Fred Nijhuis

Your favorite Dutch wine writer

Brunello di Montalcino 2015

Kritische blik op weer 'een jaar van de eeuw'...

It’s true! It’s great!! The best ever!!!

“Billions, billions and billions of points” domineren de scores die wereldwijd zijn uitgedeeld voor Brunello 2015. Geen wonder, want geheel conform de huidige (Amerikaanse) trend inzake deskundige, zorgvuldig afgewogen en objectieve berichtgeving, is 2015 in Montalcino gelanceerd als het oogstjaar der oogstjaren; een ‘fairy tale vintage’.

De twijfelachtige eer voor de oorzaak van deze verering danken we vooral aan een tweetal Amerikaanse wijnschrijvers (hier en daar nog abusievelijk wijncritici genoemd). Zij hebben hun geloofwaardigheid wederom te grabbel gegooid en talloze wijnen sprookjesachtige beoordelingen gegeven die slechts begrijpelijk zijn als je ze relateert aan commerciële en andere belangen. Het is jammer dat hun twijfelachtig enthousiasme zich sneller verspreid dan het Corona-virus, waarbij we ons gelukkig mogen prijzen dat het effect minder dodelijk is. Wat blijft is het feit dat sprookjes niet bestaan en dat wie een beetje verstand van zaken heeft, het belang van de consument centraal stelt én een zinvolle boodschap af wil geven aan producenten, het consortium en de handel, de euforie over 2015 nuanceert.

Heet en droog
Het oogstjaar 2015 staat te boek als een heet en droog jaar, doorgaans een prima basis voor gezonde druiven en dito wijnen. Eind 2015 waren alle adviseurs van het Consorzio het er volledig over eens: de oogst was één van de allerbeste ooit. Het was een jaar met een droge winter en ook vrij droog voorjaar met sterk stijgende temperaturen in juni, een erg hete maand juli (+ 40°C) en tot die tijd geen tot weinig neerslag. Pas in september viel er wat regen en het bleef opvallend warm en droog tot aan de oogst, met alleen nog wat neerslag begin oktober. In de koelere gebieden werd wat later geoogst dan normaal, bijdragend aan meer spanning en complexiteit. Voor die in het zuiden en jonge wijngaarden was het vaak net iets té mooi, met overrijpe of verbrande druiven en erg veel alcohol en/of onvoldoende fenolische rijping tot gevolg.

Grote verschillen
Over het algemeen genoeg redenen tot enthousiasme, maar sangiovese zou sangiovese niet zijn, als hij aan zijn bodem en het klimaat niet wat extra eisen stelt. Sangiovese bezit van nature een frisse zuurgraad, weinig anthocyanen en, opvallend genoeg, relatief weinig tannine. Dat laatste compenseert de sangiovese echter met een vermogen om heel snel een hard, agressief type tannine te ontwikkelen en daar staat hij meer bekend om. Die harde tanninestructuur kan alleen voorkomen worden door goed wijngaardmanagement (zowel snoeivormen, behandeling van de bodem, bladmanagement en kloonselectie als wortelstok) en het zorgvuldig kiezen van het oogstmoment. Dat laatste was ook in 2015 weer erg belangrijker. Montalcino staat bekend om een grote verscheidenheid aan terroirs en elk microklimaat vergt zijn eigen benadering. Al die verschillen in o.a. rijpheid, tannine en pH, vergen een uiterst zorgvuldige vinificatie met veel aandacht voor zowel de weking (zowel qua duur als temperatuur) als de lagering (type hout, duur etc.). Slecht een deel van de producenten in Montalcino geeft blijk over voldoende kennis, ervaring en de juiste wil te bezitten om hun wijngaarden en vinificatie die aandacht te geven die nodig zijn voor een topklasse Brunello. In 2015 proefde ik dan ook zeer grote verschillen tussen wijnen en voor mij was er van homogene resultaten voor een algeheel halleluja geen sprake.    

Essentie
De meeste moeite had ik met wijnhuizen die maar wat doen. Ze maken weliswaar wijn (met DOCG-status), maar overtuigen doen ze niet. Hun wijnen zijn grof, niet altijd even schoon en domweg niet lekker. Ik heb ook minder met die producenten die zich richten op de korte termijn met fruitrijke wijnen (en regelmatig wat restzoet), de stijl die bepaalde wijnschrijvers zo hoog waarderen. Dat deze stijl wijnen weinig te maken heeft met de origine, potentieel en de essentie van Brunello, doet voor hen niet ter zake; ze scoren nu punten en dat is het belangrijkste. Hoe die scores tot stand komen is overigens niet altijd even duidelijk. Ik merk steeds meer dat menig collega liever dankbaar gebruik maakt van hetgeen Larry Tesler of de nieuwe kleermaker van de keizer voor ze heeft ontwikkeld, dan dat ze zich verdiepen in het hoe en waarom van een echte Brunello.

Te droog, te heet
Wie naar wijnmakers luistert en begrijpt wat ze zeggen over 2015, weet dat het jaar verschillende zwakheden vertoont. In veel wijnen werd een harde, grove, bittere tanninestructuur geproefd, iets wat nooit meer goed komt. In andere wijnen zal het zoete, rijpe, weelderige en verleidelijke fruit dat bepaalde collega’s zo aanspreekt, op relatief korte termijn verdwijnen, waarna zich een gebrek aan complexiteit en diepgang zal openbaren. Voor diverse wijngaarden was 2015 gewoon te droog en te heet en dat komt tot uitdrukking in harde, onaangename tonen en/of een overdaad aan alcohol. Gebrekkig wijngaardmanagement en het ontbreken van talent in de kelder versterkt de zwakheden van 2015 en helaas biedt de G van de DOCG te weinig garantie voor een hoopvolle toekomst. Je kunt dergelijke wijnen dan weliswaar ‘slechts’ 89 of 90 punten geven, maar dat is een verkeerd signaal; slechte wijnen mogen nooit meer dan 57 punten scoren, matige nooit meer dan 70.

Fantastische wijnen
Zijn alle Brunello’s 2015 dan allemaal matig of slecht? Nee, zeker niet! Ik proefde verschillende fantastische wijnen en beveel ze van harte aan. Het zijn wijnen van wijnhuizen die ‘het’ begrijpen en weten dat een topklasse wijn niet zomaar komt aanwaaien, ook niet met de hulp van een dure, beroemde consultant of vriendschappelijke of zakelijk relatie met een ‘journalist’. Het is hard werken om een geweldige wijn te maken, zeker in 2015. Wie dat heel erg goed weten en onder controle hebben zijn wijnmakers als Giancarlo Pacenti (Siro Pacenti), de familie Buffi (Baricci), Laura Brunelli-Vacca (Gianni Brunelli, le Chiuse di Sotto), Matthew Fioretti (Cerbaiona), Andrea Lonardi (Val di Suga), Giulio en zijn dochter Alessia Salvioni (Cerbaiola), Sabine Eichbauer (Salicutti), Stella di Campalto, Giulia Härri (en haar moeder Claudia Ferrero), Alessandro Mori (Il Marroneto), Roberto Fuligni, Paolo Bianchini (Ciacci Piccolomini d’Argona), Federico Radi (Biondi-Santi) en Federico Staderini (Poggio di Sotto). Hun Brunello’s 2015 zijn van grote klasse.

Goed en betrouwbaar
In deze opsomming ontbreken enkele fameuze namen (zoals Carlo Ferrini); dat is niet omdat ik ze niet begrijp of waardeer, maar meer omdat ze een stijl nastreven die mij niet past; wel breed met veel fruit, maar niet wat ik graag in Brunello proef: ultieme finesse, complexiteit en veel lengte. Naast de wijnen van mijn ‘all-time favorites’, genoot ik ook van de wijnen van diverse andere zeer goede wijnhuizen. Ze bewijzen telkens weer betrouwbare wijnen op de markt te brengen, altijd beduidend beter die van de grote groep ‘die maar wat doet’ en soms (als moeder natuur een beetje helpt) zelfs heel erg goed. Onder hen wijnhuizen als Altesino, Barbi, Camigliano, Caparzo (fraaie La Casa), Casanova di Neri (mooie Tenuta Nuova), Casisano, Col d’Orcia, Costanti, Il Poggione, Pietroso, Santa Restituta (Gaja) en Uccelliera.

Andere wijnen die een goede indruk achterlieten zijn gemaakt door Agostino Pieri, Aisna, Canalicchio di Sopra, Capanna, Castello Romitorio (zeer fraai dit jaar), Fossacolle, Giodo, La Fiorita, Lazzeretti, Le Macioche, Le Ragnaie (vooral de Montosili), Poggio la Croce, Poggio Antico, Roberto Cipresso, San Polo, San Polino, Scopetone, Sesti, Talenti en Verbena.

Volgend jaar
Waar menigeen uitkeek naar de presentatie van Brunello 2015, zo kijk ik vol verwachting uit naar Benvenuto Brunello 2021. Dan is 2016 aan de beurt en wat ik tot nu toe geproefd heeft bewijst voor mij zonder enige twijfel: 2016 is een echt sangiovese-jaar en in zowel de breedte als de diepte mooier en veel interessanter dan 2015.

Deel dit bericht:

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn