Fred Nijhuis

Your favorite Dutch wine writer

NCS werkt graag samen met:

Grazie Piero

Herinneringen aan Piero Palmucci

Piero Palmucci overleed in juli van dit jaar en ik vernam dat pas dit weekend, te laat om hem deze dagen (terwijl ik in Toscane ben) nog even te bezoeken.

Ik las diverse berichten over zijn verscheiden, zijn karakter, visie en de indrukwekkende vineuze erfenis die hem nooit zal doen vergeten. In de jaren ’80 van de vorige eeuw verruilde hij namelijk zijn bestaan in de logistieke sector voor een onbekend en ongekend avontuur in de wondere wijnwereld waar hij uiteindelijk de absolute top bereikte.

Gedreven door een zelden geëvenaarde passie en bijna dwangmatige drang om te excelleren, richtte hij Poggio di Sotto op in Castelnuovo dell’Abate om er de allermooiste Brunello di Montalcino te maken. Hoewel de meningen altijd verschillen over wie, waarom en hoe nu de beste, mooiste meest bijzondere Brunello maakt, staat het voor mij al zo’n 30 jaar vast; Palmucci maakte memorabele wijnen die tot de wereldtop behoren.

Palmucci werd niet altijd gewaardeerd en begrepen, alleen al omdat hij geen bla bla of tegenspraak duldde, tenzij deze laatste op acceptabele gronden was gebaseerd, d.w.z. door mensen die er echt verstand van hebben en niet zomaar wat roepen. Aan zijn tafel daarom alleen mensen die hij respecteerde, meestal slechts een handvol wijnschrijvers. De commerciële pers had er weinig te zoeken, hij investeerde in zijn wijnen, niet in advertenties of punten. En als je hem alleen maar naar de mond praatte, dan was je eerste bezoek ook meestal je laatste.

Waarom was deze soms onnavolgbare wijnmaker dan zo belangrijk? Niet alleen om zijn eigen wijn, maar ook voor de gehele appellatie en liefhebbers van authentieke, topkwaliteit Brunello. Samen met Franco Biondi-Santi en Gianfranco Soldera redde hij Brunello van merlot, cabernet en andere aanvullingen die het echte karakter van een Brunello alleen maar geweld aandeden. Ook daarom bij hem in zijn brandschone kelder uitsluitend traditionele grote eikenhouten vaten; barriques van Frans eiken voor een Brunello waren hem een doorn in het oog.

Vertrouwen deed hij weinig mensen, maar hij maakte graag een uitzondering voor vrienden als meesterproever Giulio Gambelli. Als hij olijfolie liet maken, dan bleef hij er het hele proces bij. Pas als de olie gebotteld was, was hij tevreden. In zijn flessen geen olijven van anderen en zijn olijven beslist niet in die van anderen! In hete, droge jaren overzag hij sproeien tot diep in de nacht, in extreem natte jaren legde hij honderden meters zeil in de wijngaarden om overtollig water af te voeren. Aanplanten deed hij alleen na uitgebreid bodemonderzoek en zijn kelder moest schoner dan schoon zijn. Alles altijd onder zijn supervisie, het moest perfect zijn.

Hij had er een gepaste hekel aan als ik hem plaagde of ik bij hem aan het juiste adres was voor wijnen van Banfi, hoewel hij er met genoegen druiven aan verkocht die voor hem niet goed genoeg waren. Hij daagde me altijd uit om open, onderbouwde kritiek te geven op zijn wijnen en vroeg altijd wie er nu weer wat voor druiven had gebruikt om hun Brunello wat meer kleur, inhoud of smaak te geven. “Hoe was de Brunello van Diego dit jaar? Geen 100% sangiovese, toch?”.

Hij had de reputatie onnavolgbaar en onvoorspelbaar te zijn, hetgeen ik altijd heb betwist. Je wist nooit wat hij ging zeggen of doen en dat maakte hem juist heel voorspelbaar😉. Feit is dat hij ondanks zijn weerbarstige momenten en dankzij zijn soms maniakale perfectionisme, wijnen maakte die wellicht geëvenaard zijn of zullen worden, maar nooit overtroffen. Toen hij Poggio di Sotto verkocht, moesten de nieuwe eigenaren een heel team inzetten om het werk van deze ene bijzondere man op te vangen en het heeft ze ook een paar jaar gekost om de zo bewonderde precisie en balans te vinden in de wijnen. Palmucci was een man voor wie zijn wijn belangrijker was dan wat dan ook en dat had serieuze consequenties, ook in de privésfeer. Van Elena, de partner met wie hij zijn laatste jaren deelde, heb ik begrepen dat hij uiteindelijk in vrede afscheid heeft kunnen nemen van zijn kinderen; dat heeft iedereen veel goed gedaan.  

Voor mij betekende Piero veel, niet alleen vanwege zijn wijnen, maar meer om zijn visie en passie waaruit ik inspiratie putte. Mijn verhalenbundel “Er was eens een wijn…” begint niet voor niets met een beschrijving van onze allereerste kennismaking en de eerste wijn die ik van hem proefde. Het was ‘slechts’ een Rosso di Montalcino, maar wel één naast welke menig Brunello verbleekt tot een  enkelvoudig tafelwijntje. Vorig jaar organiseerde ik een grote proeverij met vele grote Brunello’s en Riserva’s uit de topjaren 2015 en 2016. Heel veel fraaie wijnen, maar de ster van de proeverij voor velen was de Poggio di Sotto Rosso di Montalcino 2005, één van de laatste wijnen die hij heeft gemaakt. Als ik weer thuis ben, open ik daar nog maar een flesje van en ga ik uitgebreid genieten van hele mooie herinneringen aan een bijzonder mens.

Grazie Piero.

Deel dit bericht:

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn