Fred Nijhuis

Your favorite Dutch wine writer

Montepulciano versus Montalcino

Montepulciano versus Montalcino

Wat gebeurt er momenteel in beide wijnstreken?
copyright: Bertani domains

Er is al decennia sprake van een zekere competitie tussen Vino Nobile en Brunello. Beide wijnen uit Toscane, beiden (al dan niet volledig) gebaseerd op sangiovese  en allebei kregen ze in 1966 de DOC-status om daarna in 1980 ook gelijktijdig verheven te worden tot DOCG.

Historie:
Het is niet helemaal duidelijk wanneer de eerste wijnen rond Montalcino werden gemaakt, maar in de 14e eeuw werd al geschreven over rode wijn in de regio. Van Montepulciano staat vast dat er al in de 8e eeuw wijn werd gemaakt en niet uitgesloten wordt dat Etrusken en/of Romeinen al eerder wijnbouw uitoefenden bij beide steden.

Montepulciano was echter honderden jaren de meest bekende van de twee. In de 16e eeuw al, noemde de wijn-assistent van Paus Paul III wijn uit Montepulciano “absoluut perfect” en in 1685 wordt de wijn tot ‘de Koning aller wijnen’ gekroond door dichter Francesco Redi. De wijn heeft een uitstekende reputatie en wordt door de adel gedronken; een wapenfeit waaraan de Vino Nobile zijn huidige naam dankt. Ook buiten Italië is de wijn bekend, in 1817 roemt en bestelt niemand minder dan Thomas Jefferson wijn uit Montepulciano.

Montalcino daarentegen was lange tijd meer bekend om haar keramiek en Moscadello dan om de rode wijn waaraan ze haar huidige imago dankt. Pas aan het eind van de 19e eeuw wordt er rode wijn van betekenis gemaakt, met de fameuze 1888 Brunello van Biondi-Santi als oerwijn waarop eigenlijk alles is gebaseerd. Toch duurt het nog tot 1978 voor er in Montalcino van een echte doorbraak sprake is. Waar het gemiddelde wijngaardbezit in die jaren minder dan 1 ha is, koopt Banfi er 3000 en plant er 800 aan met wijngaarden. Dankzij Banfi en de commerciële belangen van een Amerikaanse wijnschrijver, ontwikkelt Brunello zich in amper 20 jaar van een lokale curiositeit tot een mondiale hype.

Nauwelijks navolging
De komst van Boscarelli en Poliziano in Montepulciano in de jaren ’60 van de vorige eeuw zijn lovens- en noemenswaardig, maar hun initiatieven werden en worden niet of nauwelijks gevolgd. Vino Nobile teert op haar historie en de toekenning van de DOCG-status dankt de wijn vrijwel volledig op vergane glorie. De wijnbouw is afgegleden naar een bedenkelijk niveau en de meeste wijnen tonen aan dat het onderhoud in de wijngaard slecht is en dat er van hygiëne in de kelders niet of nauwelijks sprake is. In geen enkele andere streek is de besmetting met brett zo groot als in Montepulciano en nergens anders is het aandeel vluchtige zuren zo hoog als in een Vino Nobile.

Brett
In de periode tussen 1990-2000 blijft de regio ver achter bij ontwikkelingen die we wel in Chianti Classico, Montalcino of aan de kust zien. Initiatieven van het consorzio in Montepulciano blijven beperkt. Het minimaal aandeel sangiovese stijgt welswaar van 50% naar 70%, maar is nog onvoldoende om de wijn een duidelijk en herkenbaar profiel te geven. Brett en andere afwijkingen blijven bestaan en leiden niet tot een verandering van de mentaliteit in de streek. Er is op individueel niveau wel enige verandering merkbaar (bij o.a. Antinori, Boscarelli, Dei, Poliziano, Salcheto en Trerose), maar van structurele verbeteringen onder leiding van het consorzio is geen sprake.

Avignonesi
De belangrijkste recente verbeteringen vinden plaats bij Avignonesi. De nieuwe eigenaresse Virginie Saverys is verantwoordelijk voor een mini-revolutie op het historische domein dat haar reputatie de jaren voor de overname verkwanselde. Biologische wijnbouw, kwaliteitsimpulsen met behulp van nationale en internationale adviseurs en een moderne marketingstrategie zorgen dat Avignonesi momenteel weer tot de topbedrijven in Toscane behoort. Dat ze hun verantwoordelijkheid nemen blijkt ook uit hun lidmaatschap van de in 2017 opgerichte Alliance Vinum; een duidelijk signaal naar de streek en de internationale markt dat ook zij streven naar het herstellen van de kwaliteit en het imago van Vino Nobile.

Amper
En de rest? Er zijn wel wat nieuwe bedrijven bijgekomen, maar die onderscheiden zich amper. Ik hoopte op een doorbraak van Lunadoro, een positief effect van de overnames bij Del Cerro en Fassati, leuke wijnen bij Manvi of de biologisch benadering bij Cavalierino, maar ben tot op heden nog niet onder de indruk van de wijnen. Van de oude garde kan gezegd worden dat ze op de oude voet voortsukkelen; ik proef geen inspiratie of verbetering. Voor mij is het enige ‘nieuwe’ bedrijf (in 1996 overgenomen) dat zich op een goede wijze heeft ontwikkeld Le Macchiole. Hier wel aansluiting op zowel traditie als de hedendaagse realiteit; schone wijnen met een hoofdrol voor de elegantie van sangiovese.

Montepulciano versus montepulciano
Ook de positie van het consorzio is me onduidelijk. Ik zie weinig beweging en ze worden in beleid en concrete plannen dan ook voorbijgestreefd door o.a. de Alliance Vinum. De invloed van grootaandeelhouders qua stemrecht (de coöperatie) lijkt helaas te groot. Het is natuurlijk leuk dat de principiële en juridische strijd met de regio d’Abruzzo inzake het gebruik van de naam Montepulciano begin dit jaar heeft geleid tot een soort doorbraak, maar of de consument daar nu echt beter van wordt betwijfel ik. Het toevoegen van ‘Toscana” aan ‘Vino Nobile di Montepulciano’ heeft geen enkele kwaliteitsverbetering tot gevolg en zal de meeste wijnliefhebbers worst zijn. Maar goed het heeft bestuurders en advocaten de nodige jaren lekker bezig gehouden, dus…

Chagrijnig
Tijdens de Anteprima proefde ik alle wijnen en verliet de proefruimte chagrijnig. Van harde, onrijpe tannine en beendroge wijnen zonder fruit of levenslust word ik nu eenmaal niet blij, zeker niet als dat gepaard gaat met penetrante animale geuren (‘mousy’/ brett) of een overdosis afwijkende aroma’s met de geur van velpon en azijn in een hoofdrol. Schitterende wijnen van o.a. Dei (misschien wel de beste 2017 van allemaal), Boscarelli en Poliziano bevestigden mijn overtuiging dat er zeer fraaie wijnen gemaakt kunnen worden in Montepulciano, maar konden een negatief sentiment niet wegnemen. Ik reed met genoegen weg uit Montepulciano, op weg naar Montalcino.

Val di Suga
Mijn eerste stop in Montalcino was bij Val di Suga, waar een verticale proeverij van hun Vigna Spuntali werd georganiseerd. Het bleek een verademing na de deceptie in Montepulciano. Andrea Lonardi legde er haarfijn uit welke ontwikkeling Brunello heeft doorgemaakt de laatste 20 jaar en presenteerde er enkele prachtige wijnen.

Lonardi
Tijdens de presentatie benadrukte Lonardi nog maar eens het feit dat Montalcino duidelijk te onderscheiden subregio’s met een andere bodemsamenstelling en eigen sub-klimaat telt: het noorden, het zuidwesten, zuiden en zuidoosten. Dat hij hierbij voorbij gaat aan het noordwesten is niet zo vreemd, dit deel van de DOCG wordt vooral gedomineerd door bossen en over het algemeen minder ideaal geacht voor wijnbouw. Elke subregio vergt een andere aanpak in zowel wijngaard als kelder. Wat ze gemeen hebben is de druif en de sangiovese biedt elke wijnmaker extra uitdagingen. Zo is hij gebaat bij een late oogst met regen in de laatste weken van het seizoen om het alcoholpercentage niet te ver te laten oplopen. Die regen ontbrak bijvoorbeeld in 2010 en 2015 en dat zijn dan ook niet de beste jaren voor de optimale expressie van sangiovese, o.a. qua bewaarpotentieel. De Spuntali 2010 bewijst dat, deze is nu fantastische om te drinken, want hij komt over als een Brunello van 20 jaar oud…

Oud versus nieuw
Lonardi stond ook stil bij de invloed van klimaatveranderingen en benadrukte dat men op dit moment weer kiest voor oude(re) klonen die in de jaren rond 2000 juist als minder geschikt werden aangemerkt. Qua vinificatie heeft men veel geleerd van experimenten met barriques uit de jaren 1985 tot 2000 en vooral geconstateerd dat barriques in bepaalde subregio’s nog altijd toegevoegde waarde hebben (opname polyfenolen wordt gestimuleerd door gebruik barriques, zo leerde hij ooit van professor Denis Dubourdieu), maar dan vaak korter toegepast (zeker als pH hoger is) en in combinatie met een (verdere) lagering in grote(re) vaten. Minstens zo belangrijk acht Lonardi de weking, niet alleen m.b.t. de duur, maar ook de temperatuur. Van één aanpak kan geen sprake zijn, want het fruit van elk jaar heeft zijn eigen unieke kenmerken en vergt een specifieke benadering, waarbij het opmerkelijk is dat men de 2015 bijvoorbeeld heeft gemaakt in de stijl van de 1988 en 1995 met een langere weking en wat meer groter hout dan barriques.

Calzolari
De proeverij leerde dat voormalig wijnmaker Mario Calzolari in zijn tijd bij Val di Suga enkele geweldige wijnen heeft gemaakt, waaronder de fenomenale 1988 en 1995. Ook de 2001 imponeerde en van de 2015 (gemaakt door Lonardi) kunnen we veel verwachten. De wijn geeft zich nu nog niet volledig, maar toont al dat hij beschikt over een prima balans, een goed uithoudingsvermogen en de complexiteit die we graag in Brunello proeven. De andere cru’s van Val di Suga bevestigden de woorden van Lonardi: de Vigna del Lago 2015 toonde zijn zachtere karakter en de Poggio al Granchio zijn finesse en bewaarpotentieel. Samen met de Spuntali (naast de reguliere Brunello en de Riserva) beschikt Val di Suga over het hele scala aan mogelijkheden die de DOCG biedt.

Salicutti
Traditiegetrouw bezocht ik Salicutti, ook nu voormalig eigenaar Francesco Leanza er niet meer aanwezig is. Leanza is iemand die de publiciteit nooit heeft opgezocht en zich als het ware verstopte op zijn domein gelegen op de heuvelrug tussen Gianni Brunelli (Le Chiuse di Sotto) en San Polo. Jarenlang was ik vrijwel de enige die hem bezocht, er zijn wijnen proefde en me afvroeg waarom de meest vreemde wijnen de hoogste scores kregen en die van hem niet. In communicatief opzicht (en daarmee ook commercieel gezien) was hij niet erg interessant, hij vond al die journalisten maar niks, ging ze met veel genoegen uit de weg en dat schept uiteraard geen positieve band met de pers. Op de één of andere manier hadden wij wel een zekere ‘klik’ en een bezoek werd dan ook altijd op prijs gesteld. Toen hij het domein verkocht, was ik uiteraard benieuwd naar de nieuwe eigenaren en een paar jaar geleden ontmoette ik een energieke, goedlachse en heerlijk eigenwijze Sabine Eichbauer. Met veel genoegen en enthousiasme vertelde ze over haar andere bezigheden; zo is ze niet alleen architect, maar is ze samen met haar echtgenoot Felix ook eigenaar van restaurant Tantris in München (**).

Klein versus groot
Leanza hield alles klein en simpel, de Eichbauers besloten het groots aan te pakken en restaureerden vrijwel alles. Kelder, woonhuis en kantoor werden volledig verbouwd en een vraag over de benodigde investeringen werd keurig ontweken. In de wijngaarden veranderden ze bijzonder weinig, Leanza had het daar prima voor elkaar en de planten beginnen nu keurig op leeftijd te komen. Die ontwikkeling van de wijnstokken heeft de Eichbauers in staat gesteld de selectie wijnen wat aan te passen. Voorheen kwam de Rosso van de destijds nog jonge wijngaard Sorgente (1e deel aangeplant in 1994, 2e in 2001), maar hij wordt nu gemaakt van iets vroeger (paar dagen) geplukte druiven uit alle wijngaarden. Het resultaat is een wijn met veel speelse fruitrijke tonen en een fijne, vullende structuur waaraan menig Brunello een voorbeeld kan nemen. Later geoogste druiven van de Sorgente en die van de andere wijngaarden Paggione en de Teatro worden gebruikt voor drie Brunello’s. De Sorgente en de Paggione zijn pure single vineyards-wijnen; de Teatro was dat voorheen ook, maar geeft nu de naam aan een blend van druiven uit alle wijngaarden. De Teatro is een zeer complete wijn met een elegante structuur, de Sorgente bezit veel finesse en spanning, terwijl de Paggione over een indrukwekkende inhoud en lengte beschikt en tot de top tien van allermooiste Brunello’s uit 2015 behoort. Op dit moment zoeken de Eichbauers de publiciteit niet, de verbouwingen zijn nog niet afgerond en voorlopig wil men zich vooral daar op richten. Men verwacht het meeste werk in 2020 te voltooien, waarbij de installatie van een duurzame geo-thermische installatie misschien wel de grootste uitdaging is. Nu nog wat minder bekend dus, maar dat is een kwestie van tijd. Een vrijblijvend advies: vergeet de meuk die James S. probeert te promoten en koester (en drink!) de wijnen van Salicutti!   

Cerbaiona
Een ander domein dan recentelijk werd overgenomen is Cerbaiona, waarvan de Brunello 2010 tot “Wijn van het jaar” werd uitgeroepen door Doctor Wine Daniele Cernilli en van zijn Amerikaanse collega Antonio Galloni de perfecte score van 100 punten kreeg. Vorig jaar maakte ik kennis met de nieuwe manager en tevens mede-eigenaar van het domein, Matthew Fioretti. Financieel en ook anderszins gesteund door zijn (gefortuneerde) zakenpartner Gary Rieschel begon Fioretti aan een volledige verbouwing van het huis en de kelders, waarbij ik dit jaar vol verbazing en ontzag getuige was van hun nieuwste plan: het afgraven van een enorm deel van de heuvel voor een geheel nieuwe productieruimte. Matthew: “Ja, het was eigenlijk niet de bedoeling en kost een ‘paar centen’ extra, maar we waren nu eenmaal bezig en besloten dat we het maar beter meteen goed konden doen. Bovendien, later bouwen was geen optie en geld niet echt een probleem, dus….”.

De beste onder de besten
Wie Fioretti meemaakt, weet dat de man boordevol ideeën zit en aantoont over heel veel kennis en inzicht te beschikken. Hij geeft echter direct toe dat hij er al snel achter kwam dat de kennis en ervaring die hij had, tekort schoten voor het runnen van een wijndomein. Fioretti: “Het is natuurlijk leuk dat je een beetje kunt proeven en weet dat wijn van druiven gemaakt worden en zo, maar daadwerkelijk wijn maken en alle beslissingen moeten nemen voor aanplant en onderhoud van wijngaarden, vinificatie, botteling etc. is een heel ander verhaal. Ik heb gelukkig een goed netwerk en me laten adviseren door de beste onder de besten. Zo luisterde ik naar autoriteit Franco Biondi-Santi, attendeerde Max Chapoutier me op natuurlijk draad om wijnstokken op te binden, deelde Giancarlo Pacenti zijn ervaring met de albarello snoeimethode voor sangiovese met me, overleg ik nog altijd met kwekerij Guillaume en gebruik ik kennis en sangiovese-stekken (CV10) van Prinses La Coralia Pignatelli della Leoness (Castell’in Villa). Ook leerde ik veel van het genie Paolo de Marchi en de onvolprezen Remigio Bordini. Deze laatste adviseerde me o.a. om de alberello snoeimethode te gebruiken omdat deze een betere ventilatie en minder schaduw geeft (heel belangrijk voor wijngaarden in het noordelijk deel van Montalcino). Ook heb ik op grond van zijn inzichten een extra rij sangiovese geplant tussen bestaande rijen, terwijl we dankzij hem nu ook ander wortelstokken gebruiken. Uiteindelijk willen we per plant maar 500-600 gram aan druiven (3 trossen) en daarvoor zijn de juiste wortelstokken, klonen en snoeimethoden van groot belang”.

Cement en klei versus RVS
In de kelder treffen we inmiddels ook cementen cuves en anfora’s aan (van Tava, wiens grootste markt inmiddels Bordeaux is), bedoeld ter vervanging van roestvrijstalen tanks. “RVS is veel te gevoelig voor temperatuurverschillen, en dat is (nog afgezien van duurzame aspecten) voor de meeste wijnen minder goed. Cement is een uitstekend en heel betrouwbaar alternatief. We kijken nog naar de juiste dichtheid van de anfora’s. Als ze op hogere temperatuur worden gebakken neemt de dichtheid toe en om teveel reductie te voorkomen is voor sangiovese meer/voldoende zuurstof heel belangrijk”; aldus Matthew. Enkele proefmonsters geven aan dat Fioretti niet zomaar wat zegt. De wijnen zijn loepzuiver (brett was bij Molinari nog wel eens een probleem), bieden prachtig fruit, de verfijnde tanninestructuur die de allerbeste sangiovese hebben en hebben de energie die wijnen groots maken. Het is duidelijk dat niets Fioretti weerhoudt om binnenkort enkele van de allermooiste wijnen uit Montalcino (en enkele uit omringende districten) op de markt te brengen.

Montepulciano versus Montalcino
Bertani, de Eichbauers en Fioretti & Rieschel investeren momenteel veel geld in hun domeinen. Maar het is niet alleen een kwestie van geld. Er zijn meer producenten die veel geld hebben gestoken in hun ondernemingen (bijvoorbeeld Castiglion del Bosco). Bij hen ontbreekt het echter vaak aan een visie die uitstijgt boven enorme financiële bijdragen; zonder hoger doel heeft geld immers geen toegevoegde waarde. Val di Suga, Salicutti en Cerbaiona onderscheiden zich daadwerkelijk door concreet bij te dragen aan de werkelijke betekenis van Brunello di Montalcino. In Montepulciano wordt dit momenteel (naar mijn mening) alleen door Avignonesi gerealiseerd en dat is onvoldoende om die streek op wereldniveau weer een rol van betekenis te geven. In Montalcino heb ik genoeg vertrouwen, in Montepulciano is mijn hoop gevestigd op de Alliance Vinum.

Deel dit bericht:

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn