Fred Nijhuis

Your favorite Dutch wine writer

NCS werkt graag samen met:

Verduno Pelaverga, een glimlach op je gezicht

Verduno Pelaverga, een glimlach op je gezicht

Je hebt wijnen die je laten nadenken over de zin van het leven, wijnen die je overweldigen door hun kracht, macht of prijs, wijnen die je als muziek in de oren klinken (variërend van een symfonie tot een polonaise) en je hebt wijnen die de tranen in je ogen geven, omdat ze zo goed of juist zo slecht zijn. Daarnaast zijn er wijnen die een glimlach op je gezicht toveren en Verduno Pelaverga doet bij mij precies dát.
Fred Nijhuis

Pelaverga versus Pelaverga
Allereerst moeten we soort misverstand uit de weg helpen, want Pelaverga is niet altijd Pelaverga. Net als dat de Bonarda niet altijd Bonarda is, Trebbiano niet altijd Trebbiano, Greco niet altijd Greco en Grechetto niet altijd Grechetto, heeft Pelaverga ook betrekking op twee verschillende vineuze begrippen. Enerzijds hebben we de Pelaverga Grosso en anderzijds de Verduno Pelaverga, de eerste een druif, de tweede een wijn, gebaseerd op de Pelaverga Piccolo.

Beiden Pelaverga’s danken hun naam waarschijnlijk aan “pellis virga”, Latijns voor een techniek waarbij het gedeeltelijke schillen van de twijgen van de wijnstok de rijping van de druiven zou stimuleren. Hoewel wordt aangenomen dat beide Pelaverga’s aan elkaar verwant zijn, betreft het niet dezelfde druif. Hun DNA komt niet volledig overeen en ze worden in het registeren van het VIVC dan ook duidelijk van elkaar onderscheiden, zoals de Cabernet sauvignon en Cabernet franc wel familie van elkaar zijn en een deel van hun naam met elkaar delen, maar andere druiven zijn.

Grosso
De Pelaverga Grosso is een druif die al sinds de 15e eeuw voorkomt rond Salluzzo, Pagno en de Bronda-vallei in het oosten van de Langhe bij Turijn, maar waarschijnlijk ook al werd vermeld in documenten van de broeders van San Colombano die teruggaan tot de achtste eeuw. De druif heeft grotere bessen en geurt naar zwarte bes en witte peper, maar is minder aromatisch dan zijn naamgenoot, mede dankzij het koelere klimaat in zijn bakermat. Van deze druif wordt de Cari gemaakt, een wijn die al in de 16e eeuw werd genoemd door Gian Battista Croce (U 1616), die niet alleen als goudsmit en juwelier actief was aan het hof van Emanuele Filiberto van Savoye en later Karel Emanuel I, maar ook bijdragen leverde op het gebied van wijnbouw. Beroemd is zijn “Della eccellenza e diversità dei vini che nella Montagna di Torino si fanno e del modo di farli” waarin ook de Cario/Cari wordt vermeld. De Pelaverga Grosso geeft veel fruit met een lichte tanninestructuur, een bescheiden zuurgraad en weinig suikers die vaak niet veel meer dan 10% alcohol in de wijn onschuldige, zomerse dorstlesser bij eenvoudige hapjes.

Piccolo
Er wordt vermeld dat de in Verduno geboren (en later zalig verklaarde) priester Sebastian Valfrè (1629-1710) de druif uit Saluzzo naar Verduno zou hebben gebracht. In de statuten van de gemeente uit de 15e eeuw, is echter al sprake van de “uve negre”, verweven met allerlei fruitbomen zoals gebruikelijk was in die tijd. G.B. Croce beschreef de wijn van (waarschijnlijk) deze druif in 1606 als een “paarse lichte wijn, niet erg krachtig, zoetig”. Toen het dorp Verduno in 1631 onderdeel van het hertogdom Savoye werd, nam de populariteit van de wijn toe; er bleek een toenemende behoefte aan de lichte, frisse opwekkende stijl van de Pelaverga.

In 1835 publiceert Paolo Francesco Staglieno (zowel oenoloog als politicus en zelfs generaal van het Koninklijke Sardijnse leger) het “Istruzione intorno al miglior metodo di fare e conservare i vini in Piemonte”, zijn visie op het maken en bewaren van wijn. Staglieno (1773-1850) was van 1836 tot 1841 in dienst van Camillo Benso di Cavour (1810-1861) als oenoloog en op diens landgoed in Grinzane experimenteerde Staglieno met o.a. de Nebbiolo. Daar legde hij de basis voor een nieuwe stijl Barolo; niet langer vaak iets zoet en licht parelend, maar stil, droog en opgevoed in houten vaten naar Frans voorbeeld op aangeven van Giulia Falletti Colbert (1785-1864) de Franse echtgenote van
Carlo Tancredi Falletti, markies van Barolo. Als Koning Carlo Alberto di Savoia (1798-1849) in 1838 het 16e eeuwse Castello di Verduno koopt, stelt hij Staglieno aan als beheerder en maakt deze er wijnen van zowel de Nebbiolo als Pelaverga, vrijwel zeker de Pelaverga piccolo.

Rond 1900 ontkwam ook Verduno niet aan de verwoeste invloed van de phylloxera. De wijnbouw kwam grotendeels tot stilstand, hoewel G.B.Burlotto tussen de twee wereldoorlogen en daarna wijn bleef maken, amper 1000 flessen Pelaverga per jaar, gemaakt van druiven die her en der werden gekocht. Aangenomen wordt dat de eerste wijngaard met uitsluitend Pelaverga in 1972 werd aangeplant op een deel van de Sarmassa wijngaard door Gabriella Burlotto van Castello di Verduno. Ze deed dit in samenwerking met Luigi Veronelli, de befaamde Italiaanse wijnschrijver die nog veel meer druiven en wijnen van de vergetelheid heeft gered en de gemeente Verduno. Ze startten een experiment met medewerking van de landbouwfaculteiten van de universiteiten van Turijn en Milaan. Er werden diverse klonen aangeplant, waaruit na verloop van tijd de beste werden geselecteerd voor vermeerdering en verspreiding. Er wordt overigens gefluisterd dat Brero in 1971 al een wijngaard met Pelaverga had, maar getuigen of documenten ontbreken.

Bodem
Bij de keuze van de wijngaarden speelt de bodem een belangrijke rol. De doorgaans 1,2 meter (tot maximaal 3 meter) dikke toplaag is vrijwel overal rond Verduno vergelijkbaar en bevat de bestanddelen die belangrijk zijn voor de groei van de plant. Pas daaronder bevindt zich het gesteente waarin we grote verschillen zien. Wortels kunnen deze harde lagen in principe bereiken, maar in de praktijk komt dat niet of nauwelijks voor, ze gaan liever horizontaal dan verticaal. Verhalen over wortelstokken die 10 meter of dieper gaan, zijn meestal afkomstig van de afdeling marketing. Verduno ligt op een heuvelrug, de grens van de Barolo DOCG, daar waar sprake is van twee duidelijk van elkaar te onderscheiden bodems. Hoewel ze beiden bestaan uit opeenhopingen van mariene sedimenten met een gemeenschappelijke oorsprong in het Mioceen (5,3 tot 20 miljoen jaar geleden) verschillen ze duidelijk van elkaar.

De oostelijke kant van de heuvelrug behoort tot de DOCG Barolo en wordt gekenmerkt door een combinatie van slib en klei met kalksteen (calcium carbonaat) en wat zand, de zogenaamde Sant’ Agata Fossili, beschouwd als “het brood voor Nebbiolo”. Deze gelamineerde bodems met blauwgrijze mergel (rijk aan mangaan en magnesium) werden in het Tortonien gevormd, zo’n 8 miljoen jaar geleden. Het zijn zeer dunne lagen fijne materialen, met tot 60% slib met maximaal 30% klei, 25% kalksteen (calciumcarbonaat van neerslag uit zeewater en fossiele schelpen) en 10% zand. Hier is de grond gematigd vruchtbaar en niet al te droog of nat, prima voor Nebbiolo en de reden waarom Verduno 1 van de 11 gemeenten is waar Barolo DOCG gemaakt mag worden.

In het westen van Verduno tot aan de rivier de Tanaro vinden we een ander type bodem, een combinatie van een gipsader formatie en de zogenaamde Cassano-Spinola formatie. De eerste bestaat uit mergel afgewisseld met veel gipskristallen (calciumsulfaat), gevormd tijdens de zogenaamde zoutcrisis uit het Messinien (6 miljoen jaar geleden). De Middellandse Zee was toen afgesloten van de oceaan en door een gebrek aan vers water, verdampte de zee en leidde het tot een daling van de zeespiegel met meer dan 1500 meter. In allerlei zoutlagunes werden gipskristallen afgezet die we nu nog in grote banken tussen de mergel vinden. De gips fungeert als natuurlijke meststof, maakt de bodem zeer vruchtbaar en houdt veel water vast. Deze ondergrond is minder geschikt voor de Nebbiolo, maar ideaal voor de Pelaverga, zeker in combinatie met de ligging t.o.v. de rivier de Tanaro; koeler en vochtiger dan in de Barolo DOCG. De Cassano-Spinola formatie bevat vooral silt en zand, is minder rijk aan calcium carbonaat en houdt water minder goed vast, maar is ook vruchtbaar en daarom eveneens meer geschikt voor Pelaverga dan voor Nebbiolo. Deze twee vruchtbare bodems zijn waarschijnlijk ook de reden waarom de Kelten het dorpje Verduno “de bloemrijke heuvel” noemden.

Aan de oppervlakte kunnen we overigens goed te zien of het jongere of oudere bodems zijn. Een witte bodem is relatief jong, nog vrij hard, begint nu pas te verweren en is minder vruchtbaar dan een oudere, rode bodem. Nebbiolo gedijt beter op de minder rijke bodem, Pelaverga juist niet.

Kenmerken
In de wijngaard is de Pelaverga piccolo goed te herkennen aan zijn vrij grote bladeren en soms onstuimige groei. De knopzetting en bloei zijn vrij laat en hij rijpt ook vrij laat en heeft dan veel suikers ontwikkeld; de gulle oogst is meestal pas eind september. Bij de vinificatie worden doorgaans reductieve technieken gebruikt, want de Pelaverga is erg gevoelig voor oxidatie. De druiven zijn slechts licht aromatisch, waardoor een houtlagering de wijn teveel zou domineren. Qua uiterlijk doen ze de liefhebbers van donkere krachtpatsers zeker teleurstellen. De kleur is licht, altijd transparant met veel jeugdige, violette nuances. In de neus zijn vooral florale tonen te herkennen (rozenblaadjes), maar ook lavendel en specerijen als kaneel en kruidnagel met peperige accenten. Die laatste zijn afkomstig van rotundone, een terpeen (C15H22O) dat veel druivenrassen bezitten, maar dan in verschillende hoeveelheden. Zo heeft de Pelaverga circa 40 nanogram per liter rotundone, minder dan de Gruner veltliner (2000) of de Vespolina (5500), maar beduidend meer dan een Cabernet sauvignon die slechts 1 nanogram per liter telt. De wijnen hebben een lichte structuur, vaak redelijk wat alcohol en een frisse zuurgaad. Ze zijn vooral bedoeld voor plezier op de korte termijn; meestal 1 tot 3 jaar nadat ze zijn uitgebracht. Licht en fruitig met een pittige kruidigheid zijn ze ideaal bij lunch of tussendoor bij allerlei snacks, peperig eten en zelfs bij donkere chocolade. Serveer een Pelaverga bij voorkeur licht gekoeld.

DOC
De productie van Pelaverga in Verduno was (en is) weliswaar beperkt, maar het onderscheidend vermogen groot en de aandacht voor de wijn nam vanaf 1980 langzaam maar zeker toe. Dat leverde de wijn in 1995 de DOC-status op. In 2000 besloten Castello di Verduno, Fratelli Alessandria, G.B. Burlotto, Gian Carlo Burlotto, CantinaMassara, Bel Colle en Vinandolo di Antonio Brero zich te verenigen, later gevolgd door meer collega’s. Momenteel telt hun “Verduno É Uno” 20 leden die samen ongeveer 30 hectaren met Pelaverga bezitten. Jaarlijks produceren ze in totaal 200.000 flessen, nog geen half procent van de totale wijnproductie van Barolo, Barbaresco, Alba, Langhe en Dogliani. Er  wordt welswaar een bescheiden groei van het wijngaardareaal tot maximaal 40 ha verwacht, maar zijn verspreidingsgebied blijft beperkt tot Verduno en haar 2 buurgemeenten La Morra en Roddi. De regels zijn simpel: minimaal 85% Pelaverga Piccolo van wijngaarden op maximaal  500 meter hoogte, een wijn met minimaal 11% alcohol die pas na 1 maart volgende op de oogst op de markt komt.

De wijnen
De laatste twee jaar proefde ik de Verduno Pelaverga’s uit 2022 en 2023 van Arnaldo Rivera, Diego Morra, Michele Reverdito, Luigi Einaudi, Ramello, GianLuca Colombo, San Biagio di Giovanni Roggero, Massara, Castello di Verduno, Fratelli Alessandria, Scarpa, Sordo, Bel Colle, Roset di Busca, Cadia, I Bre, G.C. Burlotto, G.B. Burlotto, Ascheri en La Bioca. Alleen die van Antonio Brero heb ik niet kunnen vinden en proeven, zijn wijnen zie je niet in de reguliere handel. Voormalig snowboardkampioen Olek Bondonio zou overigens ook een Verduno Pelaverga maken, maar die heb ik nog niet gezien. Qua vinificatie ontlopen de meeste elkaar niet; vrijwel iedereen hanteert een gisting en lagering in RVS, hoewel Colombo anfora’s gebruikt, wat in 2023 beter geslaagd is dan in 2022.

Mijn persoonlijke favorieten in willekeurige volgorde:
G.B. Burlotto, Diego Morra, Scarpa, Fratelli Alessandria, Reverdito, Castello di Verduno en Cadia.

 

Foto’s: Anastasia Florea

Deel dit bericht:

Facebook
Twitter
LinkedIn

Brunello di Montalcino 2019? Ja, graag…

Brunello di Montalcino 2019? Ja, graag...

Vergeet 2015, 2016, 2017 en 2018, koop 2019! Dat waren de woorden van Sabine Eichbauer van Podere Salicutti enkele jaren geleden. Heeft ze gelijk? Ja natuurlijk. Als oogstjaar behoort 2019 tot de allerbeste van de laatste decennia, maar dat wil niet zeggen dat alle Brunello’s uit 2019 ook tot de absolute top behoren. Wijnmakers zijn altijd geneigd om te zeggen dat wat er nu op de markt is fantastisch is, maar wat er nog in de kelder ligt nog beter is. Daarom worden de verwachtingen over 2021 en 2022 steevast naar boven bijgesteld door ze en blijft nuanceren door de onafhankelijk vakpers noodzakelijk.

Fred Nijhuis

Normaal
Ben ik dan negatief? Nee allesbehalve, want 2019 is een geweldig jaar en agronomen en oenologen waren blij eindelijk weer eens een normaal jaar te krijgen van moeder natuur, want m.u.v. 2010 en 2016 gaven de andere jaren de laatste 15 jaar wel heel erg veel ‘uitdagingen’. Werd men niet heel gelukkig van 2014, 2023 gaat de boeken in als het lastigste jaar dat velen zich kunnen herinneren.
Maar goed, de wijnen uit 2023 komen pas in 2028 op de markt en in de tussentijd  is er meer dan genoeg Brunello om de kelders van particuliere liefhebbers en restaurants te vullen. Hoewel een kleine oogst als in 2023 door niemand wordt gewenst, zorgt het wel voor een noodzakelijk doorstroming van ruime voorraden bij producenten, handelaren en in restaurants, zoals een vooraanstaande wijnmaker grif toegaf. Er is meer dan genoeg Brunello op de markt.

2019
Noem het koffiedikkijken of een ‘educated guess’, maar mijn gevoel zegt dat 2019 beter is dan 2010 (waarvan redelijk wat wijnen al vermoeidheidsverschijnselen beginnen te vertonen), evenwichtiger lijkt dan 2015, maar in veel gevallen minder goed is dan de wijnen uit 2016, het jaar dat zich over een breed front erg goed blijft presenteren. Het jaar kende een zeer natte lente, gevolgd door een hete en droge zomer, maar gelukkig zonder extreme hittepieken die de fotosynthese doen stoppen. Juli was zelf relatief koel met wat regen en ook in augustus viel er wat neerslag. September was mild, maar warm genoeg (met enkele buitjes) voor een evenwichtige ontwikkeling en rijping van de sangiovese. Vooral de tanninestructuur in veel wijnen is erg netjes; mooi rijp met voldoende ‘bite’, eigenlijk zoals het hoort. Punt is en blijft dat er veel onderlinge verschillen zijn, qua jaar, qua subregio en qua producenten. Een aantal producenten blijft aan de top en weet telkens voorbeeldige wijnen te maken; onder hen Biondi-Santi, Fuligni, Gianni Brunelli, Il Marroneto, Pietroso, Ragnaie en Salicutti. Wat zij presteren staat niet zelden ver af van de gemiddelde Brunello en ik moet nog steeds wijnen proeven die ik echt niet prettig vind door brett, andere afwijkende, boerse en groene of juist overrijpe tonen in combinatie met een algeheel gebrek aan vulling of balans, soms door een overdaad aan hout. Gelukkig is het aandeel van dergelijke wijnen tegenwoordig beperkt, een duidelijke verbetering t.o.v. een jaar of 20 geleden, toen een serieuze hoeveelheid wijnen een objectieve toets der kritiek niet kon doorstaan.

Ervaring
Mijn bevindingen zijn gebaseerd op de nodige ervaring in de regio; ik heb de allereerste editie van Benvenuto Brunello gemist én die van het oogstjaar 2007, maar voor de rest ben ik alle andere jaren aanwezig geweest om de ontwikkelingen in de streek te volgen en te proeven, meestal met zeer veel genoegen. Ik leerde er helden kennen als Gianfranco Soldera, Piero Palmucci, Franco Biondi-Santi, Diego Molinari (en Nora uiteraard), Pablo Härri, Giulio Salvioni, Stella di Campalto, Francesco Leanza, Gianni en Laura Brunelli en Mario Calzolari. Ik zag Gaja neerstrijken in de regio, Generous James S. meer punten uitdelen dan iedereen begreep of voor mogelijk had gehouden en steeds meer wijnschrijvers, bloggers en MW’s deelnemen aan Benvenuto Brunello. Ik zag ook dat steeds meer producenten niet meer meedoen aan Benvenuto Brunello, vaak omdat hun wijn er nog niet klaar voor is of ze erg weinig flessen maken, soms omdat ze ‘te belangrijk’ zijn geworden voor zo’n “gewoon” evenement. Waar mogelijk, bezocht ik enkelen van hen, of proefde ik hun wijnen elders. Helaas was ik deze editie niet in de gelegenheid wijnen van Le Chiuse, Costanti en Luce te proeven (Val di Cava proefde ik later op Vinitaly), want daar zijn altijd wel leuke dingen over te schrijven…

Punten en andere bla bla
In de loop van de jaren was ik laaiend enthousiast over bepaalde wijnen, maar ik ben nog nooit zo scheutig geweest met superlatieven als de nodige van mijn collega’s. Ik grapte met collega Carlo Macchi (Winesurf): “Alles weer gewoon een miljoen punten toch? Nee Fred, antwoordde hij: Dat is te weinig: minimaal 2 miljoen!”. Hoe groot de devaluatie van het 100-punten systeem bleek uit de opmerking van een MW: : Ik vond wijn XX niet geweldig en heb hem maar 92 punten gegeven.” Een dergelijke score staat voor mij gelijk aan volksverlakkerij, want bij “niet geweldig” hoort een score van 82 punten; positief, want zonder fouten etc. maar “niet geweldig”. Maar goed, ik schrijf dan ook niet om de producenten een plezier te doen, ben niet in dienst van het Consorzio, hoef geen redacties te voorzien van scores waarmee ze bladen en advertenties kunnen verkopen of ben evenmin afhankelijk van de organisatie van commerciële evenementen waarmee veel geld wordt verdiend. Zoals velen weten, ben ik opgeleid als criticus; op zoek naar “De waarheid achter het etiket”, de subtitel van Proefschrift, het enige kritische wijntijdschrift dat Nederland ooit rijk was en waar ik lang aan mocht meewerken. En nu we het toch over mis(ver)standen hebben. Hilarisch vond ik de uitspraak van Andrea Lonardi (MW en voormalig hoofdwijnmaker van de Bertani groep) tijdens een proeverij bij Val di Suga. In Montalcino vind je geen “minerality and salinity” dat hebben onze wijnen gewoon niet. Heel grappig, want wie de duizenden proefnotities van collega’s leest, zal er ongetwijfeld het woord ‘minerality’ vaak tegenkomen. Wie mij kent, weet dat ik dit verzonnen woord niet gebruik;  simpelweg vanwege het feit dat er nu eenmaal geen directe relatie is tussen mineralen en aroma’s in wijn.

Sangiovese
Nee, de Sangiovese is geen gemakkelijke druif; niet in de wijngaard en zeker niet in de kelder. Hij houdt van hout (cordon spur), houdt niet van teveel zon, niet van natte voeten en daarmee ook niet van klei. Hij is gevoelig voor oxidatie en reductie en rijpt het liefst in grotere eikenhouten vaten die hem rust en de juiste ontwikkeling geven. De druif geeft van nature een elegante kleur en technieken om hem meer kleur te geven, resulteren vaak in een ongewenst neveneffect: veel extractie geeft hem weliswaar meer kleur, maar ook hardere, drogere tanninestructuur. Klimaatveranderingen geven tegenwoordig een snelle rijping van de druiven, waarbij een goede fenolische rijping echter steeds meer onder druk komt te staan en overrijpe tonen, teveel alcohol en een gebrek aan fraîcheur en energie
dreigen. Bij de rijping in hout is zorgvuldige controle noodzakelijk, het omslagpunt van rijping naar oxidatie laat zich lastig voorspellen en vergt veel aandacht. Kortom, het valt om allerlei redenen niet mee om een mooie Brunello te maken en dat bewijzen diverse producenten. Gaat het echter goed, dan is een Brunello één van de mooiste wijnen ter wereld en deze koesteren we met veel respect en liefde.

Ontwikkelingen
Ook in Montalcino gebeurt er van alles en nog wat. Santiago Marone Cinzano van Col d’Orcia benadrukt dat er een trend “weg van hout” is, iets waar hij blij mee is, want naar zijn (en mijn) mening laat het de sangiovese transparanter en eerlijker zijn en zijn ware karakter en potentieel beter zien. In veel kelders hebben nieuwe barriques inmiddels plaats gemaakt voor gebruikte of grotere formaten vaten (tonneaux tot 30-40 hl), vaak van Frans eiken. In de wandelgangen werd gefluisterd dat een aantal Brunello’s uit recente jaren zelfs zijn afgeprijsd omdat zelfs de producent zélf de wijnen te houterig vindt en er nu meer evenwichtige wijnen op de markt brengt. Maar er zijn nog altijd genoeg wijnen waar hout een hoofdrol speelt. Niet perse slecht, maar eerder wijnmakers-wijnen dan terroir-wijnen en daarmee voor mij minder typisch Brunello. Ik had dat gevoel bij o.a. La Rasina, La Poderina, Verbena, Palazzo, Corte Pavone Loacker, San Polino en Fattoi.

Daarnaast worden er steeds meer ‘single-vineyard’ Brunello’s gemaakt. Enerzijds logisch, want sommige wijngaarden zijn nu eenmaal beter dan anderen en leveren dus de beste wijn en op die bovendien voor veel meer geld kunnen worden verkocht. Nadeel is dat het meestal beperkte hoeveelheden betreft, ze erg kostbaar zijn en de gemiddelde kwaliteit van de reguliere blend afneemt, zeker bij producenten met een minder groot wijngaardareaal. Het echte ‘waarom’ (m.u.v. de commerciële aspecten) is me niet altijd even duidelijk, zo goed zijn de meeste nou ook weer niet… Waar de vele cuvées van La Togata me verwarren, hebben de cru’s van Salicutti echter wel degelijk toegevoegde waarde; een duidelijk verschil tussen de wijnen en bovendien allemaal op een zeldzaam hoog kwaliteitsniveau. Persoonlijk zou ik bij veel producenten waarschijnlijk blijer worden van 1 goede blend dan van diverse onduidelijke single vineyards.

Luca Currado (voorheen Vietti) is nu adviseur bij Castiglion del Bosco en hij stimuleert de ontwikkeling van meer single-vineyard wijnen. Het levert wijnen op in de stijl van hun wijngaarden en niet van de wijnmaker, is zijn mening. Ik begrijp zijn visie, want het domein is gevestigd in het noordwesten van de appellatie, daar waar de nodige twijfels zijn over de kwaliteit van de terroir. Juist daar loont het om alleen de beste percelen te selecteren. Corrado lijkt zich overigens ook meer te richten op elegantie, een prettige breuk met de oude stijl. Ook bij Biondi-Santi heb ik de nieuwe impulsen als zeer positief ervaren. De negatieve effecten van de leiding van Jacopo Biondi-Santi waren gelukkig kortstondig en beperkt en liggen inmiddels achter ons. De wijnen zijn beter dan ooit, hoewel ik hele fijne herinneringen heb aan diverse jaargangen die Franco Biondi-Santi en zijn voorgangers maakten. Bij Gaja heeft men de focus verlegd van lager gelegen wijngaarden naar percelen op minstens 600 meter hoogte. Verschillende oudere wijngaarden die voorheen perfect fruit opleverden, zijn ingehaald door de klimaatverandering en het ontbreekt die druiven in toenemende mate aan zuren, spanning en balans, zo werd me verteld. Ook qua snoeien zien we nieuwe initiatieven, verschillende wijnhuizen experimenteren met Guyot i.p.v. de traditionele cordon spur. Guyot geeft weliswaar meer opbrengst, maar dat is goed/beter te managen, net als de hoeveelheid bladeren. Bij het herplanten en de aanplant van nieuwe wijngaarden zien we ook meer aandacht voor de wortelstok. Droogte heeft de noodzaak om te kiezen voor minder oppervlakkige wortelsystemen doen toenemen.  

Meningen:
Ik heb het al vaak gesteld: wijnproeven is geen exacte wetenschap. We zijn mensen en dus per definitie niet in staat om objectief te zijn. We hebben onze mening, maar deze wijkt niet zelden af van de mening van anderen. Zo proefde ik verschillende, leuke en beslist goede wijnen, maar zonder de typiciteit die ik graag in een Brunello herken, terwijl anderen er lyrisch over zijn. Dat gevoel had ik bij o.a. bij de wijnen van Giodo, Pian della Vigne en Donatella Cinelli Colombini, daar waar de grond rijker is aan klei, een bodem die Brunello’s eerder breder dan dieper maakt, niet mijn favoriete stijl. Ook van de meer technische stijl van o.a. Caprili, Ruffino, Brizio, Talenti en Cipresso spreekt mij minder aan. Waar de meeste van mijn collega’s en allerlei wijnmakers het wel mee eens zijn, was de verbazing over de verkiezing van de Brunello van Argiano als nummer 1 van the Wine Spectator “Top 100”. Maar goed, ze hebben er ongetwijfeld hun redenen voor, voor mij in ieder geval redenen die me nog meer afstand van dit medium laten nemen.

Conclusie
Na het proeven van een serieuze selectie wijnen kwam ik tot de volgende conclusie:

Mijn favoriete Brunello di Montalcino 2019:
Biond-Santi, Fuligni, Pietroso, Ragnaie (met name de VV), Poggio di Sotto en alle cru’s van Salicutti.

Wijnen die ik eveneens warm aanbeveel en heel graag drink:
Il Marroneto (niet alleen de Madonna delle Grazie) , Gianni Brunelli, La Cerbaiona, Salvioni/La Cerbaiola, Castello Romitorio, Agostina Pieri en Mastrojanni.

Wijnen die een mooie aanvulling zijn op elke wijnkaart of wijnkelder:
San Polo, Uccelliera, Canalicchio Di Sopra, Caparzo, Fattoria Dei Barbi, Santa Restituta, Gorelli Giuseppe, Ragnaie, Tenuta San Giorgio, Le Gode, Lisini, Col D’Orcia en Tenuta San Giorgio.

Andere wijnen die een goede indruk achterlieten:
Casanova Di Neri, Ciacci Piccolomini D’Aragona, Poggio Antico, Verbena, Cortonesi, Ridolfi, Sesti, Voliero, Máté, Pinino en Tornesi

Riserva 2018
Bij de geproefde Riserva’s uit 2018 was ik vooral onder de indruk van de Vigna Spuntali van Val Di Suga, de Vigna Nastagio van Col D’Orcia Vigna Nastagio, die van San Polo en zowel de San Giorgio als de Poggio Di Sotto van de Colle Massari-groep.

Opmerkelijk:
Tijdens verschillende workshops in 2022 (o.a. voor het Nederland Gilde van Sommeliers en de Verenigde Vinologen Nederland), bleken de wijnen van Poggio di Sotto afgetekend favoriet na een (anonieme) verkiezing onder de circa 100 (veelal) professionele proevers. Een mooie waardering van de nalatenschap van Piero Palmucci en het werk van het huidige team van Poggio di Sotto.

Mijn dank aan het Consorzio en het team van sommeliers voor hun perfecte service! 

 

Deel dit bericht:

Facebook
Twitter
LinkedIn

Workshops!

WORKSHOPS!!!

Eventuele vermelding van auteursrechten

Het plannen en soms opnieuw plannen van workshops en andere evenementen etc. is en blijft een boeiende uitdaging. Het schuiven zorgt ervoor dat mensen soms wel en soms juist niet kunnen deelnemen. Daarnaast moet ik rekening houden met het Dorpshuis dat soms andere prioriteiten moet stellen bij het toewijzen van de zaal en ik de agenda toch weer moet aanpassen. Ook het aanbod is soms wat lastig in te schatten en dan vooral omdat ik niet zelden ineens veel meer wijnen heb verzameld dan ik in 1 avond kan behandelen. Daarom bijvoorbeeld niet 1 workshop Maremma, maar 3!

Gepland staan (en hiermee komen eerder aankondigingen te vervallen):

Donderdag 19 september 2024: Cirò
Een grote, unieke selectie wijnen uit Calabrië, zowel wit, rosé als rood, inclusief de nodige wijnen die binnenkort de felbegeerde DOCG-status zullen krijgen.

Woensdag 02 oktober 2024: Collio
Eén van de beste regio’s in Italie voor witte wijnen, zowel monocépages als prachtige blends, soms opgevoed in RVS, soms met een houtlagering en soms vergist en/of gerijpt in anfora’s.

Donderdag 14 november 2024: Spanje
Gebaseerd op een wijnreis door de regio’s Valencia, Utiel-Requena en Jumilla. Een fraaie selectie wijnen van diverse druivenrassen, producenten en jaargangen.

Woensdag 11 december 2024: Maremma 1 – Vermentino
We proeven waarom de Vermentino zich heeft ontwikkeld tot één van de meest populaire witte druivenrassen in Toscane. De selectie is aanzienlijk en zeer gevarieerd, met uiteraard ook de allerbeste wijnen uit de Vermentino competitie die kortgeleden heeft plaatsgevonden.
 
Dinsdag 7 januari 2025: Maremma 2 – Morellino di Scansano

Ooit uitgeroepen tot het beste alternatief voor Brunello, maar inmiddels alles behalve een kopie. Wijnen met een eigen identiteit waarin gulle karaktereigenschappen een hoofdrol spelen.    

Dinsdag 21 januari 2025: Maremma 3 – Montecucco
Niet alleen ‘vulkanische sangiovese’, maar ook boeiende rood en interessant rosé van kleinere en grote wijnhuizen; nu nog relatief onbekend, maar in vele opzichten erg interessant en daarom in opkomst.

Voor alle workshops geldt:

Plaats: Dorpshuis Tuil
Aanvang: 19.30
Einde: uiterlijk 22.00 uur
Deelnemers: minimaal 10, maximaal 14
Kosten: € 87,50 incl. BTW en minimaal 15 wijnen (doorgaans 18 of ‘iets’ meer) en hand outs van de presentatie. Trouwe deelnemers en leden VVN, NWG en NGS krijgen 10% korting.

Voor het drieluik geldt: bij aanmelding voor 1 sessie 10% korting, 2 sessies 15% korting en voor alle 3 de sessies 25% korting.

PS
Er zal in 2025 beslist ook een workshop Balkan komen, maar ik beschik nog niet over de juiste selectie wijnen en zoals jullie weten, neem ik dat altijd zeer serieus. Wordt vervolgd!

Deel dit bericht:

Facebook
Twitter
LinkedIn

A Montefalco; door Karin Horseling

A Montefalco; door Karin Horseling

Het Consorzio Tutela Vini Montefalco nodigde NCS uit voor de jaarlijkse ‘A Montefalco’; Karin Horseling nam dit jaar de honneurs waar.  

Montefalco
Midden in Italië ligt Umbrië, haar groene hart. Het voelt verholen; na een uur snelweg vanaf Rome, ga je Umbrië in en rij je vanaf dan steeds smallere en rustiekere wegen op, totdat je bovenop een van de vele glooiende heuvels het eeuwenoude stadje Montefalco ziet liggen. Het Consorzio Tutela Vini Montefalco resideert in de gelijknamige stad en verwelkomde een bonte verzameling journalisten om de streek, de wijnmakers en hun wijnen te promoten. Het Consorzio (opgericht in 1981) richt zich op de wijnen uit Montefalco en de omliggende gemeentes Bevagna, Giano dell’Umbria, Gualdo Cattaneo en Castel Ritaldi. De meeste wijnen genieten een DOP-status met de sagrantino in een hoofdrol en de spoletino als opkomende ster.

Montefalco Sagrantino DOCG
Deze wijnen kunnen droog of passito zijn, in beide gevallen van 100% sagrantino druiven. De DOC bestond sinds 1979 en werd DOCG in 1992. De wijnen rijpen 37 maanden, waarvan 4 op fles. De droge wijnen hebben minstens 12 maanden op hout gelegen.

Montefalco DOC
De Montefalco DOC betreft ook een Bianco en een Grechetto, maar de focus tijdens deze reis lag op de Rosso. De Montefalco Rosso bestaat voor 60-80% uit sangiovese (60-80%), aangevuld met 10-25% sagrantino en tot 30% andere druivenrassen. De Rosso rijpt 18 maanden vanaf 1 november, de Rosso Riserva 30 maanden waarvan 12 maanden op hout.

De DOC Spoleto werd in 2011 toegevoegd aan het spectrum en is gebaseerd op de Trebbiano Spoletino en kent een zowel een droge stille, als mousserende en zoete versie.

Het land van S & S & S

Sagrantino
Deze laatrijpende druif heeft veel zon nodig om goed te rijpen. Ook warmte, maar met nuance, want als het te warm is, dan ontwikkelt de druif wel snel veel suikers, maar blijft de rijping van de tannines achter. De dikke schil van de druif wordt wat dunner tijdens de rijpingsfase. Het hoge alcoholpercentage en de stevige tanninestructuur kunnen ook tegen de wijn werken, waarbij een vermeend bewaarpotentieel in de praktijk niet altijd tot uitdrukking komt.

Sagrantino versus de wereld
Christina Mercuri (DipWSET) verzorgde na de openingsceremonie een masterclass over de invloed van tannine in kwaliteitswijnen, waarna werd getest of een Montefalco Sagrantino zich staande houdt naast internationale kwaliteitswijnen. De sagrantino’s van Scacciadiavoli, Bocali, Antonelli, Lunelli en Colpetrone (blind) werden vergeleken met een Côte-Rôtie Chateau d’Ampuis van Guigal, Etna Rosso van Franchetti, Château Montrose (Saint-Estèphe), Messorio van Le Macchiole (Bolgheri) en een Petite Sirah Lytton Estate van Ridge (Sonoma County, Californië). De conclusie was unaniem: Dat doen ze zeker!

Sangiovese
Naast de eigen sagrantino, staat er veel sangiovese aangeplant in Umbrië. Wie kent hem niet, zou ik bijna zeggen. Late rijper met dunne schil, hoge aciditeit en stevige tannines. Binnen Montefalco is het het hoofdbestanddeel van de Rosso en Rosso Riserva.

Spoletino
Hoewel de druif vooral bekend is als ’trebbiano spoletino’, prefereren meerdere wijnmakers inmiddels de naam spoletino; helder, verbonden met de regio en eigenlijk ook logisch, want de spoletino is niet eens verwant aan de Toscaanse trebbiano of andere druivenrassen die eveneens de naam trebbiano dragen. De spoletino is een late rijper, goed bestand tegen ziektes en houdt goed zijn zuren vast. Bovendien is het een vrij aromatische druif die goed kan ouderen. Er is inmiddels ca. 100 ha beplant met spoletino in Umbrië en er worden allerlei wijnen van gemaakt, variërend van fris en jong, wit tot orange en mousserend tot zoet. Dat maakt het soms wat lastig om er een richting of stijl in te zien. 

De wijnmakers en hun visie
Tijdens A Montefalco was er volop gelegenheid om wijnmakers te bezoeken en hun wijnen te proeven. De gemeenschappelijke factor was – naast geloof in de regio en liefde voor de lokale druiven – een verschuiving naar een meer elegante stijl sagrantino wijnen. Ieder op z’n eigen manier. Een kleine bloemlezing van een aantal bezochte bedrijven:

Lungarotti
De familie Lungarotti is een begrip in Umbrie. Giorgio Lungarotti begon eind jaren vijftig van de vorige eeuw met wijnbouw in Torgiano. Deze familie was ervoor verantwoordelijk, dat de Torgiano Rosso Riserva de eerste rode DOCG van Umbrie werd in 1991 (de 4e DOCG in Italie). Vlak na het overlijden van Giorgio kocht de familie in 2000 20 hectare land in Turrita de Montefalco. Dit waren geen bestaande wijngaarden; ze hebben het zelf beplant met ca. 9 ha sagrantino, 2 ha merlot en de rest sangiovese. Het bedrijf wordt geleid door dames (de vrouw en dochters van Giorgio) en is sinds 2015 gecertificeerd organisch.
Sinds de oogst van 2022 zijn ze bezig met het herplanten van de sagrantino, waardoor ze op dit moment niet meer alle DOC wijnen maken; alleen nog de Rosso Riserva. Niet alleen de wijngaarden, maar ook de productie is aangepast. Twintig jaar geleden oogsten ze wat vroeger. De wijnen werden veel overgepompt en in barriques opgevoed. Tegenwoordig worden de druiven later geoogst. De lichte overrijping zorgt ervoor, dat de tannines zachter worden. Gepompt wordt er niet meer en de wijnen worden nog slechts voor een klein deel in barriques gelagerd, het merendeel rijpt in grotere vaten. 
Tijdens de proeverij hebben we een viertal wijnen geproefd; de MF Rosso Riserva 2020 en de Montefalco sagrantino DOCG 2019 en 2020. Tot slot de MF sagrantino passito 2018. Mijn favoriet van dit rijtje was de DOCG 2020: fruitig, tannines meer aanwezig dan in die uit 2019, maar goed geïntegreerd en heel levendig.

Tabarrini
De volgende wijnmaker is Giampaolo Tabarrini. Terwijl ik dit schrijf, verschijnt er weer een glimlach op mijn gezicht. Niet omdat de wijngaarden of de druiven zo anders zijn, maar door de herinnering aan wijnmaker zelf. Hij is een man met een enorme drive, indrukwekkend veel energie én een eigen visie op het maken van wijn. Giampaolo is de vierde generatie van (wijn)boeren in zijn familie. Eind jaren negentig nam hij het bedrijf over van zijn ouders, die overigens nog altijd in de wijngaard, kelder of keuken te vinden zijn. Het bedrijf beslaat 22 ha, waarvan 15 ha aan wijngaarden. Naast sagrantino en sangiovese, zet hij ook in op spoletino druiven. Sinds zijn overname van het bedrijf, heeft hij een nieuwe kelder en ruimte voor proeverijen gebouwd en alles gemoderniseerd. Een project waar hij zich nog steeds mee bezig houdt, is een nieuwe manier van fermenteren in zelf ontworpen (multitasking) tanks. Normaal zijn er verschillende tanks nodig voor de diverse fases van de gisting en weking. Giampaolo wil slechts 1 tank inzetten, waardoor o.a. overpompen niet meer nodig is. Voor zijn unieke tanks heeft hij in Italië al een patent gekregen en is een Europese aanvraag in gang gezet. Hij belooft hier het komende jaar meer over te kunnen vertellen. Bij een bezoek aan de indrukwekkende kelder (mét lichtshow) mogen we wijnen uit verschillende jaren uitzoeken voor bij de lunch. Uiteindelijk werd de lunch begeleid door een Adarmando (spoletino uit 2010 – nog steeds fris en tropisch), gevolgd door rood. De mooiste die ik proefde was de Colle alle Macchie Montefalco Sagrantino DOCG uit 2013.

Tenuta Bellafonte
Voor een volgend bezoek gingen we naar Bevagna, waar Peter Heilbron de scepter zwaait over Tenuta Bellafonte. Na jarenlang in het bedrijfsleven te hebben gewerkt, heeft Peter in 2007 zijn eigen wijnmakerij opgericht en bezit inmiddels 10 ha aan wijngaarden. Hij wil alleen werken met lokale druiven: sagrantino, sangiovese en spolentino en vult zijn Rosso dus niet aan met bijvoorbeeld merlot of barbera. In tegenstelling tot de andere wijnmakers waar we op bezoek waren, oogst hij aan de vroeg kant (eind september). Hij werkt met Slavonische eiken vaten van 50 HL voor de opvoeding en verder zo natuurlijk mogelijk. Geen kunstmatige bemesting, een spontane vergisting en ook voor zijn spoletino geen filtering en evenmin een malolactische gisting.

Arnoldo Caprai
Tenslotte stapte ik in de wereld van Arnoldo Caprai, niet alleen een bedrijf met een eigen visie én de grondlegger van het huidige succes van Montefalco sagrantino. Het is ook het grootste wijnbedrijf in Montefalco met 160 ha wijngaarden. Het bedrijf werkt samen met de universiteit van Milaan en  hecht veel waarde aan onderzoek en technologie. Zo wordt met behulp van weerstations data verzameld om exacte oogstmomenten vast te stellen en heeft men patent op een systeem waarbij kopersulfaat door een speciaal zuigsysteem alleen op de bladeren worden gespoten en niet op de omgeving van de druivenstok. Ook werkt men samen met oenoloog Michel Rolland samen. Hij introduceerde ‘Vinification Integrale’ voor sagrantino, waarbij de beste druiven worden ontsteeld, handmatig geselecteerd en in een vat gedaan met ‘carbonic snow’ om oxidatie te vermijden. Het vat wordt vervolgens horizontaal geplaatst en tijdens de fermentatiefases continu geroteerd. Uiteindelijk wordt er van twee dergelijke vaten 1 barrique gevuld waarin de wijn 2 jaar kan rijpen. Dit proces wordt o.a. op hun topwijn de ’25 anni’ toegepast en het resultaat is een werkelijk geweldige wijn!

Conclusie
Montefalco is een relatief klein gebied waarin veel wijnmakers met hun eigen visie en aanpak aan de gang zijn. Hun Montefalco Rosso blijkt een aangename, betaalbare wijn, terwijl de Montefalco sagrantino de top in de regio vertegenwoordigt en de spoletino zich langzaam maar zeker ontwikkelt tot de nieuwe favoriet in de regio. 

Deel dit bericht:

Facebook
Twitter
LinkedIn