toepassing van zowel een traditionele- als moderne vinificatie.

Linardi (Crotone)
De gaglioppo staat centraal bij dit wijnhuis en wordt o.a. gebruikt voor een rosé, de witte Galiò (eerste oogst 1992) en de Cirò Rosso Superiore. De 1991 Cirò Rosso Riserva bevestigde het bewaarpotentieel van de wijnen.

Magna Graecia (Cosenza)
Vincenzo Granata bezit zo’n 30 hectare aan wijngaarden in Spezzano (350 m) en Frascineto (500 m) met lokale druivenrassen zoals de pecorello, magliocco dolce en guarnaccia nera, naast wat chardonnay en merlot.

Maradei (Cosenza)
Vittoria Maradei heeft, samen met haar man Enzo en vier dochters, de oude familietraditie opgepakt en maakt weer wijnen zoals vorige generaties dat deden. De vijf hectare aan (soms zeer oude) wijngaarden liggen verspreid tussen de gemeenten Saracena, Firmo en Lungro en worden sinds 2014 biodynamisch onderhouden in samenwerking met Dr. Michele Lorenzetti. De dagelijkse leiding is momenteel in handen van Gina Bavasso (1985) van wie wordt gezegd dat ze in de eerste jaren vooral mooie azijn maakte, om vanaf 2015 echter zeer geslaagde wijnen te produceren. De gebruikte druiven zijn de guarnaccia, malvasia (wit en zwart), magliocco dolce en moscato. In de kelder een mix van roestvrijstalen tanks, houten vaten en anfora’s.

Odoardi
Geweldige wijnen met een mondiaal karakter, maar ik heb begrepen dat er in dit familiebedrijf de nodige problemen zijn, waardoor de productie en/of verkoop enige tijd geleden stil kwam te liggen. Nadere gegevens ontbreken en nieuwe oogstjaren bleken niet te vinden. Jammer, want de wijnen maakten een uitstekende indruk.

Pirito (Crotone)
Rocco Pirito en Francesco Fezzigna maken interessante wijnen van hun wijngaarden met hun rode, zanderige, kleiachtige bodem in de DOP’s Cirò en Melissa met een hoofdrol voor de gaglioppo.

Serracavallo (Cosenza)
Demetrio Stancati plantte in 1995 in eerste instantie Franse druivenrassen aan, primair om de aandacht van journalisten te vestigen op zijn domein in de onbekende regio op de flanken van het Sila gebergte. Ondanks de aandacht voor o.a. cabernet sauvginon, behoort zijn magliocco dolce inmiddels tot zijn beste wijnen.

Tenuta del Conte (Crotone)
Mariangela Parrilla maakt sinds 2010 deel uit van de Cirò Revolution en past in de wijngaard (15 ha) uitsluitend biologische praktijken toe. Ook in de kelder overheerst een ‘natuurlijke’ benadering, inclusief spontane gisting, minimaal gebruik van sulfiet etc. Traditiegetrouw wordt er geen hout gebruikt, alleen containers van staal, glasvezel en beton voor wijnen van greco bianco en gaglioppo.

Terre del Gufo (Cosenza)
Eugenio Muzzillo maakt sinds 2008 van zijn 5 ha aan wijngaarden op 500 meter hoogte 5 wijnen met een totale productie van circa 18.000 flessen. Vooral zijn magliocco dolce toont het potentieel van zowel de druif als de streek en deze wijnmaker. Ook bijzonder zijn de Alysso van de aromatische vujnu-druif en zijn Donnici, de subregio van de Terre di Cosenza DOC,  waarvan hij één van de weinige producenten is.

Terre di Balbia (Cosenza)
In 2001 gestart door Gianni Venica (bekend van Venica & Venica in Friuli) en Silvio Caputo een Californische wijnimporteur, maar geboren in Calabrië. Na positieve adviezen van wijnmaker Gianfranco Fino (uit Salento) nam Giuseppe Chiappetta het bedrijf over in 2014 en maakt hij er samen met zijn broer Nicola en zonen Marco en Luca verschillende biologische wijnen.

Andere interessante wijnhuizen:
Fezzigna (Crotone)
Dell’Aquila (Crotone)
Malaspina (Reggio Calabria)
Marini (Cosenza)
Statti (Catanzaro)

DOP’s
Calabrië telt 10 DOC’s, er zijn geen wijnen met een DOCG-status.

Bivongi DOC (1966)
Slechts 14 ha groot; productie 463 hl (2018)
Wit van ansonica, greco, guardavalle, malvasia en montonico bianco, rood (en rosé) van castiglione, gaglioppo, greco nero, nero d’avola (Calabrese) en nocera

Cirò DOC (1969)
452 ha met een productie van 34.500 hl (2018)
Wit van voornamelijk greco bianco, rood (en rosé) van minimaal 80% gaglioppo met maximaal 10% 10% barbera, cabernet franc, cabernet sauvignon, merlot en/of sangiovese.

Greco di Bianco DOC (1980)
12 ha met een productie van 89 hl (2018)
Zoete wijn van (minimaal 95%) ingedroogde greco bianco

Lamezia DOC (1978)
11 ha met een productie van 825 hl (2018)
Wit (ook mousserend en passito) van Greco bianco en/of montonico bianco, rood en rose van gaglioppo, greco nero en marsigliana

Melissa DOC (1979)
4 ha met een productie van 1080 hl (2018)
Wit is van greco bianco, rood van gaglioppo.

Sant’Anna Isola Capo Rizzuto DOC (1979)
1,9 ha met een productie van 120 hl (2018)
Rosé en rood van gaglioppo, malvasia nera, nerello cappuccio, nerello mascalese en nocera.

Savuto DOC (1975)
21 ha met een productie van 787 hl (2018)
Wit van mantonico, chardonnay, greco bianco en malvasia
Rosé en rood van aglianico, gaglioppo, greco nero en/of nerello cappuccio.

Scavigna DOC (1994)
6,4 ha met een productie van 283 hl (2018)
Wit van gewürztraminer, chardonnay, pinot bianco en welschriesling
Rosé en rood van aglianico, magliocco en marcigliana nera.

Terre di Cosenza DOC (2011)
126 ha met een productie van 2610 hl (2018)
Belangrijke, algemene DOC met zowel witte als rose en rode wijne, stil en mousserend, droog en zoet. Eigenlijk mogen alle druivenrassen wel gebruikt worden, in blends of als monocépage. Er zijn  ook diverse subregio’s met ruimte voor regionale specialiteiten.

Wijnen:
Tijdens de workshops en aanvullende proeverijen werden vele wijn geproefd, waarvan de meeste een prima indruk maakten. Tot de producenten met de meest gewaarde wijnen behoorden Benvenuto, Calabretta, Ceraudo, Ipolitto 1845, Librandi, Malaspina, Odoardi en Giuseppe Calabrese.

Benvenuto
Benvenuto, Zibibbo, Calabria Bianco IGP, 2018
Benvenuto, Zibibbo, Calabria Bianco IGP, 2017
Benvenuto, Zibibbo, Calabria Orange IGP, 2018
Nog geen importeur

Calabrese Giuseppe
Calabrese Giuseppe, Pollino Terre di Cosenza DOP, 2015
Calabrese Giuseppe, Pollino Terre di Cosenza DOP, 2013
Nog geen importeur

Cantine di Luca
Cantine di Luca, Gocce di Marinella, Cirò Bianco, 2019
Cantine di Luca, Nettare di Abramo, Cirò Rosso, 2018
Importeur: Vinoblesse

Ceraudo
Ceraudo, Petelia, Val di Neto Bianco IGT, 2017
Ceraudo, Grisara, Val di Neto Bianco IGT, 2017
Ceraudo, Dattilo, Val di Neto Rosso IGT, 2013
Ceraudo, Crisera, Pellaro Rosso IGT 2014
Importeur: Benier Global Wines

Ferrocinto
Ferrocinto, Timpa del Principe, Calabria Bianco IGT, 2016
Nog geen importeur

Feudo dei Sanseverino
Feudo dei Sanseverino, Donna Marianna, Calabria Rosso IGT, 2013
Feudo dei Sanseverino, Lacrima Nera Terre Di Cosenza Pollino Rosso Riserva, 2011
Nog geen importeur

Ippolito 1845
Ippolito 1845, Mare Chiaro, Cirò Bianco DOC, 2019
Ippolito 1845, Liber Pater, Cirò DOC, 2018
Ippolito 1845, Calabrise, Rosso Calabria IGT, 2018
Importeur: Sauter Wijnen

Librandi
Librandi, Segno Librandi, Cirò Bianco, 2019
Librandi, Ciro Classico Bianco doc, 2017
Librandi, Asylia, Melissa Bianco, 2019
Librandi, Asylia, Melissa Bianco doc, 2015
Librandi, Critone, Calabria IGT, 2019
Librandi, Critone, Val di Neto Bianco IGT, 2017
Librandi, Efeso, Val di Neto Bianco IGT, 2016 (Cirò Marina / Crotone)
Librandi, Terre Lontane, Calabria IGT, 2019
Librandi, Asylia, Melissa Rosso doc, 2016
Librandi, Cirò Rosso Classico, 2018
Librandi, Ciro Classico Rosso doc, 2016
Librandi, Duca Sanfelice, Ciro Rosso Classico Superiore Riserva, 2017
Librandi, Duca Sanfelice, Cirò Rosso Classico Superiore Riserva DOC, 2014
Librandi, Magno Megonio, Val di Neto Rosso IGT, 2016
Librandi, Magno Megonio, Val di Neto Rosso IGT, 2015
Librandi, Gravello, Val di Neto Rosso IGT, 2015
Librandi, Le Passule Passito IGT, 2016
Importeur: Vinites

Malaspina
Malaspina, Micah, Greco Bianco, Calabria IGT, 2017
Malespina, Palikos, Calabria Rosso IGT, 2014
Malespina, Palizzi, Calabria Rosso IGT, 2013
Malespina, Patros Pietro, Calabria Rosso IGT, 2012
Importeur: Douwe Walinga

Odoardi
Odoardi, Terra Damia Bianco,
Odoardi, Savuto Odoardi,
Odoardi, Scavigna, Scavigna DOC, 2016
Odoardi, GB, Calabria Rosso IGT, 2014
Importeur: ?????

San Francesco
San Francesco, Cirò Bianco, 2018
San Francesco, Cirò Rosso Classico, 2017
San Francesco, Duca dell’Argillone, Cirò Rosso Classico Superiore Riserva, 2013
Importeur: Provino

Specialist op het gebied van Calabrese wijnen  in Nederland is Terre Lente in Amsterdam. Zij werken o.a. met de wijnen van: 
– Cataldo Calabretta
– Sergio Arcuri
– ‘A Vita
– L’Acino
– Serracavallo
– Le Moire

Met dank aan o.a.:

Deel dit bericht:

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn