Fred Nijhuis

Your favorite Dutch wine writer

NCS werkt graag samen met:

Dossier Bolgheri

Zo’n 50 jaar geleden kende niemand ze, nu komen enkele van de beste, duurste en meest beroemde Italiaanse wijnen van de Toscaanse goudkust. Hoe heeft dat zich zo ontwikkeld, wie waren de grondleggers van het huidige succes en waar halen zij hun inspiratie vandaan? Na een (zeer uitgebreide) presentatie en proeverij voor het Nederlands Gilde van Sommeliers en een dito workshop in Tuil, is het tijd om heel de wereld alles mee te geven over Bolgheri. We duiken in de geschiedenis, het heden en de toekomst van de wijnen uit de regio Bolgheri, met veel aandacht voor de oorsprong, kenmerken en andere wetenswaardigheden. Geen artikel, maar een dossier met idioot veel informatie dus…  

Nicolo Incisa della Rochetta, Lodovico Antinori, Piermario Meletti Cavalleri, Michele Satta, Piero Antinori

Elkaar
Rond 1990 was ik de eerste internationale wijnschrijver die de Toscaanse kustreek uitgebreid  bezocht en ik was er getuige van de opkomst van vele illustere wijnhuizen. In 2022 mocht ik als enige buitenlandse gast (niet woonachtig in Italië) aanschuiven aan de bijna 1 kilometer lange tafel tijdens de eerste editie van een onovertroffen diner op de befaamde Viale dei Cipressi. Tijdens het NK Blindproeven 2023 waren we de tweede organisatie ter wereld die het Consorzio Bolgheri e Bolgheri Sassicaia DOC mocht ontvangen voor een boeiende proeverij met tientallen wijnen. Kortom, Bolgheri en ik hebben ‘wel wat’ met elkaar, zo mag ik in alle bescheidenheid (!) zeggen…

Pioniers
Toen ik ruim 30 jaar geleden Bolgheri en omstreken bezocht, werd ik rondgeleid door oenoloog/consultant Luca d’Attoma, een belangrijke pionier in deze regio. Ik maakte kennis met wijnmakers van het eerste uur zoals Michele Satta, Eugenio Campolmi en PierMario Meletti Cavallari. Uiteraard bezocht ik toen ook San Guido waar Marchese Niccolò Incisa della Rochetta me trakteerde op een ‘cafè’ in zijn favoriete bar in Bolgheri, gelukkig ook gevolgd door een nadere kennismaking met zijn Sassicaia, toen al de beroemdste wijn uit Italië.

Met Nicolo Incisa della Rochetta
Met Luca d'Attoma

Vini da Tavola
Mijn avonturen in Bolgheri leidden destijds ook tot een reeks proeverijen die door velen memorabel genoemd werd. Ik had namelijk (samen met Frank van Donkelaar) tientallen ‘Vini da Tavola’ verzameld, de wijnen waar de hele wereld naar uitkeek en bewonderde. Ze werden op 4 maart 1990 uitgebreid geproefd met enkele van de op dat moment belangrijkste wijnprofessionals in Nederland, waaronder Huib Brand, Marga van den Heuvel en Jan van Lissum. Die proeverijen waren ook het begin van mijn carrière bij Proefschrift, want ik wist er van Lissum mee te overtuigen dat we elkaar wellicht het e.e.a. te bieden hadden… De basis van een nauwe samenwerking die zo’n 25 jaar duurde, werd dus voor een belangrijk deel gevormd door de wijnen uit Bolgheri.

Passie
Ik genoot in die eerste jaren van de ontwikkeling van Bolgheri als wijnstreek vooral van de energie, de pure passie, visie en het werk van de pioniers die enorm hun best deden om grenzen op te zoeken, te overschrijden en verleggen. Hun doel: de beste wijnen te maken die de Toscaanse kust kon voortbrengen, wijnen die hun gelijke niet kenden; puur Italiaans, maar dan ‘anders, nieuw en op dat moment ongeëvenaard’. Prestige speelde toen nog geen rol, marketing evenmin, dat kwam allemaal later pas. De wijnen werden toen vooral met hart, lef en overgave gemaakt- en dat proefde je. Elk jaar ontdekten en probeerden de wijnmakers weer iets nieuws, waar ze zich dan vol overtuiging op stortten om daarna te leren van die ervaringen en de volgende oogst de wijnen weer een nieuwe kwaliteitsimpuls te geven. 

met o.a. Rita Tua, Piermario Meletti Cavallari en Michele Satta

Commercie
Een paar jaar later veranderde de balans, de beleving, de sfeer in de regio. Commercie sloeg toe en Bolgheri veranderde in een door investeerders, ego’s, marketing en barriques gedomineerde goudkust. Net als in de Napa Valley stegen de prijzen van de grond én de wijnen explosief en namen cowboys, celebraties en investeerders de positie over van de pioniers. Het maakte de streek en haar wijnen beroemder dan ooit, maar niet perse beter. Het aandeel kleinere familiebedrijven nam sterk af, de aanwezigheid van organisaties met meer CEO’s en marketing- en salesmanagers dan ‘wijnboeren’ juist onevenredig hard toe, zo werd door diverse wijnboeren met lede ogen aanschouwd.

Onrust
Ik verloor mijn interesse in de streek waar ik ooit zo enthousiast over was; de wijnen misten naar mijn mening de ziel van weleer; geld was belangrijker dan de wijn. Aan het befaamde diner op de Viale dei Cipressi sprak ik met een zeer ervaren Britse collega, een autoriteit op het gebied van Italiaanse wijnen. We waren het al snel met elkaar eens, de jaren 1995-2005 waren niet de beste jaren uit de geschiedenis van dit nog zo jonge wijndistrict, ondanks de torenhoge scores van de commerciële (Amerikaanse) wijnpers die meer geïnteresseerd is in sales en pointless points dan in objectieve berichtgeving of het belang van hun lezers. Het aantal wijnbedrijven nam onevenredig hard toe en van eenheid of een specifieke stijl was amper sprake. De enige gemeenschappelijke factoren bleken techniek en marketing; stabiliteit en persoonlijkheid ontbraken. Op zich niet vreemd, want ik herinner me wat PierMario Meletti Cavallari vertelde: “Je hebt als wijnmaker zeker 25 oogsten nodig om te begrijpen wat je in je wijngaard hebt en hoe je de keuzes qua druivenrassen, klonen, plantdichtheid, wijngaardmanagement en de oogst het beste kunt afstemmen op de vele variabelen van de vinificatie en lagering”. Beslissingen zijn een “educated guess”, gebaseerd op belangrijke theoretische kennis, maar nooit een garantie door de grillen van zowel moeder natuur als de mens.

Bolgheri
Bolgheri zelf is maar een klein dorpje, een paar kilometer van de Via Aurelia, de oude Romeinse kustweg van Rome naar Pisa, gebouwd door Consul en generaal Gaius Aurelius Cotta in de 3e eeuw v. Chr. Het telt maar 150 inwoners, waarvan de meeste wel iets met wijn of toerisme te maken hebben. Heel veel is er niet te beleven, met uitzondering van het Castello di Bolgheri, de Chiesa dei Santi Giacomo e Cristoforo (rond 1000 gebouwd en rond 1510 opnieuw opgetrokken met stenen van het in 1492 verwoeste Castello di Bolgheri) en de Cimitero di Nonna Lucia, de oude begraafplaats die vernoemd is naar de oma van Giosuè Carducci, Nonna Lucia (1762-1842), wiens graf er nog altijd te vinden is. Ook Giorgio Ugolino dell Gherardesca (1902-1947 ) en zijn vrouw Francesca della Gherardesca (Flavia Theodoli 1910-2005) zijn er begraven. In Bolgheri is het beeld van Nonna Lucia op het pleintje een veel bezocht en gefotografeerd object door bezoekers die weg zijn van of naar één van de enoteca’s en restaurantjes waar je alle wijnen uit de regio kunt vinden. Je kunt er ook genieten van lokale gerechten, zoals de Lombardische soep van water met bonen, salie, knoflook, brood en olijfolie (al in de 17e eeuw geserveerd aan gastarbeiders) net als diverse bereiding van en met ‘cinghiale’. Liefhebbers van geurtjes kunnen er uiteraard ook “Acqua di Bolgheri” kopen, beauty-producten van de familie Taffi (sinds 1987). Wie wil genieten van een goed stuk vlees (van meesterslager Dario Cecchini uit Panzano) of de befaamde ‘testina di cinghiale’ eens wil proberen, kan daarvoor terecht bij chef-kok Omar Barsacchivan van Osteria Magona. De wijnkaart is uiteraard minstens zo uitbundig. Bolgheri is dus maar klein, en ook het gelijknamige wijngebied is niet bepaald groot, slechts 13 km lang en 7 km breed. De invloed op de Italiaanse wijnbouw is echter zonder enige twijfel groot te noemen. Die invloed is voor een belangrijk deel bepaald door mensen en gebeurtenissen uit het rijke verleden van de Toscaanse kuststreek.

Zilver
Een deel van dat rijke verleden is gebaseerd op de rijkdommen die de Etrusken en Romeinen er al ver voor onze jaartelling vonden, dolven en gebruikten. Niet voor niets wordt het zuidelijk deel van de Toscaanse kust de Costa d’Argento genoemd naar de vele zilvermijnen in deze regio; wijnhuis Tenuta Argentiera ontleend er haar naam ook aan. Het zorgde ervoor dat de kuststreek al sinds de 12e eeuw v.Chr. werd bewoond en haar schatten moesten worden beschermd. Zo was in de 6e eeuw al sprake van het Castello di Donoratico, gebouwd op de plaats waar voorheen al een klooster stond op de resten van een Etruskisch fort uit de 5e-4e eeuw v.Chr. Het kasteel diende de verdediging tegen invallen van o.a. Sienezen, Saracenen en piraten, een reëel probleem in deze tijd voor de gehele Toscaanse kust. Omdat de lagere delen veelal uit moerassen bestonden, werden de kleine nederzettingen die destijds ontstonden, veelal op heuveltoppen gebouwd: niet alleen veilig en gezond, maar ook strategisch verantwoord.

Stijl
De eerste vijfentwintig jaar startten diverse nieuwe producenten in de regio, waarbij ik het idee kreeg dat een deel weliswaar over druiven en barriques beschikte, maar niet echt wist wat ze  er mee moesten doen. Elk jaar kwamen er nieuwe wijngaarden en druiven bij, werden blends aangepast en de vinificatie gewijzigd, mede door de invloed van een nieuwe generatie consultants, waaronder Michel Rolland en Stephan Derenoncourt. Ornellaia bijvoorbeeld, telde in die tijd zeker drie perioden met een duidelijk te onderscheiden stijl door drie verschillende eigenaren en meerdere wijnmakers of consultants, zoals André Tchelistcheff, Tibor Gál, Thomas Duroux, Danny Schuster en Axel Heinz. Ook in de wijnen van de laatste jaren zijn weer de nodige veranderingen te proeven. In den beginne worstelde Meletti Cavallari op zijn Grattamacco met sangiovese, ontdekte Michele Satta de viognier, syrah en teroldego, introduceerde hij zijn Castagani om er daarna weer afscheid van te nemen en veranderde de samenstelling van zijn Piastraia van cabernet, merlot, syrah en sangiovese in cabernet sauvignon, cabernet franc en merlot, zoals Ornellaia eerst een sauvignon blanc had, toen weer niet en nu weer wel en Gaja plantte merlot aan, om deze niet lang daarna te vervangen door syrah en Guado al Tasso juist syrah verving door cabernet franc en petit verdot. Revolutionair was de keuze van le Macchiole om onverwachts op grote schaal voor cabernet franc te kiezen op advies van consultant Luca d’Attoma; een keuze die daarna veel volgers kreeg. Lange tijd was Sassicaia de enige echte stabiele factor, hoewel ze ook hier wat mindere perioden kenden en in de loop van de jaren ook hun beleid hebben aangepast aan ontwikkelingen onder invloed van klimaatverandering etc. met nieuwe inzichten t.a.v. klonen, vinificatie, wijngaardmanagement etc. Ook nu nog is het lastig om in de wijnen uit Bolgheri een specifieke stijl te ontdekken. De verschillen in de samenstelling van de wijnen is daarvoor te groot, net als de altijd wel andere visie op vinificatie en lagering (inclusief de tegenwoordig onvermijdelijke anfora’s), dit alles bepaald door de visie van de wijnmaker, waarvan we er al heel veel hebben zien komen en gaan in de regio. Voor mij is rijp fruit wel een gemeenschappelijke factor; Jancis Robinson zou ooit gezegd hebben: “Wil je een Bordeaux van rijp fruit, dan moet je in Bolgheri zijn”.    

Castigioncello di Bolgheri
Wie de regio bezoekt, ziet al snel het kasteel Castiglioncello di Bolgheri (om te benadrukken dat het hier niet de kustplaats Castiglioncello zo’n 30 km ten noorden van Bolgheri betreft), hoog op een heuvel van 393 meter met de hele regio aan zijn voeten. Het werd al in 780 genoemd en werd ooit gebouwd op de locatie waar voorheen een Etruskisch fort stond, later ook bekend als de Hermitage Oliveto. In 1052 wordt het door Ugo di Ridolfo, graaf van Suvereto, geschonken aan de abdij van San Pietro di Monteverdi om in de 13e eeuw in bezit te komen van de Pannocchieschi da Sassetta’s, een feodale familie uit Volterra (en verwant aan de familie Ricasoli) met diverse bezittingen langs de kust van Pisa tot aan Massa Marittima. Ze moesten hem echter afstaan aan Bonifazio Novello (Heer van Pisa) om een schuld aan hem af te lossen.

Castigliocello di Bolgheri

Aldobrandeschi
In deze tijd zien we ook de familie Aldobrandeschi in de regio verschijnen, bekend als de Heeren van de Maremma, met o.a. Guglielmo Aldobrandeschi, de eerste Conte di Sovana (1175-1254). Nello d’Inghiramo Pannocchieschi zou zijn vrouw Pia de Tolomei (oude adel uit Siena) rond 1300 uit raam van haar huis Castel di Pietra hebben gegooid om te kunnen trouwen met Margherita Aldobrandeschi. De Aldobrandeschi’s heersen in de 13e en14e eeuw over zeker 100 verdedigingswerken in de kuststreek en het is geen toeval dat de naam van het domein van de Antinori’s bij Sovana ‘Fattoria Aldobrandesca’ is. Ook Castigioncello di Bolgheri komt in het bezit van de Aldobrandeschi’s, hoewel ze het gedwongen moeten verkopen aan de familie della Gherardesca.

Vergetelheid
Was Gugliemo Aldobrandeschi (U1254) nog wereldberoemd omdat hij “Gran Tosco” wordt genoemd in Dante’s ‘La Divina Commedia’, vanaf deze tijd zien we de familie Aldobrandeschi uiteenvallen en langzaam maar zeker in de vergetelheid afglijden. In 1254 namen de della Gherardesca bijvoorbeeld het Castello di Donoratico al over van de familie. Ze verliezen ook Castello Castiglione di Bolgheri, dat van 1441 tot 1665 eigendom van de Soderini’s uit Florence, die het in 1492 verwoestte kasteel in 1510 weer herstelden. Ook de familie Incontri was nog eigenaar, maar vanaf 1801 kwam het weer in bezit van de della Gherardesca’s. Als Giuseppe della Gherardesca in 1968 komt te overlijden, erven zijn dochters de bezittingen en komen via hun echtgenoten de families Antinori en Incisa della Rochetta in beeld. Dit laatste wapenfeit is bepalend voor de toekomst van de wijn in Bolgheri.

Gugliemo - Gran Tosco - Aldobrandeschi

Naam
Er was al sinds de oudheid sprake van bewoning in de regio, van de Etruskische en Romeinse tijd tot in de Middeleeuwen, getuige de vermelding van de Sala ducis Allonis, een domein dat in de 8e eeuw onder bewind van de hertogen van Lucca kwamen, de toenmalige heersers over Tuschia, de voorloper van het huidige Toscane. In de 9e of 10e eeuw was de regio (samen met Cecina) al in bezit van de della Gherardescha’s. In 1075 vermeldden documenten van Paus Gregorius VII ’Bulgari Castrum’, wellicht verwijzend naar een militair kamp met Bulgaren (al sinds de 7e eeuw in Italië en bondgenoten van de Longobarden). Een andere theorie is dat Bolgheri is afgeleid van de Lombardische term “bulgara” wat “ravijn” of “kanaal” betekent, naar de natuurlijke valleien en kanalen in de regio van de heuvels naar de zee. Het is niet helemaal duidelijk wanneer de naam veranderde van Sala ducis Allonis in Bolgheri, maar het is wel bekend dat Castello di Bolgheri al als zodanig in 1158 werd genoemd. Het kasteel was destijds bezit van het klooster Santa Maria di Serena nabij Chiusdino, opgericht door graaf Gherardo della Gherardesca. In de betreffende akte staat vermeld dat een groot deel van de goederen, waaronder enkele bezittingen in de curie van ‘Bolgari’ aan Villano, de aartsbisschop van Pisa, werd afgestaan.

Oratorium di Santa Maria in Gloria (loc. Santa Maria)

Della Gherardesca
De naam della Gherardesca is onlosmakelijk verbonden met het verleden en het heden van Bolgheri. In 754 stichtte San Walfredo (broer Lombardische koningen Astolfo en Rachis) een Benedictijner klooster in Palazzuolo bij Volterra op resten Romeinse villa en tempel gewijd aan godin Bellona. Hij wordt opgevolgd door Gherardo, die als stamvader van de della  Gherardescha dynastie mag worden beschouwd. Door hem groeit de familie uit tot één van de belangrijkste in Toscane, zowel in religieus, als staatskundig en militair opzicht.

Kluizenaar
Bijzonder lid van de familie is Guido (de 4e) della Gherardesca die aan het eind van de 11e eeuw in hun Castello di Donoratico woont, maar niet geïnteresseerd is in de belangen en bezittingen van de familie. Hij besluit om als kluizenaar in een kleine grot te wonen en zich te wijden aan de verering van de Madonna. Op een dag wordt hij op de Fosso delle Carestia (een oude weg naar Bolgheri) achtervolgd door de duivel en springt hij van een klif om aan de duivel te ontsnappen. De locatie wordt sindsdien “Salto del Diavolo / Duivelssprong” genoemd. Guido is overigens in de 16e eeuw “zalig verklaard” en kort daarna werd er een kleine kerk gebouwd, gewijd aan Santa Maria in Gloria. Tot 1959 was dit kerkje de bestemming van een jaarlijkse bedevaart op 8 september, haar geboortedag. Het graf van Guido bevindt zich in de kapel buiten de kerk van Castello di Donoratico en bleef gespaard tijdens de verwoesting van het fort in 1448. In 1703 bouwde de familie een aan hem gewijd oratorium aan het begin van de Viale dei Cipressi, dat daar nog altijd te bewonderen is.

Dante
De befaamde dichter Dante Alighieri (1265-1321) schreef tussen 1307 en zijn dood in 1321 zijn befaamde Commedia dell’Arte. Daarin hekelde hij (in Canto XI van het Vagevuur) niet alleen Ildebrandino XI “il Rosso” Aldobrandeschi (zoon van ’Gran Tosco’ Giugliemo) als voorbeeld van een zondaar van trots, maar ook een andere della Gherardescha, Ugolino om precies te zijn, de officier en politicus die in de 13e eeuw over Pisa heerste. Hij werd gevreesd als tiran en in 1288 veroordeeld als verrader, waarna Dante hem beschreef als de man die in gevangenschap zijn kinderen heeft opgegeten voor (ook) hij aan de hongerdood stierf…

Jean-Baptiste Carpeaux - Ugolino and His Sons - French, Paris - The Metropolitan Museum of Art

Enorm
De della Gherardescas’s hebben altijd gewerkt aan hun de uitbreidingen van invloed en bezittingen in Toscane. Zo bouwden ze o.a. in de 11e eeuw het versterkte dorp Rocca San Silvestro op de top van Monte Rombolo, al sinds de 3e eeuw bekend als mijnbouwgebied voor koper, lood, zilver, tin en mineralen. In de 12 eeuw bezitten ze ook Castello di Donoratico, waarvan het niet helemaal duidelijk is of zij het lieten bouwen of de familie Aldobrandeschi, want Guglielmo degli Aldobrandeschi woonde er tot zijn dood in 1254. Wel vast staat dat er voorheen een klooster op dezelfde locatie stond en er zijn zelfs aanwijzingen dat het een Etruskische oorsprong heeft. In 1447 werd het kasteel vrijwel volledig verwoest door Alfons V van Aragón; alleen de ‘La Torre’ resteert en deze is vanuit vrijwel heel de regio te zien. De weg naar de ruïne en La Torre zijn nog altijd eigendom familie della Gherardesca. Rond 1000 bouwen ze ook het Castello Gherardesca/Castagneto op heuvel van het huidige Castagneto Carducci om het in de 16e eeuw weer te herbouwen na de vernietiging door keizer Maximiliaan I in de 15e eeuw. In 1895 werd nog een toren toegevoegd aan het complex. Gaddo della Gherardescha is de huidige eigenaar en bewoner van het kasteel en nog altijd nauw betrokken bij de wandel en handel in de regio. Verhuurde hij zijn wijngaarden voorheen aan o.a. Lodovico Antinori, sinds 2024 is er een ‘eigen’ wijn met de familienaam della Gherardescha op het etiket, maar gemaakt door de Prosit Group, o.a. eigenaar van de Cantina di Montalcino. Eén van de wijnen draagt de naam Castello di Donoratico, een ander de naam ‘Gaddo’. Een ander monument van betekenis is het Castello di Segalari, door de della Gherardescha’s gebouwd in de 14e eeuw op een heuvel even ten noorden van Castagneto Carducci. Na de 17e was het amper in gebruik, maar door de verkoop aan George Morgan-Grenville (oprichter en eigenaar van Red Savannah) is het in ere en glorie hersteld en nu een luxueus resort. In de 17e eeuw heerst de familie della Gherardesca over de gemeenten Bolgheri, Donoratico, Montescudaio, Guardistallo, Riparbella, Settimo, Castagneto en Segalari (+ delen van Sardinië), goed voor duizenden hectaren grond langs de kust met 7 kastelen en maar liefst 86 uitkijktorens.

Castello di Segalari

Wijn
In deze tijd produceerden ze ook al wijn bij Bolgheri op de landgoederen San Guido en Belvedere, deze laatste het huidige Tenuta Guado al Tasso. Voor de productie van wijn bouwen ze in 1796 een wijnkelder in hun Castello di Bolgheri, waar Cammillo Pandolfo della Gherardesca (1735-1807), bekend als gerenommeerd wijnkenner, nieuwe impulsen aan wijnproductie in Bolgheri geeft in samenwerking  met wijnboer Clemente Moratti. Deze laatste deelde de kennis en ervaring die hij opdeed op zijn familiedomein Espinassi Moratti (nu Tenuta di Casaglia) even noorden van Montescudaio. Het is ook Moratti die de basis legt voor de toekomstige “Viale dei Cipressi”, nieuwe wijngaarden aanplant en de bron ‘Fonte del Moratti’ aanlegt in bos bij Bolgheri. Giuseppe Mazzanti is in deze tijd de beheerder van het landgoed en onder zijn leiding wordt in 1816 de boerderij ‘Le Capanne’ gebouwd naast Castello Castiglione di Bolgheri en ook de eerste experimentele wijngaarden aangelegd met o.a. Gamay, Cabernet en Syrah op zowel La Capanne als bij Findi di Castelluccio, momenteel eigendom van Antinori.

Malaria
Om malaria en tyfus in de regio tegen te gaan én meer land geschikt te maken van diverse vormen van landbouw (inclusief de teelt van druiven), stimuleert Ferdinand III, Groothertog van Toscane, de verbetering van de infrastructuur (wegen, aquaducten en haven van Livorno) in Toscane, inclusief de inpoldering van de Maremma en de Valdichiana. Na zijn dood in 1824 worden deze activiteiten voortgezet door zijn opvolger Leopoldo II (1797-1870) die in 1828 ook start met de aanleg van irrigatie- en drainagewerken rond Bolgheri. Het duurt overigens nog tot 1930 voor de drooglegging van de Maremma onder Mussolini wordt voltooid en tot 1950 voor de regio helemaal malaria-vrij is. Leopoldo II hervormt nog veel meer in Toscane; zo schaft hij o.a. foltering en de doodstraf af, sticht hij musea, academies en scholen, renoveert de universiteiten van Pisa en Siena en laat de forten Marina di Castagneto, Forte di Bibbona en Forte dei Marmi (Versilia) bouwen.

Guidalberto
Onder Guido Alberto/Guidalberto della Gherardesca (1780-1854) wordt o.a. in 1822 de Fonte del Quercione aangelegd naast de weg van Castelluccio naar Molini di Castiglioncello. Maar een meer bekend wapenfeit is de aanleg van de Viale dei Cipressi in 1831. Guidalberto plant langs de bijna 5 kilometer lange weg van Bolgheri naar de Via Aurelia populieren aan i.v.m. een bezoek van Leopold II aan Bolgheri. Dat Guidalberto een goede band heeft met Leopoldo II blijkt uit het feit dat hij in 1833 tot diens rent- en keldermeester wordt benoemd. Minder succesvol bleek de aanplant van de populieren langs de weg, die werden namelijk aangevreten door buffels en vanaf deze tijd vervangen door cipressen (naar verluid > 2500). Niet onbelangrijk is de aanplant van een dennenbos aan de kust; het beschermt de landbouw tegen wind en zand van zee. Uit respect voor bijdragen van Guidalberto aan het welzijn en de wijnbouw in de regio, heeft Tenuta San Guido één van hun wijnen naar hem vernoemd. Na de dood van Guidalberto, wordt het landgoed verdeeld tussen zijn twee zonen, Ugolino (1823-1882) en Walfredo Fazio (1825-1892). Na het succes van het gedicht “Davanti San Guido” van Giosuè Carducci uit 1874 vervangt Ugolino della Gherardesca ook resterende oude olijfbomen door cipressen en krijgt de weg zijn definitieve vorm en naam: de Viale dei Cipressi. De regio was destijds ook per trein te bereiken, in 1863 werd de spoorlijn langs de kust aangelegd en een boerderij van de della Gherardesca’s in Donoratico omgebouwd tot station. Walfredo’s zoon Gherardo (1852-1946) geeft in 1898 de naam van zijn vrouw Olimpia Alliata (Dame van Biserno) aan zijn landgoed om hun 25-jarig huwelijk te vieren. Deze gebeurtenis inspireerde Guido Folonari (van de wijnmakersfamilie die al in 1825 startte met wijnbouw in de Veneto) in 2011 met de oprichting van het wijnhuis Dona Olimpia 1898.

Guido Alberto della Gherardesca (1780-1854)

20e eeuw
Documenten uit 1903 vermelden dat de della Gherardesca’s rond Castagneto zo’n 750 ha aan gemengde land-wijnbouw heeft met welgeteld 352.190 wijnstokken. Hoewel er vooral sprake is van gemengde land- en wijnbouw, is 22 hectare uitsluitend aangeplant met wijnstokken; 17,5 ha (144.524 stokken) met blauwe variëteiten en 4,5 ha (30.680 stokken) met witte. De dichtheid is dan respectievelijk > 8000 en bijna 7000 planten per hectare. De 750 hectare aan gemengde land-wijnbouw komt overeen met circa 72 hectare aan monocultuur.

Huwelijken
Van zeer groot belang voor de wijnbouw in Bolgheri is het huwelijk van Giuseppe della Gherardesca (1876-1968), zoon van Alberto Guido, met Harriet/Enrichetta Richmond in 1903. Uit dit huwelijk worden namelijk twee dochter geboren, Clarice die in 1930 trouwt met Mario Incisa della Rochetta en Carlotta die in 1932 trouwt met Niccolò Antinori. In 1942 wordt Le Capanne verdeeld tussen Carlotta en Clarice en kan Mario Incisa delle Rochetta er de wijnstokken aanplanten voor wat later zijn Sassicaia wordt. Als Giuseppe della Gherardescha in 1968 overlijdt, wordt het bijna 10.000 hectare grote landgoed verdeeld en ontstaan o.a. Tenuta’s San Guido met circa 2500 ha en Guado al Tasso met 320 ha grond.

Trivia:
Graaf Gaddo della Gheradesca en Sarah Ferguson ontmoetten elkaar eind jaren ’90 regelmatig, uiteraard uitgebreid in beeld gebracht door de Britse tabloits. Manfredi della Gherardesca, broer van Gaddo, is getrouwd met Duitse prinses Maria Theodora (Dora), dochter van Rupert Ludwig Ferdinand von Löwenstein-Scharffeneck, manager van de Rolling Stones. Dit verklaart waarom Mick Jagger een bekende was op het domein Montepergoli di Sopra bij de toren van Donoratico.

Clarice trouwt met Mario Incisa della Rochetta
Carlotta trouwt met Niccolò Antinori

Serristori
De Aldobrandeschi’s en della Gherardersca’s waren en zijn niet de enige families die de regio rond Bolgheri hebben gevormd. Zo krijgt Antonio Serristori ( lid van een adellijke familie sinds de 12e eeuw met een oorsprong in Figline Valdarno, maar vooral bekend uit Florence) in 1512 het landgoed Donoratichino in bezit, waarvan de ruim 1500 hectare maar liefst 1/10 van het gehele grondgebied in de gemeente Castagneto omvat. Hij krijgt het landgoed als beloning voor zijn rol als officier in de herovering van Pisa door de Florentijnen in 1509, onderdeel van de ‘eeuwige’ strijd tussen Pisa en Florence in combinatie met de ‘Italiaanse Oorlogen’, gebaseerd op de rivaliteit tussen het huis Franse Huis van Valois en het Oostenrijkse Habsburgse Rijk. In die strijd werd Ludovico Sforza, Regent van Milaan, geholpen door keizer Maximiliaan I, de Heilige Roomse keizer (van het Huis Habsburg) die een Franse overheersing van de Toscaanse kust probeerden te voorkomen. Omdat Florence de Pisanen wantrouwde, weigerden ze bemiddeling door Maximiliaan, die daarop de (Florentijnse) stad Livorno belegerde en Bolgheri in 1496 zo goed als vernietigde. Antonio Serristori maakte dankbaar gebruik van zijn verwantschap met de familie Peruzzi, de oorspronkelijke eigenaren van het landgoed Donoratichino en zijn kennismaking met Lorenzo di Piero de’ Medici, bekend als ‘Lorenzo il Magnifico’, die de strijd met Pisa aanging in samenwerking met Lodewijk XII, koning van Frankrijk én Napels. Het landgoed, nu bekend als ‘Argentiera’ bevindt zich (waarschijnlijk) op plaats waar ooit het kasteel Donoratichino stond, maar dat in de geschiedenis is verdwenen. Ondanks de nodige conflicten met zijn buren de della Gherardesca’s, bouwt Antonio Serristori in 1660 bij de Via Aemilia Scauri, de oude weg naar San Vincenzo naar Donoratico zijn Villa Donoratico, de kapel van Villa Serristori en beheerst hij waterbronnen als de l’Acquacalda (formeel op land van de Della Gherardescha’s), Ceccosodo, Fortino en Fonte di Collino. Later bouwen en versterken de Serristori’s de militaire forten van Castagneto (nu en Bibbona als bescherming voor de handel en tegen invallen door piraten.

NB 1:
Maximiliaan I was ook medeheerser over de toenmalige Nederlanden en oprichter van de Nederlandse Marine, vastgelegd in het ‘admiraliteitsstatuut’ uit 1488.
NB 2:
Die strijd zorgde er o.a. voor dat de Florentijnen brood zonder zout gingen bakken omdat de Pisanen steeds hogere accijnzen rekenden omdat ze de invoer via hun haven beheersten.

Villa Seristori

Wijn
Als Averardo Serristori (1752-1829) Parijs verruilt voor Donoratico om er comfortabel te wonen, laat hij de boerderijen Casone Serristori en Casone Donoratico bouwen met woningen, winkels, opslagruimten en een kelder er wijn te maken. Beheerder Narciso Vinci bepaalt dan dat elke kolonist een wijngaard van 1 hectare en een eigen kelder moet hebben, waarbij hij zelf vrij was om de wijn te beheren. Averardo laat ook nieuwe wijngaarden aanleggen op het landgoed Serristori bij Montepergoli en in de Rotone-vallei, waaronder de ‘Manzini’, vernoemd naar de beheerder. Ook Averardo’s zoon Luigi (1793-1857) breidt het wijngaardareaal uit en blijft wijn maken in de kelders van de villa. Onder zijn bewind verbouwt hij de relatief eenvoudige boerderij rond 1832 om tot Tenuta Serristori. Vermeldingswaardig is nog de aanleg van de Viale Serristori door Umberto Tozzoni-Serristori (1861-1941) die talloze (voor de Maremma onbekende) planten en dennen langs de laan van de villa tot aan het dennenbos aanplant. Villa Terristori wordt in de loop van de tijd verschillende keren verbouwd en uitgebreid om uiteindelijk in 1944 door de Duitsers te worden vernietigd. In 2019 bouwen de gebroeders Corrado en Marcello Fratini (Fingen-groep) een resort op de locatie van Villa Serristori en verrijst Tenuta Argentiera op de plaats dat ooit Tenuta di Donoratico was. In 2016 werd Argentiera gekocht door Stanislaus Turnauer en startten de Fratini’s een nieuwe wijnbedrijf waarbij ze de wijngaarden gebruiken op hun resort Le Ville di Tenuta Serristori.

Viale Serristori

Carducci
De naam Carducci is al een paar keer aan de orde gekomen in dit dossier en niet zonder reden. In 1835 wordt Giosuè Carducci geboren, zoon van arts Michele Carducci en Ildegonda Celli. Als Giosue 3 jaar is, verhuist het gezin van Versilia naar Bolgheri niet alleen om politieke en economische redenen, maar vanwege een aanklacht wegens ‘stupro semplice’. Enkele jaren later verhuist de familie naar Castagneto (destijds nog Castagneto Marittima genoemd) en woont in bij Odoardo Espinassi Moratti, de kleinzoon van Clemente Moratti, de wijnmaker die Cammillo Pandolfo della Gherardesca hielp om wijn te maken op Castello di Bolgheri. In 1849 verlaat de familie Castagneto, maar Giosuè bezoekt Bolgheri en Castagneto regelmatig en schrijft in 1847 zijn “Davanti San Guido”. In 1906 is hij de eerste Italiaanse auteur die de Nobelprijs voor literatuur wint en de gemeente eert hem na zijn dood in 1907 door de naam te veranderen van Castagneto Marittima in Castagneto Carducci. Een jaar laten wordt er een aan hem opgedragen obelisk geplaatst aan het begin van de Viale dei Cipressi nabij het Oratorium di San Guido.

De wijnbouw
Na deze (schier eindeloze) opsomming van historische feiten, uiteraard ook aandacht voor andere aspecten die belangrijk zijn voor de wijnbouw in Bolgheri. Eeuwenlang was de meeste grond langs kust veelal ongeschikt voor land- en wijnbouw. De moerassen waren vooral het domein van muggen en wilde zwijnen. Etrusken en Romeinen maakten wel wijn aan de kust (net als door vrijwel heel Toscane), maar daar is weinig over bekend. Plinius de Oude (ca. 23/24 – 79 na Chr.) bijvoorbeeld, schreef over heel veel wijngebieden in Italië, maar amper over die uit Toscane. Pas met de komst van de della Gherardesca’s is er sprake van min of meer serieuze wijnbouw, hoewel de kwaliteit nog altijd beperkt was en het meeste bedoeld was voor gastarbeiders (uit le Marche) die er in de land- of mijnbouw werkten. Maar in de 18e eeuw zien we namen verschijnen van boerderijen die nog altijd bestaan, zoals Grattamacco, Lamentano, Sant’Agata, Castellaccio, Casavecchia en Felciano. In 1832 vermeld het artikel ‘Corsa Agraria della Maremma’ in de Giornale Agrario Toscano dat de belangrijkste inkomsten van een bezit in Maremma graan, wijn, olie, vee en bos zijn. In diezelfde uitgave staat ook dat wijnstokken veelal worden ondersteund door “calocchie”, stokken van jeneverbes, “loppi” (esdoorns) of door riet. Er was destijds ook kritiek op de dichtheid van de wijngaarden, bestreden door Giuseppe Mazzanti. Hij stelde dat de rijen niet al te smal moesten zijn (24 armen breed – circa 14 meter), waardoor tussenteelt (in rotatie) van tarwe, tuinbonen en lupinen mogelijk is. Gemengde land-wijnbouw heel normaal, er waren destijds amper wijngaarden. Van het grondgebied in Bolgheri is dan circa 23,5% gecultiveerd, veelal landbouw met 35 ha aan wijngaarden en 360 ha aan gemengde land-wijnbouw.

Herstel
Als de wijnbouw zich aan het begin van de 20e eeuw langzaam maar zeker herstelt na de phylloxera-ramp en door meeldauw geteisterde wijngaarden, is dat slechts op beperkte schaal. Het kadaster van de Universiteit van Florence vermeld in 1935 dat er slechts 301 hectare aan intensieve wijnbouw is geregistreerd, verspreid over 1665,76 hectare aan landbouwgrond. In 1954 is dit zelfs amper 7 hectare, hoewel het landbouwareaal tot 2276,76 hectare is toegenomen. Aan de Toscaanse kust worden daarna de nodige nieuwe wijnstokken aangeplant, vaak nog als gemengde cultuur met andere gewassen. Bekende druivenrassen zijn in deze tijd: sangiovese, vermentino, canaiolo nero, canaiolo bianco, malvasia nera, malvasia bianca, trebbiano toscano en aleatico en in mindere mate mammolo en pernicione, naast Franse varieteiten als gemè (gamay), carmené (carmenere of cabernet franc), caberné (cabernet sauvignon) en scirà (syrah). De meeste wijnen zijn dan droog, hoewel er ook de nodige zoete aleatico en occhio di pernice vin santo wordt gemaakt. Het echte begin van de wijnbouw met nationale en internationale betekenis laat echter nog ‘even‘ op zich wachten, tot Mario Incisa della Rochetta het idee krijgt om een Bordeaux getypeerde wijn te gaan maken op zijn domein in Bolgheri.

Incisa della Rocchetta
Mario Incisa della Rochetta (1889-1983) behoort tot een familie waarvan de geschiedenis in 966 begint als Graaf Aleramo door keizer Otto de Grote wordt uitgeroepen tot eerste markies van Midden-Ligurië. In de loop van de tijd ontwikkelt de familie Aleramici  zich tot een adellijke dynastie in Piëmonte en Ligurië en komen ze in bezit van diverse landerijen, o.a. nabij het kasteel van Incisa. Alberto di Vasto (1134-1189) is de eerste ‘Marchese di Incisa’ en als zijn zonen ook Rocchetta in bezit krijgen, vestigen ze de naam die de familie nog altijd draagt: Incisa della Rocchetta. Leopoldo Incisa della Rocchetta befaamd amnograaf, oenoloog en lid van de Koninklijke Acadamie van Landbouw, publiceert in 1862 zijn “Descrizione dal vero di 105 varietà di uve, parte indigene e parte di origine straniere”. Ook introduceert hij als eerste pinot noir in heuvels van Monferrato. Zijn broer Enrico trouwt met Eleonora Chigi Albani della Rovere, lid Romeinse familie uit Siena. De familie Chigi wordt al in 13e eeuw genoemd; veelal m.b.t. financiën en Fabio Chigi wordt in 1655 gekozen tot paus Alexander VII. Hun zoon Mario Incisa (geboren op 2 november 1899 in Palazzo Ghigi in Rome) studeert samen met Giorgio Ugolino della Gherardesca landbouw in Pisa. Via hem ontmoet hij Clarice della Gherardesca  kennen en in 1930 trouwen ze en vestigen ze zich in Bolgheri.

Mario Incisa
Als afgestuurd agronoom is Mario zeer geïnteresseerd in de terroir van de regio. Hij laat kaarten maken, leert van ervaringen met landbouw in de VS, kiest voor beter plantmateriaal en stimuleert de natuurlijke balans van de bodem door geen kunstmest te gebruiken, dit alles echter primair gericht op het verbouwen van tarwe en fruit. Hij ontwikkelt boerderijen voor werknemers, bouwt een aquaduct, zuivelfabriek, kleuterschool, kantine en recreatieruimten voor werknemers en ook een meteorologische hut, een noviteit in die tijd. Ook schaft hij het mezzadrina systeem af en laat werknemers delen in de winst van hun producten, waarbij kwaliteit belangrijker wordt dan kwantiteit.

Paarden
In 1930 krijgt Mario de renstal Olgiata van zijn moeder Eleonora. Kort daarna ontmoet hij paardenfokker Federico Tesio en samen fokken ze het ras ‘Dormello-Olgiata’, vernoemd naar de twee landgoederen aan het Lago Maggiore waar de paarden verbleven. Uit hun stal komen wereldberoemde renpaarden, waaronder Nearco en Ribot, deze laatste beschouwd als misschien wel het beste renpaard ter wereld. Rond 1960 verhuist de stal Razza Dormello-Olgiata naar Bolgheri, waar de successen bijdragen aan de ontwikkeling van San Guido en Donoratico. De familie blijft ook betrokken bij de landbouw en de regio, waarbij ze veel fruit en groeten exporteren naar Zwitserland en gladiolen- en tulpenbollen (uit Nederland) naar Amerika en andere landen in Europa. De loods aan het begin van de Viale dei Cipressi die wordt gebruikt voor de opslag van Hollandse tulpenbollen, wordt later omgebouwd tot productieruimte voor Sassicaia.

Sassicaia
Tijdens zijn studie aan de universiteit van Pisa tussen 1921 en 1925 proeft Mario Incisa della Rochetta wijnen bij zijn vrienden de graven Salviati (een titel die de historische familie Borghese overnemen als de Salviati’s geen mannelijke nakomelingen meer krijgen en Anna Maria Salviati trouwt met Prins Macantonio Borghese), eigenaren van Fattoria di Magliarino, niet ver van Pisa. Een wijn van hun wijngaard op de Monte Vecchiano, doet hem denken aan de gerijpte Bordeaux die hij op 14-jarige leeftijd bij zijn familie in Palazzo Ghigi in Rome mocht proeven. Als hij later een 1924 Margaux opent, herinnert het bouquet hem aan de wijnen van de Salviati’s en neemt hij zich voor een zelfde type wijn te maken. Door zijn huwelijk met Clarice della Gherardescha komt hij in bezit van een kleine wijngaard bij de boerderij ‘Le Capanne’ naast Castello Castigioncello di Bolgheri. Hij legt er een wijngaard aan met een zuid-westelijke expositie, gebaseerd op wat hij heeft gelezen over wijngaarden in de Côte d’Or en Médoc. Op de aanwezige wijnstokken ent hij stekken cabernet uit de Vecchiano wijngaard van de Salviati’s en kort daarna beschikt dan over 100 wijnstokken voor zijn gedroomde wijn. Die droom werd echter al snel een soort nachtmerrie, want de wijnen werden steevast om allerlei redenen afgekeurd. Hij acht de slag verloren, maar geeft zich niet over en blijft de wijn maken zonder er verder al te veel aandacht aan te besteden. In de tussentijd snappen de mensen die met en voor hem werken niets van zijn visie; zijn opdracht om de planten kort te snoeien bijvoorbeeld, stuit op onbegrip en weerstand en de wijnen worden steevast ‘troep’ genoemd.

Canaiolo
Toen hij rond 1960 enkele van de 100 bewaarde flessen 1945 Canaiolo proeft die hij heeft bewaard, blijken deze na 15 en zelfs 20 jaar, nog verbazend goed. Dat doet hem denken aan zijn flessen cabernet sauvignon en langzaam maar zeker laat hij de gerijpte wijnen proeven aan vrienden, die net als hij, verbaasd zijn over de kwaliteit. Zijn neef Marchese Carlo Guerrieri Gonzaga (o.a. eigenaar San Leonardo in Trentino) studeert in deze tijd af aan Landbouwlyceum in Lausanne en deelt zijn ideeën over wijnbouw met Mario Incisa. Samen besluiten ze Sassicaia korter te laten vergisten (3-6 dagen om overdaad vluchtige zuren te voorkomen) in open kuipen van 180-200 liter van Slavonisch eiken in de kelder van Castello Castiglioncello om ze vervolgens te laten rijpen in barriques in kelder van het landhuis in Bolgheri. Er wordt ook een Wilmess pers gekocht voor een zachte persing van de druiven en Italbotti uit Conegliano levert de eerste nieuwe barriques, gemaakt naar Frans model en exclusief voor Sassicaia.

Carlo Guerrieri Gonzaga (o.a. eigenaar San Leonardo in Trentino)
Giacomo Tachis

Tachis
De in Bordeaux opgeleide wijnmaker Giacomo Tachis start in 1961 als consultant bij Antinori en maakt vanwege de familierelatie tussen de Antinori’s en Incisa’s, ook kennis met Mario Incisa. Tachis treft in de kelder van Mario Incisa een bonte verzameling van 15 barriques aan met wijn uit verschillende jaren, veelal 1968, maar ook 1967 en 1966 en zelfs een enkele uit 1965. Gebaseerd op de impulsen van Gonzaga en de nieuwe inzichten van Tachis wordt besloten de 1968 op de markt te brengen onder de naam Sassicaia, een verwijzing naar de vele stenen (sassi) in de wijngaard. Antinori biedt aan om de wijn via hun netwerk op de markt te brengen en zodoende maakt de wereld in 1972 kennis met de eerste 3000 flessen Sassicaia, gebotteld door Antinori die (naar verluid) de wijn kocht voor 25 cent per liter. Vanaf 1970 wordt de wijn in Bolgheri gebotteld. 

Veronelli
In 1974 deelt Mario Incisa zijn ervaringen met Luigi Veronelli en hij nodigt hem uit om hem te bezoeken en de wijnen te proeven. Hij beschikt dan nog over diverse oudere jaren: 1950 – 130 flessen, 1951 – 5, 1952 – 120, 1954 – 95, 1957 – 130, 1958 – 56, 1960 – 65, 1961 – 23, 1964 -25, 1966 – 50 en 1967 – 200 (waarvan een deel matig is). Dit naast nog 52 flessen van zijn 1945 Canaiolo. Veronelli gaat op de uitnodiging in en publiceert datzelfde jaar het allereerste artikel over Sassicaia in het tijdschrift Panorama.

De wereld
De oogsten 1969 en 1973 leveren geen Sassicaia op, maar de 1972 blijkt in 1978 de beste wijn tijdens een blinde proeverij van Decanter met topwijnen uit Bordeaux. Een prestigieuze classificatie als Grand Cru heeft Sassicaia, maar de kwaliteit van dit tafelwijntje (vino da tavola) uit een volstrekt onbekend gebied vestigt wel alle nationale en internationale aandacht op zich. Dankzij Sassicaia richt de hele wijnwereld zijn vizier op een geheel nieuwe generatie Toscaanse wijnen, zoals de 1968 Vigorello (100% Sangiovese) van San Felice, 1970 en 1971 Tignanello (de eerste nog uitgebracht als Chianti, de tweede als de blend van sangiovese met cabernet die hij nog altijd is), de 1968 Il Poggio van Castello di Monsanto (Chianti zonder witte druiven) en kort daarna de 1978 Solaia van Antinori.

Nicolò
Nicolò Incisa neemt in de jaren  ’70 de leiding over van het bedrijf en verplaatst de productie en lagering naar een schuur aan het begin van Viale dei Cipressi, voorheen gebruikt voor de opslag van  Hollandse bloembollen. Hij laat ook onbekende of anderszins ongewenste wijnstokken rooien en brengst de opbrengst per hectare omlaag naar zo’n 4 tot 5 ton per ha. Het aandeel cabernet franc wordt gemaximeerd op 15% en hij kiest voor RVS gistingstanks, betere persen, pompen etc.

Uitbreiding
In samenwerking met Tachis en Piero Antinori worden er nieuwe wijngaarden aangeplant bij Bolgheri (Quercione en Doccino) op slechts 50 meter boven de zeespiegel. In totaal beschikt Mario Incisa dan over circa 21.500 stokken cabernet (deels sauvignon, deels franc); 3500 in Castiglioncello di Bolgheri, 1500 in een wijngaard op 100 meter hoogte en elders nog eens 3 hectare met 6500 stokken cabernet. Daarnaast heeft hij nog 3000 stokken Canaiolo, verspreid over 1 hectare in de regio. (NB. Ik weet dat de opstelsom niet klopt, maar dit is wat Mario Incisa in 1974 heeft geschreven aan Luigi Veronelli). Inmiddels beschikt San Guido over ruim 110 hectare aan wijngaarden op het 2500 hectare grote domein (inclusief het eigen natuurreservaat Padule di Bolgheri Oasis), goed voor meer dan 200.000 flessen Sassicaia, ongeveer ¼ van de totale productie met sinds 2000 de Guidalberto (met Merlot in de blend) en met ingang van 2002 de La Difese, van cabernet uit Bolgheri, aangevuld met sangiovese uit Chianti. De leiding van San Guido ligt nu bij Priscilla Incisa della Rocchetta, o.a. bijgestaan door wijnmaker Carlo Paoli en agronoom Nicola Politi.

Eigen foto, gemaakt op terras Grattamacco

100
Het succes van de 1972 is uiteraard een bijzondere erkenning van de kwaliteit, maar daar blijft het niet bij. Beroemd bijvoorbeeld is de button die Canadese wijnliefhebbers in 1983 dragen met de tekst: “I froze my ass for the ’81 Sass”, toen ze een nacht in de vrieskou doorbrachten om enkele flessen Sassicaia 1981 te kunnen kopen. Dit alles wordt echter overtroffen door de toekenning van de perfecte score van de 1985 Sassicaia door Robert Parker. De wijn krijgt 100/100 punten en is daarmee de eerste Italiaanse wijn die deze eer wordt toegekend. Tegenwoordig is 100 punten alles behalve een uitzondering (de devaluatie van scores op de 100-punten schaal is aanzienlijk), maar in die tijd was het echt een unicum om deze score te krijgen. De 1985 wordt beschouwd als de meest legendarische Sassicaia ooit en is door Nicolo Incisa altijd gekoesterd, maar met een soort voorbehoud. Getwijfeld aan de kwaliteit heeft hij nooit en hij geniet nog altijd van de waardering voor de wijn, maar hij vertelde me ooit dat voor hem de stijl van de 1985 anders is dan die van alle andere jaren; de 1985 ziet hij als uitzondering, geen normale Sassicaia, een bijzonder ‘understatement’. In het voorjaar van 1985 wordt Toscane geteisterd door zeer strenge vorst. Dat zorgt niet alleen voor enorme schade aan olijfbomen, maar ook aan wijngaarden. De oogst levert slechts circa 60.000 flessen op i.p.v. de destijds gebruikelijke 120.000. Het oogstjaar is verder perfect en dat geeft de wijn een uitzonderlijke concentratie, perfect gerijpt fruit en een voorbeeldige balans. Waar Sassicaia meestal enkele jaren kan gebruiken om zich wat toegankelijker te tonen, is de 1985 al direct rijk, rijp en uiterst verleidelijk in combinatie met een zeldzaam potentieel. Ik proefde de 1985 zo’n 3 jaar geleden voor het laatst en toen was hij nog altijd indrukwekkend jeugdig. Goedkoop is de wijn overigens niet; af domein moet er deze jaren maar liefst 16.000 lire per fles voor betaald worden…

Tibor Gál en André chelistcheff.
Kelder Michele Satta

DOC
Rond 1985 wordt de nieuwe lichting wijnen, met Vino da Tavola als de meest eenvoudige classificatie, door Italië-specialist MW Nicholas Belfrage een nieuwe naam gegeven; ‘Super Tuscans‘ een naam waarin de hoge kwaliteit en hun unieke karakter weerspiegelt. Wetgeving loopt meestal achter de feiten aan en de autoriteiten hebben dan ook enkele jaren nodig om deze nieuwe categorie wijnen een gepaste classificatie te geven. Chianti Classico staat andere druiven en nieuwe inzichten toe m.b.t. vinificatie c.q. lagering en veel producenten kiezen voor de classificatie Toscana IGT om maximale vrijheid te hebben qua productie en marketing. Aan de kust worden in 1983 de eerste productievoorschriften vastgelegd tijdens openbare hoorzitting en deze resulteren in een eerste DOC, zij het alleen voor witte wijnen. De rode worden pas in 1994 in de DOC opgenomen, waarbij de Masseto van Ornellaia en Messorio van Le Macchiole buiten de classificatie blijven; 100% merlot is dan namelijk (nog) niet toegestaan. In 2011 volgen aanpassingen t.a.v. productiequota en samenstelling; zo zijn 100% cabernet sauvignon, merlot en cabernet franc nu ook toegestaan.

Bolgheri DOC:
Geregistreerd staan circa 1370 hectare, waarvan 1190 als Bolgheri DOC en 180 als IGT, goed voor een productie van ongeveer 50.000 hectoliter, waarvan ruim 80% rood is, een kleine 15% wit en 5% rosé. De regels zijn redelijk soepel, hetgeen de producenten veel mogelijkheden biedt en we behoorlijk wat variatie aan wijnen op de markt zien. Voor wit geldt elk percentage sauvignon blanc, vermentino en/of viognier zijn gestaan, aangevuld met maximaal 40% andere in Toscane toegestane druivenrassen. Met vermelding sauvignon of vermentino geldt dat minimaal 85% van de genoemde druif moet worden gebruikt. Rosato, Rosso en Rosso Superiore zijn van alle verhoudingen cabernet franc, cabernet sauvignon en/of merlot met maximaal 50% sangiovese of syrah en maximaal 30% andere in Toscane toegestane druivenrassen. De minimaal voorgeschreven alcoholpercentages zijn: 10,5% voor sauvignon, 11,0% voor Bianco en vermentino; 11,5% voor Rosato en Rosso en 12,5% voor Rosso met een wijngaardnaam en voor Rosso Superiore. Rosso mag vanaf 1 september in het jaar na oogst op de markt komen, Rosso Superiore vanaf 1 januari 2 jaar na de oogst, waarbij een minimale houtrijping van 1 jaar is voorgeschreven. Omdat de samenstelling, vinificatie, lagering en marketing sterk varieren, zien we ook grote verschillen in de prijsstelling. Naast Bolgheri Rosso voor amper € 15,00 mogen we ook ruim € 200,00 tot wel € 450 betalen voor diverse Bolgheri Superiores. Tijdens mijn recente workshops was de gemiddelde particuliere verkoopprijs van de Superiores iets meer dan € 90,00. De Rosso’s kosten doorgaans € 30,00 tot € 40,00, met uitzonderingen die het dubbele kost.     

Bolgheri-Sassicaia DOC
Om de stamvader van de wijnen aan de Toscaanse kust het respect en de eer te geven die hij verdient, wordt ‘Bolgheri Sassicaia’ in 1994 eerst als unieke subzone in de DOC opgenomen om daarna in 2013 te worden onderscheiden met een eigen, afzonderlijke DOC. Bolgheri-Sassicaia bestaat uit minimaal 80% cabernet sauvignon, aangevuld met maximaal 20% andere blauwe druivenrassen, in de praktijk cabernet franc. De wijn moet minimaal 12% alcohol bevatten en minimaal 2 jaar rijpen, waarvan minstens 18 in hout. NB. Qua houtrijping gebruikt men tegenwoordig slechts 40% nieuwe vaten en veelal bijna 2 jaar. Bolgheri Sassicaia DOC mag uitsluitend op het domein van Tenuta San Guido worden gemaakt en is daarmee één van de weinige DOC’s, exclusief voor een enkele producent. De inmiddels 100 hectare aan wijngaarden leveren ruim 3300 hectoliter wijn op (5-jarig gemiddelde volgens Italian Wine Central), afhankelijk van het jaar uiteraard.

Druiven:
Volgens gegevens van het consorzio zijn de meest aangeplante rassen in Bolgheri:

  • Cabernet Sauvignon:  32% (veelal de klonen 337, 15 en 5)
  • Merlot: 22% (klonen 181, F4 en 343)
  • Cabernet Franc: 20%
  • Syrah: 4,5%
  • Petit Verdot: 4%
    en
  • Sangiovese (klonen VCR5, VCR23 en Janus10), vermentino, Trebbiano Toscano, sauvignon blanc en viognier.
  • De meest gebruikte onderstokken zijn de 110R, 41B, 420A en SO4

Er is een voorzichtige toename van ‘andere’ druivenrassen, want er wordt nog altijd veel geëxperimenteerd en er mag tot 30% ‘andere, in Toscane toegestane druiven’ worden gebruikt in de DOC Bolgheri. Er is wat dat betreft redelijk wat mogelijk, want toegestaan zijn: Abrusco, Albana, Albarola, Aleatico, Alicante Bouschet, Alicante, Ancellotta, Ansonica, Barbera, Barsaglina, Biancone, Bonamico, Bracciola Nera, Cabernet Franc, Cabernet Sauvignon, Calabrese, Caloria, Canaiolo Bianco, Canaiolo Nero, Canina Nera, Carignano, Carmenere, Cesanese D’Affile, Chardonnay, Ciliegiolo, Clairette, Colombana Nera, Colorino, Durella, Fiano, Foglia Tonda, Gamay, Grechetto, Greco, Groppello di Santo Stefano, Groppello Gentile, Incrocio Bruni 54, Lambrusco Maestri, Livornese Bianca, Malbech, Malvasia Bianca di Candia, Malvasia Bianca lunga, Malvasia Istriana, Malvasia, Malvasia Nera di Brindisi, Malvasia Nera di Lecce, Mammolo, Manzoni Bianco, Marsanne, Mazzese, Merlot, Mondeuse, Montepulciano, Moscato Bianco, Muller Thurgau, Orpicchio, Petit manseng, Petit verdot, Pinot Bianco, Pinot Grigio, Pinot Nero, Pollera Nera, Prugnolo Gentile, Pugnitello, Rebo, Refosco dal Peduncolo rosso, Riesling Italico, Riesling Renano, Roussane, Sagrantino, Sanforte, Sauvignon Blanc, Schiava Gentile, Semillon, Syrah, Tempranillo, Teroldego, Traminer Aromatico, Trebbiano Toscano, Verdea, Verdello, Verdicchio Bianco, Vermentino, Vermentino Nero, Vernaccia di San Gimignano en Viognier. Keuze genoeg dus…

Tibor Gál en André Tchelistcheff

Ornellaia
Op de etiketten van de wijnen van Antinori staat tot 1980 “L&P Antinori”, oftewel Lodovico en Piero Antinori. Zij zijn (met hun zus Ilaria) erfgenamen van het familiebedrijf en zetten de familietraditie voort, waarbij Piero meer de wijnman is en Lodovico zich vooral bezighoudt met journalistiek en  de filmindustrie in Amerika. Af en toe werkt hij voor de importeur van Antinori in New York en verkoopt hij “fiaschi” die tot lampen worden omgebouwd. Het merk ‘Antinori’ stelt dan nog weinig voor, maar groeit later onder leiding van Piero uit tot 1 van de 5 belangrijkste Italiaanse wijnbedrijven. Als Lodovico en Ilaria in 1980 worden uitgekocht, richt Lodovico 70 van de 135 ha land van zijn moeder in Bolgheri in als wijngaard en vestigt Tenuta dell’Ornellaia. Hij huurt in 1981 de van origine Russische wijnmaker André Tchelistcheff uit Californië in en consulteert ook de Franse professor Émile Peynaud (die via Tachis ook zijdelings betrokken bij ontwikkeling Sassicaia). Tussen 1981 en 1984 planten ze veelal cabernet sauvignon aan, aangevuld met wat cabernet franc, petit verdot en (op speciaal verzoek van Lodovico) wat sauvignon blanc. Bodemanalyses tonen aan dat de kleine heuvel Masseto veel klei bevat en daar wordt dan ook voor merlot gekozen. De eerst druiven worden in 1984 geoogst, maar leveren alleen wat experimentele wijnen op die niet worden verkocht. De 1985 blijft veelbelovend en mag al rekenen op internationale aandacht, mede dankzij het netwerk van Lodovico in Amerika. Als Lodovoco in 1989 in contact komt met de jonge Hongaarse oenoloog Tibor Gál stelt hij deze aan als zijn wijnmaker, vanaf 1991 bijgestaan door Michel Rolland die de taak van consultant overneemt van Tchelistcheff. Ornellaia huurt overigens ook collega Michele Satta in om te helpen de wijngaarden in betere conditie te brengen; zelf beschikken ze namelijk niet over een agronoom. In 1994 worden oenoloog Andrea Paoletti en agronoom Danny Schuster (Nieuw-Zeeland) aangesteld en onder hun leiding wordt o.a. in 1995 de wijngaard Masseto uitgebreid door een lager deel te beplanten met merlot. In 2020 krijgt Masseto gezelschap van een tweede wijn, de Massotino, goed voor 1/3 van de totale productie van de ruim 11 (sommige bronnen noemen 12) ha. Voor meer over Masseto, klik HIER. De productie van Ornellaia bedraagt rond 1995 al circa 200.000 flessen, waarvoor ook druiven elders worden ingekocht, o.a. in Suvereto. De aanstaande DOC-regels staan echter geen druiven uit andere regio’s toe en daarom start men in 1996 met de uitbreiding van de eigen wijngaarden in Bolgheri. Dit vergt uiteraard de nodige investeringen en pas vanaf 1998 zijn er voldoende inkomsten om de altijd al gewenste houtrijping van 18 maanden naar 24 maanden te brengen.

Frescobaldi
Van 1999 tot 2005 is het wat rommelig bij Ornellaia en dat is ook te merken in de minder constante stijl van de wijnen uit deze periode. Het begint als Lodovico een deel van de aandelen Ornellaia verkoopt aan de familie Mondavi. Ze stellen Leonardo Raspini in 2001 aan als General manager (nu Tenuta Argentiera), net voor Mondavi in 2002 Ornellaia volledig overneemt. Saillant ‘detail’ is dat Mondavi een overeenkomst heeft met het historische wijnhuis Frescobaldi dat daardoor mede-eigenaar wordt van Ornellaia. Opmerkelijk, want Antinori en Frescobaldi zijn in principe concurrenten en nu is een prestigieus onderdeel uit de Antinori ‘legacy’ eerst deels in handen van Frescobaldi en vanaf 2005 zelfs volledig als Frescobaldi de resterende aandelen overneemt van Constellation Brands dat in 2004 Mondavi koopt. In deze tijd werkt men met verschillende wijnmakers, waaronder Thomas Duroux (nu Palmer), Andrea Giovannini (nu Castello di Monsanto) en Anna Martens (nu Vino di Anna op Etna). Uiteindelijk wordt in 2005 de Duitse (maar in Bordeaux opgeleide) wijnmaker Axel Heinz aangesteld, nog altijd bijgestaan door Paoletti en Schuster die betrokken zijn bij de introductie van alberello snoeimethode voor een deel van de wijngaarden en de conversie naar biologische wijnbouw die in 2012 wordt voltooid. Heintz geeft Ornellaia een uiterst betrouwbare stijl, rijk en rijp en bijzonder verleidelijk; een wijn zonder ‘verkeersdrempels’ en zowel nationaal als internationaal zeer gewaardeerd. In 2019 wordt Masseto een zelfstandig ‘merk’ met een eigen productieruimte, eerst met Eleonora Marconi als wijnmaakster en vanaf 2021 met Gaia Cinnirella (ex Biondi-Santi). Axel Heinz stopt als hoofd wijnmaker bij Ornellaia/Masseto in 2023, net als zijn rechterhand Olga Fusari. Begin 2024 start een nieuw team met Marco Balsimelli, Denise Cosentino en Gaia Cinnirella (deze laatste voor Masseto). Ornellaia is inmiddels wereldberoemd en maakt naast de Masseto, Massetino en Ornellaia ook 3 andere wijnen; de toegankelijke en betaalbare Le Volte dell’Ornellaia (Toscana IGT), de Bolgheri Rosso Le Serre Nuove dell’Ornellaia en de witte Poggio alle Gazze dell’ Ornellaia. De totale productie bedraagt inmiddels ruim een miljoen flessen, waarvan de Le Volte circa de helft voor zijn rekening neemt.

Trivia:

Ornellaia bezit ook een gelijknamig restaurant in Zurich. 

Masseto

Bodem
De eerste bodemanalyses van o.a. Mario Incisa, Tchelistcheff en Tachis krijgen in 2006 een vervolg als het Consorzio professor Attilio Scienza opdraagt de bodem van de DOC in kaart te brengen. Scienza identificeert 16 subzones met maar liefst 27 verschillende bodemtypen en doet ook onderzoek naar de klimatologische kenmerken van de regio waarbij het natuurlijk handig is dat de familie Scienza een eigen domein bezit in de DOC Bolgheri.  De bodem in de streek is heel divers, het gevolg van verschillende geologische processen die vier duidelijk te onderscheiden ‘terrassen’ hebben gegeven. Onderscheiden worden die rond Greppi Cupi op 18 tot 43 meter boven zeeniveau, die bij Accattapane op 30 tot 70 meter, bij Grascete op 45 tot 90 meter en die bij Segalari op 50 tot 130 meter. In combinatie met verschillende hoogten, expositie en (en dat is het allerbelangrijkste) de keuze van de wijnmaker t.a.v. druivenras, onderhoud van de wijngaard, moment van de oogst en de vinificatie en lagering, geeft dit een breed palet aan kenmerken en mogelijkheden.

Structuur
Op de laagste delen vooral veel mariene afzettingen uit het Plioceen, toen het gebied nog zee was. Bewegingen van continentale platen zorgen voor het dalen van de zeespiegel en stijgen van de bodem, waardoor het gebied komt droog te liggen en afzettingen van klei, zand en kalksteen worden gevormd. Daarna zorgen rivieren en beken voor enerzijds erosie en anderzijds allerlei afzettingen, terwijl wind zogenaamde Eolische afzettingen als zand en stof aanvoerde uit Noord-Afrika. Een meer zanderige bodem (de Sabbie Rosso Arancio di Donoratico) treffen we aan op de lager gelegen delen, Greppi Cupi, Cerrata en Accattapane. Het zijn oranje tot rode zandgronden die vaak weinig kalk bezitten. De bodem is hier losser en daardoor goed doorlatend, wat vroeger rijpende wijnen geeft met een lichtere structuur, een hogere zuurgraad en frisse, fruitige aroma’s. Subzones als Grascete en Sassicaia, maar ook Contessine, Porcarecce en ten zuiden van Castagneto bevatten zanderige kleibodems, meestal een mix van klei en zand met kalksteen en kiezel. Hier is de bodem dieper en rijk aan voedingsstoffen voor druiven rijk aan suiker en complexe, aromatische wijnen met een goede structuur. Kalkhoudende flysch vinden we vooral in de hogere delen van de DOC, o.a. bij Grattamacco en Segalari tot aan Argentiera. De bodem is hier rijk aan kalkhoudende klei en zandsteen met veel mineralen en dat geeft wijnen met een hogere zuurgraad, complexe aroma’s, elegantie en een goede structuur. Opmerkelijk is de strook pliocene klei in de Masseto wijngaard, vergelijkbaar met die in Pomerol bij Petrus. Bij de diverse riviertjes zoals de Fossa di Bolgheri zien we alluviale bodems die rijk zijn aan mineralen en organisch materiaal. Ze zijn zeer vruchtbaar en goed gedraineerd, en leveren een aangename combinatie van kwantiteit én kwaliteit.

Rivieren
Diverse riviertjes/stroompjes die water uit de heuvels aan- of juist afvoeren, zorgen voor een goede waterhuishouding. De grootste is de Fossa di Bolgheri die water ontvangt van diverse zijriviertjes. De monding, “Seggio” genoemd, werd tot eind 19e eeuw gebruikt als haven tot de spoorlijn de transportfunctie overnam.  De Acquaviva in Valle delle Rozze wordt gevoed door diverse bronnen tot aan de monding in San Vincenzo. De 1 na grootste waterloop is de Fossa Camilla bij Castagneto. De bron ligt in Poggio alle Carbonare in Bibbona. Met de inpoldering van 1779-1786 werd de Fossa Leopoldina Camilla aangelegd, ook ‘Cioccaie’ genoemd. De bron voor de Botro ai Molino ligt bij Castagneto aan de Fiora op de grens met Sassetta en stroomt in de gelijknamige vallei, ooit gekenmerkt door vijf molens. Heeft daar verschillende kleine zijriviertjes, stroomt vervolgens over de vlakte over, raakt de Casone Ugolino, het dorp Donoratico, de Doll en de Viale delle Palme, om net voor de monding over te gaan in de Fossa di Bolgheri al Seggio. In de Casali-grotten op domein Serristori, ontspringt de Fosso dell’acqua calda (of Venelle) die langs Villa Donoratico stroomt en eindigt in de zee bij La Pruniccia tussen Olmaia en Club Mediterranée. De Fosso della Caresti Vecchia heeft zijn bron bij Martelline Gialle onder Patanocco en Forno San Martino en de Pancola-molen. Hij krijgt halverwege nog water van de Botro della Cella en mondt uit in de Fossa Camilla aan de andere kant van de Viale dei Cipressi net boven San Guido. De Fosso della Carestia/Fosso di Santa Maria is een natuurlijke grens tussen een deel van de landgoederen van Gherardesca en Serristori en mondt uit in de zee bij het Paradù gebied, ten noorden van de Club Méditerranée in Donoratico. De Fontina dei Rognoli bij de Casali-grotten, is de bron van de Fosso botro ai fiche en mondt uit in de zee bij de Suvericcio. Hij loopt onder de spoorlijn door, maar is meestal droog.

Klimaat
Köppen-Geiger classificeert de regio als Csa, wat zoveel wil zeggen dat het gekenmerkt wordt door een gematigd, Mediterraan klimaat met milde winters en droge, hete zomers. De gemiddelde temperatuur bedraagt 15,7 graden Celsius met in augustus 24,3 ºC als de warmte maand en januari met 8,1 ºC als koudste. De ligging tussen de zee en de heuvels geeft minstens 250 dagen per jaar zowel wind van zee als uit het binnenland en dat houdt de wijngaarden meestal goed gezond. De zonnestralingsindex geeft hoge waarden aan, 3300 MJ m-2 aan de kust tot ruim 3900 MJ m-2 in de hogere delen. De laatste tijd zien we aanpassingen in de wijngaarden qua expositie, nieuwe wijngaarden worden steeds vaker noord-zuid aangeplant ipv oost-west. Er valt gemiddeld 830 mmm neerslag, de meeste in 135 in november, terwijl de droogste maand juli is met slechts 19 mm. Sneeuw is zeldzaam in Bolgheri, maar ik heb verschillende keren meegemaakt dat er serieuze hoosbuien waren die de regio korte tijd blank zetten. Door de aanwezigheid van diverse riviertje en beken en de bodems die redelijk wat zand bevatten, vloeit het water vaak snel af, waardoor blijvende wateroverlast eigenlijk niet voortkomt. De vriendelijke temperaturen zorgen over het algemeen voor een prima rijping van de druiven en proeverijen tonen aan dat de meeste wijnen zich altijd vol, rond en gul met veel rijp tonen.

Oogstjaren
Hoewel Bolgheri minder extremen kent dan andere wijnregio’s in Toscane, zijn er uiteraard wel verschillen in oogstjaren. 2023 bijvoorbeeld kende na een zachte winter een nat voorjaar met een vroege knopzetting, een hete en droge zomer zonder extremen en een droge september met koele nachten voor de ontwikkeling van een mooie aromatische complexiteit en prima concentratie.
2022 was zeer droog en kende een vroege oogst, gelukkig zonder al te veel overrijpe druiven. 2021 werd gekenmerkt door veel neerslag in de zachte winter en een hete droge zomer  met alleen eind augustus wat regen. Dit alles gaf wijnen die soms aromatisch wat beperkt zijn maar vaak veel structuur hebben en tijd vergen.

Natuurlijk
De laatste jaren is er ook in Bolgheri een duidelijke toename te zien in het aandeel biologische wijnen. Een natuurlijke benadering van de wijnbouw is om veel redenen belangrijk, maar soms heeft moeder natuur een beetje hup nodig. Zo is er de laatste jaren een zeker tekort aan natuurlijke meststoffen ontstaan, omdat reeën en wilde zwijnen wijngaarden te vaak bezoeken om hun dorst te lessen met druiven. Voorheen was er een zeker natuurlijk evenwicht, maar global warming heeft dat verstoord en moeten de dieren uit wijngaarden worden geweerd.

Producenten:
De regio telt inmiddels zo’n 70 producenten, waarvan een deel redelijk nieuw is in de streek. Zonder de andere tekort te willen doen, wil ik graag een paar oude vertrouwde die ik vanaf dag 1 (of zo) ken, wat meer toelichten.

Grattamacco
De tweede serieuze producent in de regio – na Tenuta San Guido – is Piermario Meletti Cavallari. Samen met zijn vrouw Paola verlaat hij in 1977 de regio Bergamo en koopt de 18e eeuwse boerderij Grattamacco om er zijn carrière als wijnmaker te starten. De naam van deze historische boerderij is afgeleid van ‘macco’, materiaal dat afgeschrapt (grattato) werd bij de productie van ijzer door de Etrusken. De wijngaard op het domein stamt uit de jaren dertig en wordt door Meletti Cavallari herplant met stekken van kwekerij Guillaume in Frankrijk. De oude wijngaarden op het plateau met de boerderij ligt op 100-150 meter hoogte, een nieuwe wijngaard Casa Vecchia legt hij aan langs de Via Bolgherese op circa 200 meter. Hij kiest primair voor sangiovese, cabernet sauvigon, merlot en vermentino, maar plant ook wat petit verdot, chardonnay, sauvignon blanc, chenin blanc en grecchetto aan. De meeste van deze experimentele wijnstokken worden in de loop van de jaren vervangen. De eerste wijn van Grattamacco is de witte in 1980, gevolgd door de rode in 1982. Elk jaar voegt Meletti Cavallari iets nieuws toe aan zijn wijnen. Naast experimenten met blends, start hij in 1992 met de gisting van zijn rode wijn in open, eikenhouten vaten die nog altijd in gebruik zijn; het geeft zijn wijnen meer rondeur en complexiteit. De wijnen worden in die tijd in een schuur gemaakt waar ook exemplaren van zijn collectie oldtimers te vinden zijn. In 1995 begint de bouw van een echte ‘kelder’, waarbij hij adviezen van Josko Gravner opvolgt en hoeken probeert te vermijden. Een ovale vorm stimuleert een natuurlijke luchtstroom en voorkomt schimmelvorming, zo is het idee. Ook maakt hij een soort ‘ramen’ in de ondergrondse wanden om contact met de natuurlijke bodem te behouden. Heftige regenval tijdens de bouw geeft aan dat dit wel om een goede drainage vraagt… Het omvallen van een kraan vormt een klein praktisch probleem (maar wel een foto ervan op de voorpagina van Proefschrift 9.3), maar in 1997 wordt de bouw zonder al teveel andere problemen voltooid. Meletti Cavallari besluit om Bolgheri te verruilen voor Elba en verkoopt Grattamacco aan Collemassari, eigendom van de Italiaans-Zwitserse Ernesto Silvio Maurizio Bertarelli, wiens moeder getrouwd is met Claudio Tipa, die sindsdien directeur is en ook leiding geeft aan de andere domeinen van Collemassari in Montecucco en Montalcino. Meletti Cavallari is nog altijd betrokken bij de wijnbouw, maar heeft zijn hart nu verpand aan de aleatico. Grattamacco behoort naar mijn (weinig bescheiden) mening tot de absolute top in Bolgheri, waarbij ik een bijzonder zwak heb voor hun L’Alberello, weliswaar geen Bolgheri DOC, maar een geweldige Toscana IGT.

Grattamacco begin jaren '90
Grattamacco 2025

Michele Satta
Deze oorspronkelijk uit Varese afkomstige en afgestudeerd landbouwkundige, verhuist samen met zijn vrouw Lucia rond 1980 naar Castagneto om daar eerst in de fruitsector te werken, maar al snel te kiezen voor wijnbouw. In 1983 verschenen de eerste wijnen, de witte en rode Diambra, gemaakt van druiven van een wijngaard van 2 hectare die hij huurde. Het jaar daarna maakte hij zijn eerste oogst Costa di Giulia, een toen nog 100% Vermentino. De wijngaard voor deze wijn koopt hij in 1987, waarna enkele andere percelen volgen. In samenwerking met PierMario Meletti Cavallari van Grattamacco gaat hij op zoek naar goed plantmateriaal voor nieuwe wijngaarden en deze vinden ze bij kwekerij Gauillaume in Frankrijk. Ze kopen er o.a. sangiovese, syrah, merlot en cabernet, maar Satta experimenteert al snel ook met o.a. tempranillo, grenache, petit verdot, teroldego en viognier. ‘Enigszins eigenwijs’, wil Satta (als enige in Bolgheri) ook een 100% sangiovese maken, wat in 1990 resulteert in zijn Vigna al Cavaliere. De wijn is niet gemakkelijk en heeft in de eerste jaren duidelijk flesrijping nodig; een magnum 1994 bleek zich (pas?) 3 jaar geleden tot een hele fijne wijn te hebben ontwikkeld. Toegankelijker en meer afgestemd op de internationale smaak en stijl van de wijnen van zijn collega’s is de Piastraia, voor het eerst gemaakt in 1994 van min of meer gelijke delen cabernet sauvignon, merlot, sangiovese en syrah. Ik schrijf hier bewust ‘min of meer’ want dat ‘gelijke delen’ was altijd steevast het antwoord van Satta als men om de samenstelling vroeg en hij geen zin had om eindeloos in te gaan op zinloze gesprekken over een druif meer of minder. Als zijn zoon Giacomo en dochter Benedetta in 2015 de dagelijkse gang van zaken in het bedrijf overnemen, past deze nieuwe generatie de wijnen wat aan om ze beter af te stemmen op de vraag van de markt en veranderingen in het klimaat. Mijn herinneringen aan Michele Satta zijn erg prettig en ik denk nog vaak terug aan maaltijden op het terras met uitzicht op zee, het gekeuvel van zijn 6 kinderen en de smaak van de cacciucco die Lucia maakte en waarvan ik het recept nog regelmatig gebruik.

Le Macchiole
Ik herinner me Eugenio Campolmi vooral als een boer met een iets te strak net pak die weigerde zijn sneakers te verruilen voor schoeisel dat er wellicht beter uitzag, maar hem net zomin paste, zowel letterlijk als figuurlijk. Op de Vinitaly was hij duidelijk nooit echt in zijn element, hij was wijnboer en zijn wijngaarden en kelder waren zijn domein. Daar zie ik hem ook voor het eerst en samen proeven we er (in aanwezigheid van zijn consultant Luca d’Attoma) de allereerste vaten Messorio en Scrio, gemaakt van respectievelijk 100% merlot en syrah. Indrukwekkende wijnen, nieuw en uitdagend, serieuze aanvullingen naast zijn witte en rode Paleo. Deze laatste worden nog altijd gemaakt, zij het met een andere samenstelling en vinificatie dan ‘in den beginne’. Eugenio Campolmi is op dat moment de enige die uit de streek zelf komt en allesbehalve een wijnboer. Hij verkoopt tot 1984 vooral lokale landbouwproducten in een stand aan de Via Aurelia, zoals we nog veel zien in Italie. De eerste successen van Sassicaia en het jeugdig enthousiasme van d’Attoma zetten hem er echter toe aan om wijn te gaan maken. Hij start met 8 hectare eigen grond (Le Contessine), huurt er nog eens 6 en die leveren in 1989 de eerste oogst Paleo op, toen nog een blend van 85% cabernet sauvignon en 15% sangiovese. In 1994 maakt hij voor het eerst zijn Scrio en Messorio, allebei slechts 2 vaten, als ik het me goed herinneren tonneaux. Zoals eerder in dit dossier is aangegeven, start hij een soort mini- revolutie door in 2001 over te gaan op massale aanplant van cabernet franc. Deze druif en de zeer hoge plantdichtheid doen bij velen de wenkbrauwen fronzen, maar al snel blijkt het een hele slimme keuze. De cabernet franc rijpt in Bolgheri voorbeeldig en de wijnen oogsten veel lof. Eugenio zelf kan helaas amper genieten van dat succes, want in 2002 komt hij te overlijden. Vanaf dat moment neemt zijn vrouw Cinzia Merli de leiding over, nog altijd bijgestaan door o.a. d’Attoma. Ik ben altijd fan geweest van de wijnen van Le Macchiole en ook tijdens de workshops werd hun Bolgheri Rosso met zeer veel enthousiasme geproefd. De Paleo’s zijn nooit uitgebracht onder de DOC Bolgheri, maar mogen in geen enkel artikel over Bolgheri ontbreken; hun waarde voor de regio heeft vanaf het allereerste begin nooit ter discussie gestaan.

Guado al Tasso
Wat evenmin in een artikel (of dossier) over Bolgheri mag ontbreken zijn de Antinori’s en hun Guado al Tasso. Ze bezitten in Bolgheri circa 1000 ha aan land, waarvan er zo’n 320 zijn beplant met druivenstokken. De naam is afgeleid van tasso en guado, respectievelijk das en doorwaardbare plaats. Hoewel hun geschiedenis in de regio teruggaat tot 1932 als Carlotta Della Gherardescha trouwt met Niccolò Antinori is er tot 1990 alleen sprake van druiven voor de rosé van Antinori, de Scalabrone. In dat jaar introduceren ze de Guado al Tasso hun rode Bolgheri van cabernet en merlot (met wat syrah) van 9 hectare aan wijngaarden bij Bolgheri en Castagneto Carducci. In die eerste jaren was ik niet bepaald onder de indruk van de wijn en had daar leuke gesprekken over met de gezusters Antinori en Renzo Cotarella, hun hoofdwijnmaker (en inmiddels ook CEO van Antinori). Latere oogstjaren bevallen me beter, wellicht omdat de syrah m.i.v. 2007 wordt vervangen door cabernet franc en petit verdot, volgens mij een indicatie dat ze ook zelf ruimte voor verbetering zagen. Het assortiment van Guado al Tasso omvat 6 wijnen, goed voor een totale productie van ruim 1,5 miljoen flessen wijn, zowel wit, als rosé en rood.

Castello di Bolgheri
In 1984 laat gravin Alessandra della Gherardesca (echtgenote van Graaf Franco Spalletti Trivelli) haar bezittingen, inclusief Castello di Bolgheri, na aan haar dochter Franca Spalletti Trivelli, gehuwd met Graaf Clemente Zileri Dal Verme. Franca en Clemente hebben 3 kinderen, waaronder Federico Zileri, Conte dal Verme degli Obbizi, momenteel de CEO van Tenuta Argentiera.

Tenuta Argentiera
Het is 1517 als de familie Serristori Argentiera start als vakantieoord op het destijds 1500 hectare grote domein. In de loop van de eeuwen verandert er veel, met 1990 als belangrijk jaar wanneer de gebroeders Corrado en Marcello uit Florence 75% van de aandelen van Argentiera kopen en de overige 25% in handen komt van Antinori. In 1999 koopt Fingen, de investeringsmaatschappij van de Fratini’s alle aandelen, om Argentiera in 2015 te verkopen aan de Oostenrijker Stanislaus Turnauer, i.c. Constantia Industries. Zij stellen Federico Zileri Dal Verme aan als CEO. De productie van de 70 hectare aan wijngaarden bedraagt ongeveer een half miljoen flessen. Voor meer informatie over Argentiera, klik HIER.

Guada al Melo
Geen hele bekende producent, maar wel met een geschiedenis die teruggaat tot de 18e eeuw. Giovanni Moratti koopt dan het land dat nu bekend is als Guado al Melo in “Campo al Lucchese“. Espinassi Moratti breidt domein in de 19e eeuw uit met o.a. de boerderij Grattamacco en plant er trebbiano, malvasia, vermentino, canaiolo, sangiovese en ook cabernet sauvignon aan. Succes voor de wijnen is er in 1925 als Moretti de eerste prijs wint op een wijntentoonstelling in Rome. In (en na) 1937 worden de landerijen opgesplitst, wat Meletti Cavallari in 1977 in staat stelt om Grattamacco te kopen. Eigenaren (sinds 1999) van Guado al Melo zijn Michele en Annalisa Scienza, bijgestaan door hun befaamde zoon professor Attilio, één van de meest gerespecteerde Italiaanse wijnprofessionals.

Tenuta Sette Cieli
Ook wat extra aandacht voor deze producent, hoewel de meeste van hun wijngaarden net buiten de DOC liggen. Sette Cieli werd in 1994 gekocht door Erika Ratti om er paarden te houden, een traditie in de regio (…). In 2011 nam haar zoon Ambrogio Cremona Ratti de zaken over (inclusief hun befaamde textiel bedrijf in Como) en deze stelde in 2013 Elena Pozzolini (1983) aan als CEO en wijnmaker. Bijzonder is de ligging van Sette Cieli op zo’n 400 meter, dezelfde hoogte als de eerste wijngaard van Sassicaia die overigens mooi te zien is vanaf het domein. Het is hier koeler dan bij Bolgheri, een voordeel met oog op het veranderende klimaat. Sette Cieli beschikt niet alleen over cabernet sauvignon, maar ook merlot, cabernet franc en malbec. Hun Scipio (100% cabernet franc) is dan weliswaar geen Bolgheri Superiore DOC, maar beslist een superieure wijn.

Andere
Andere producenten zijn o.a. Aia Vecchia (1996, mmv Tibor Gál), Ca’Maranda (Gaja, sinds 1996), Caccia al Piano 1868 (Berlucchi, sinds 2003), Campo al Pero (Banfi, sinds 2013), Campo alla Sughera (Knauff, sinds 1998), Campo alle Comete (Feudi di San Gregorio, sinds 2016), Casa di Terra – Podere Roseto (2001), Chiappini (sinds 1999), Cipriana (1978), Dario di Vaira (2008), Donna Olimpia 1898 (Folonari, sinds 2001), Fattoria Terre del Marchesato (1998), Fornacelle (1996), Giorgio Meletti Cavallari (2002), La Madonnina (Konstantin Nikolaev, sinds 2014), Michelletti (1988/2007), Orma (Moretti/Sette Ponti sinds 2004), Podere dei Musi (2000), Podere Sapaio (1999), Podere Sette (2018), Poggio al Tesoro (Allegrini, sinds 2001; de 2e die cabernet franc ging werken), Tenuta Sette Cieli (Erika Ratti, sinds 1995/2012), Tenuta Campo al Signore (2010), Terre dei Ghelfi (2021) en Villanoviana (2006).

Consorzio
De meeste producenten zijn lid van het Consorzio dat in 1995 werd opgericht en Marchese Nicolò Incisa della Rocchetta als eerste voorzitter aanstelde. In 2013 werd Federico Zileri Dal Verme voorzitter en Albiera Antinori in 2019. Als het Consorzio in 2020 haar 25-jarig bestaan viert, organiseren ze een meer dan indrukwekkend galadiner voor 1000 gasten (waaronder Eugenio Giani, president van de regio Toscane) op de door Giosuè Carducci vereeuwigde Viale dei Cipressi. Als enige buitenlandse gast (niet woonachtige in Italië) mocht ik deze bijzondere avond bijwonen en ook voor de 2e editie werd ik uitgenodigde, een bijzondere en zeer gewaardeerde eer.

Consorzio per la Tutela dei Vini DOC Bolgheri e DOC Bolgheri Sassicaia
Località San Guido, 45 – 57022 Bolgheri (LI)
Tel/Fax: 0039 0565 1827234
Mail: segreteria@bolgheridoc.com
www.bolgheridoc.com

Conclusies
Tja, ik denk dat er veel conclusies te trekken zijn, waarbij de meningen over de wijnen en de gang van zaken in Bolgheri ongetwijfeld zullen verschillen. Voor mij is en blijft Bolgheri een machtig interessant gebied waar een boeiende diversiteit aan wijnen te vinden is. Sassicaia is en blijft Sassicaia, Ornellaia maakt hele slimme en vooral schandelig lekkere wijnen zoals ook Gaja en Guado al Tasso dat doen. Vorig jaar tekende ik goede noteringen op bij de wijnen van o.a. Aia Vecchia, Caccia al Piano, Campo alla Sughera, Campo alle Comete, Dario di Vaira, Michele Satta, Terre del Marchesato en Orma. Al eerder was ik blij dat producenten als Argentiera en Poggio al Tesoro een betere/goede balans hebben gevonden tussen fruit en hout en dat Donne Fittipaldi op het gebied van wit interessante ontwikkelingen heeft ingezet. Vertrouwen in de onderwaterwijnen van Tenuta Campo al Signore heb ik niet, maar er zijn mensen die er heilig in geloven, net als in de loodzware flessen van Fratini. Ik hou van de precisie van de wijnen van o.a. Sette Cieli, Grattamacco en Le Macchiole en zou dat ook graag bij diverse andere zien. Daarbij moet ik helaas constateren dat er een twijfelachtige invloed is van de commerciele pers, die de streek heeft gehypt en alles slikt wat ze wordt voorgezet en voorgehouden, ook als het niet (zo) goed is. Dit laatste is niets nieuws of voorbehouden aan de DOC Bolgheri. Over de hele wereld wordt alles zwaar overgewaardeerd en is van enige kritiek niet of nauwelijks sprake. Blijkt een wijn ‘minder’ dan krijgt hij alsnog 90 punten; helaas meer regel dan uitzondering en niet in het belang van de producent of de schrijver en hun medium zelf,  maar in ieder geval beslist niet in het belang van de consument. Dit zegt helaas meer over de kwaliteit van de pers dan over de kwaliteit van de wijnen. Ik ben van mening dat Bolgheri nog altijd een gebied ‘in ontwikkeling’ is en dat er voldoende ruimte is voor verbetering. Ik zou graag minder techniek en meer wijn willen zien (proeven), waarbij aanpassingen t.a.v. terroir en klimaat  aanbevelingswaardig zijn, denk daarbij aan andere druivenrassen, locaties, wijngaardmanagement etc. Ik neem aan dat de aandacht voor de streek nog zal toenemen, waarbij het buitengewoon lastig is voor bestaande of nieuwe wijnhuizen om tot de (naar mijn mening) absolute top door te dringen, een top die geen afwijking laat zien op de gouden “80-20 regel”, waarbij niet meer dan 20% het beste vertegenwoordigt. De Achilleshiel van Bolgheri is de gemiddelde prijsstelling, we zien wereldwijd een aversie ontstaan tegen erg hoge prijzen voor wijnen die eigenlijk niet zo heel bijzonder zijn, m.u.v. hun ongeloofwaardige scores bij de commerciele pers. Net als in elke wijnstreek ter wereld, blijft selecteren daarom ook in Bolgheri noodzakelijk. Dat doe ik gelukkig heel graag, want er worden in Bolgheri nu eenmaal enkele van mijn favoriete wijnen gemaakt. Feit is dat veel wijnen aangenaam zijn en een dusdanig mooi imago hebben dat ze de laatste twee workshops heel veel blije gezichten opleverden. Dat betekent dat Bolgheri weliswaar klein is in omvang, maar tot grootse dingen in staat blijkt.

Dit artikel is tot mede stand gekomen dankzij veel informatie van het Consorzio per la Tutela dei Vini DOC Bolgheri e Bolgheri-Sassicaia, presentaties van professor Attilio Scienza, veel producenten, talloze sites met historische feiten en ‘redelijk wat’ persoonlijke ervaring in de streek.

Giosuè Carducci – Voor San Guido

De slanke cipressen, die hoog van San Guido in dubbel gelid richting Bólgheri staan, verrezen als jonge en dartele reuzen ineens voor mijn ogen en keken mij aan.

Ze knikten herkennend en fluisterden zacht: ‘’t Is goed dat je terug bent gekomen, maar zeg, waarom blijf je zitten en stap je niet uit? De avond is fris en je kent hier de weg!

Och, kom toch bij ons in de geurige schaduw, waar ’t windje van zee je verkoelt. Nee, we zijn al lang niet meer boos om de stenen waarmee je ons als jongen bestookte: ze deden geen pijn!

We dragen nog steeds onze nachtegaalnesten: och, blijf nog een poosje, doe ons een plezier!

De mussen omringen ons ’s avonds nog altijd met vrolijk gewirwar. Och, toe blijf toch hier!’

‘O mooie, o lieve, o trouwe cipressen, o vrienden van mij uit een betere tijd, hoe graag zou ik hier nu bij jullie gaan zitten’, zo sprak ik en keek ik, ‘mijn hart is bereid.

Maar lieve cipressen, helaas, ik moet gaan: voorbij zijn de dagen door jullie genoemd!

Als jullie eens wisten… maar ’t is nu gedaan. Nee echt, ik moet weg, want ik ben nu beroemd.

Ik lees nu gedichten in Grieks en Latijn, ik schrijf en ik schrijf, o wat ik al doe!

Ik ben nu, cipressen, geen jongetje meer, en gooien met stenen, dat is nu taboe, met name naar bomen!’ Een knorrig gemompel doorgolfde de wankele kruinen, en toen zonk rossig en met een meewarige grijns de dalende dag op het donkere groen.

Zodra ik begreep dat cipressen en zon mij liefdevol wilden ontvangen, toen brak er vanuit hun gemompel een stem los die zei: ‘We weten ’t al langer: je bent maar een stakker!

We weten ’t al langer, en wel van de winden die ’t menselijk lijden proberen te sussen, hoe diep in je binnenste ontzettende branden ontstaan die jij niet meer in staat bent te blussen.

Aan de eiken en ons kun je rustig vertellen hoe ’t leed van jezelf en de mensen je schrijnt.

Och, kijk toch hoe vredig en blauw hier de zee is, hoe ’t lachende zonlicht hier zinkt en verdwijnt, en hoe deze avond vervuld is van vogels en tjilpende mussen ’t alleen zijn verzachten.

Vannacht zal opnieuw weer de nachtegaal zingen: och blijf, en vergeet toch die boze gedachten!

Die boze gedachten die dof aan de diepte van jullie geteisterde harten ontstijgen, verrot als de schimmen die bij jullie graven als vlammen in ’t donker de mensen bedreigen.

Och blijf, en als morgen de paarden zich lijdzaam, de koppen bijeen, in de schaduw der eiken bevinden, en deze zo vredige velden door hitte overmand aan de middag bezwijken, dan neuriën wij, de cipressen, de koren die ’t hemels geluk al op aarde doen voelen, en komen daarginds uit die olmen de nimfen jouw lichaam met wuivende waaiers verkoelen.

En de eeuwige Pan, die je steeds op dat uur ineens op een hoogte in vlakte ziet staan, zal de oorlog, o sterveling, die in je woedt in de eenheid van ’t goddelijke op laten gaan’.

Ik zei toen: ‘Ver weg, de Apennijnen nog over, daar wacht mij Tittí, toe laat me toch gaan!

Tittí is een dierbaar en kwetterend musje, maar veren van vogels, die heeft ze niet aan.

En ze eet wel iets anders dan bessen van jullie. En trouwens, ik reken me niet tot die helden die tweemaal een dubbel salaris verdienen. Gegroet, o cipressen! Gegroet, lieve velden!’

‘Wat moeten wij nu nog vertellen op ’t kerkhof bij ’t graf van je oma, waar niemand meer komt?’

En vluchtend verdwenen ze, ’t leek wel een lijkstoet die haastig voorbijtrekt en prevelt en bromt.

En ’t was of ik toen van de top van de heuvel van ’t kerkhof, dat langs de cipressenlaan lag, plechtstatig en recht en gestoken in ’t zwart mijn dierbare oma Lucía weer zag: mijn oma Lucía, de vrouw uit wier mond van onder de sneeuwwitte glans van haar haren de taal van Toscane, die ’t manzonianisme zo dwaas en potsierlijk probeert te bewaren, welluidend weerklonk in Versilia’s tongval, die droevig en diep in mijn hart ligt besloten, gelijk aan een lied uit de veertiende eeuw met krachtige klanken en vloeiende noten.

Och oma, och oma, vertel mij nog eens ’t verhaal dat ik vaak van u hoorde als kind.

Vertel deze wijze opnieuw weer van haar die nergens haar vroegere liefde nog vindt.

Wel zeven paar ijzeren schoenen heb ik al zoekend om je ergens te vinden versleten, en zeven stuks ijzeren stokken waarmee ik het droeve verloop van mijn reis heb gemeten, en zeven karaffen heb ik met een stroom van zeven jaar bittere tranen gevuld.

Jij slaapt, en helaas, er is niets dat je wekt, noch ’t roepen van mij, noch de kraaiende hanen! 

Och oma, ’t verhaal is nog steeds even mooi als toen je ’t vertelde, en waar bovendien.

En wat ik van ’s morgens tot ’s avonds vergeefs al zoveel jaar hebt gezocht, ligt misschien bij deze cipressen, maar ach, ik ben bang dat deze ook tenslotte mijn dorst niet meer lessen.

Misschien dat ik beter kan zoeken daarboven op ’t kerkhof te midden van de andere cipressen.

Diep ademend vluchtte de locomotief, terwijl ik van binnen bedroefd was en schreide.

En hinnikend draafden wat dartele veulens vol vreugde ’t lawaai tegemoet door de weiden.

Maar de ezel die knaagde aan een blauwrode distel en alles rondom zich haast leek te vergeten, verwaardigde ’t razend geweld met geen blik, terwijl hij aan één stuk door ernstig bleef vreten.

Deel dit bericht:

Facebook
Twitter
LinkedIn
Spread the word